Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/2.5:2.5 Slotbeschouwing
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/2.5
2.5 Slotbeschouwing
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180118:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik de belangrijkste kenmerken van bureaucratische organisaties beschreven en de verwachtingen die op basis daar van kunnen worden ontleend over de wijze waarop individuele bureaucraten omgaan met onzekerheden, binnen de discretionaire ruimte die zij ervaren. Samenvattend is de conclusie dat bureaucraten niet kan worden verwacht dat bureaucraten werken als raderen in een machine, of als algoritme dat op wiskundige wijze input omzet naar output. Zij kunnen beter worden begrepen als individuen die binnen de ruimte die zij ervaren, onder de condities die hen zijn gegeven proberen hun professionele en persoonlijke moraal in hun werk tot uitdrukking proberen te brengen. Dit doen zij in een context van onzekerheid. Het is voor hen niet altijd duidelijk hoe te handelen, hoe de regels te interpreteren en welk gewicht toe te kennen aan beschikbare informatie, of aan het ontbreken van informatie. Zij beschikken niet over de mentale capaciteiten, tijd of middelen om deze onzekerheid volledig weg te kunnen nemen en tot volledig objectief rationele beslissingen te komen. Om toch met die onzekerheid om te kunnen gaan, ontwikkelen zij routines.
In de volgende hoofstukken beschrijf ik de procedurele, organisatorische en juridische context waarbinnen IND-medewerkers moeten omgaan met onzekerheid. In de hoofdstukken 5 en 6 onderzoek ik of, en zo ja, in welke vorm de op basis van de theorie neergelegde aannames, ook voorkomen binnen de kantoren van de IND. Op basis van interviews met hoor- en beslismedewerkers van de IND ga ik na welke onzekerheden over de feiten zij ervaren en welke niet, hoe zij te werk gaan om die onzekerheid te verminderen, welke ruimte zij hierbij ervaren en welke rechtvaardigingen zij voor hun handelen geven en op basis waarvan zij tot de conclusie komen dat de onzekerheid over de feiten tot een acceptabel niveau is teruggebracht om deze ten grondslag te leggen aan een besluit over vergunningverlening in de asielprocedure.