Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/1.1.1:1.1.1 Belang en risico’s getuigenverklaringen in het strafproces
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/1.1.1
1.1.1 Belang en risico’s getuigenverklaringen in het strafproces
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Badeau en Radelet 1987, p. 57.
www.innocenceproject.org. Zie bijvoorbeeld ook Little Rascals Day Care in North Carolina, Meutre du Pont de Neuilly en de Outreau–zaak in Frankrijk.
Van Koppen 2010b, p. 924.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veel van de kennis waarover wij als mensen beschikken, is afkomstig van anderen. In het strafproces is dat niet anders. Om een zaak op te lossen en een strafbaar feit te kunnen bewijzen, zijn getuigenverklaringen veelal onontbeerlijk. De rechter heeft immers beperkte mogelijkheden om zelfstandig de voorbije werkelijkheid te kennen; in veel gevallen zal hij zijn beslissing moeten baseren op de verklaringen van andere mensen. Hoewel technisch bewijsmateriaal de afgelopen decennia een steeds prominentere rol is gaan spelen, hebben getuigenverklaringen nauwelijks aan belang ingeboet. Zij zijn vaak onmisbaar voor de reconstructie van het verleden en het interpreteren van fysiek sporenmateriaal. Echter, het vaststellen van de werkelijke toedracht op basis van verklaringen van getuigen is niet zonder problemen.
Naast dat getuigen redenen kunnen hebben om een niet-waarheidsgetrouwe verklaring af te leggen, kleven aan verklaringen ook intrinsieke gebreken als gevolg van de beperktheid en subjectiviteit van de menselijke waarneming en de feilbaarheid van het geheugen. Getuigen kunnen zonder zich daarvan bewust te zijn een verklaring afleggen die op belangrijke punten niet overeenkomt met de werkelijkheid of daarin zelfs geen enkele basis heeft (zoals het geval is bij verklaringen gebaseerd op ingebeelde herinneringen).
Onderzoek naar gerechtelijke dwalingen laat zien dat onjuist gebleken getuigenverklaringen een belangrijk aandeel hebben in het veroorzaken van deze dwalingen.1 Dit is zeker niet een puur Nederlands fenomeen. Amerikaans onderzoek naar afgesloten strafzaken met behulp van moderne DNA-technieken (het Innocence project) laat zien dat in 75% van de geconstateerde gerechtelijke dwalingen foutief ooggetuigenbewijs een rol heeft gespeeld.2 Bij de waardering van dit percentage moet wel in ogenschouw worden genomen dat getuigenverklaringen veelvuldig worden gebruikt en daarmee een relatief groot aandeel hebben in de bewijsbeslissing.3 Dat laat echter onverlet dat onjuiste verklaringen een bedreiging vormen voor de juistheid van het rechterlijk oordeel en voor de legitimiteit van de strafrechtspleging.