Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/5.3.3
5.3.3 Conclusie samenhang bij inlichtingen
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685411:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0219, NJ 2012/340 (’s-Hertogenbosch/Van Zoggel), rov. 3.5.1. In bijv. Wijk bij Duurstede (HR 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4491, NJ 2008/155) was het beroep van eisers op voorbereidingshandelingen volgens het hof ‘slechts strekkend ten betoge dat in het licht van die handelingen de afwijzing van de bouwvergunning onrechtmatig was’, rov. 3.5. Zie conclusie A-G Keus, ECLI:NL:PHR:2007:BA4491, onder 2.12 en 2.13.
Vgl. ook W. den Ouden en G.A. van der Veen in hun annotatie AB 2012/215 bij het eerste Fabricom-arrest (HR 20 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV5552) die constateren dat voor zelfstandigheid ook van belang is of de voorbereidingshandeling met voldoende kans op succes in een bestuursrechtelijke procedure aan de orde gesteld had kunnen worden.
Zie HR 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1649, NJ 2008/519, AB 2008/170 (Zandwinning Maasbommel).
Zie par. 3.5 en hoofdstuk 9.
Om zelfstandige handelingen aan te tonen is op basis van de hierboven behandelde jurisprudentie nodig dat (i) de inlichtingen onrechtmatig zijn vanwege een schending van de zorgvuldigheidsnorm1; (ii) de inlichtingen tot schade hebben geleid en (iii) die schade niet aan de orde kan worden gesteld in een bestuursrechtelijke procedure gericht tegen de vernietiging van het met de inlichtingen samenhangende appellabele besluit.2 Dit zal het snelst het geval zijn indien de inlichtingen afwijken van het daarna genomen besluit, maar een discrepantie tussen die twee is niet altijd doorslaggevend.3
Hoewel veel is geschreven over het samenhangcriterium, in het bijzonder de werking daarvan bij inlichtingen, moet mijns inziens goed voor ogen worden gehouden dat als uitgangspunt geldt dat formele rechtskracht betrekking heeft op een besluit en niet op daarmee samenhangende (feitelijke) handelingen. Feitelijke handelingen vallen in beginsel buiten de formele rechtskracht van een besluit. Voorkomen moet worden dat leemten ontstaan in de rechtsbescherming. In beginsel moet de rechtmatigheid van inlichtingen dan ook door de civiele rechter kunnen worden beoordeeld aan de hand van het in Van Zoggel gegeven toetsingskader.4 Slechts indien een inlichting is geabsorbeerd of overgenomen in het daarna genomen besluit (zoals: Kuijpers/Valkenswaard en niet: Bolsius, Van Benten en Fabricom) bestaan geen juridische mogelijkheden om de rechtmatigheid van die inlichtingen door de civiele rechter te laten beoordelen. Van ‘absorberen’ kan sprake zijn indien de inhoud van de inlichting wordt overgenomen in het besluit, maar ook indien het gaat om handelingen die aan de orde gesteld hadden kunnen worden in de bestuursrechtelijk en geen schade los van het uiteindelijk genomen besluit hebben veroorzaakt.