Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/4.6.2
4.6.2 In geval van toepasselijkheid van art. 6:181 speelt het bezit geen rol
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS299216:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt ook voor de ‘bijzondere’ personen waarvoor de bezitter ‘inwisselbaar’ is. Zie par. 3.5.2.
Toch is ook hier de woordkeuze van de Hoge Raad niet helemaal gelukkig: vermoedelijk doelt de Hoge Raad met de term ‘houder’ op de detentor (degene die voor een ander houdt), aangezien de bezitter steeds voor zichzelf houdt (art. 3:107). Zo ook Van Swaaij en Pluymen 2011, p. 298-299.
Wegens eigen onvoorzichtigheid en na toepassing van de billijkheidscorrectie ex art. 6:101 ten gunste van het slachtoffer, had laatstgenoemde volgens de rechtbank recht op vergoeding van 70% van de schade. Opvallend is overigens dat in deze zaak geen (kenbare) aandacht werd besteed aan de voor opstallen geldende tenzij-clausule in art. 6:181 lid 1. Zie daarover nader par. 7.6.5.1.
Vgl. Hof Den Haag 28 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3304 (Botsing met kat), waarin een bezitter zelfs geheel lijkt te ontbreken.
Hof Leeuwarden 19 december 2001, rolnr. 96/00368 (niet gepubl.) (Dierenambulance).
Het hof meende evenwel dat de Dierenambulance niet als bedrijfsmatige ‘gebruiker’ van de hond had te gelden, met een afwijzing van de vordering ex art. 6:181 jo. 179 tot gevolg. Ook werd tevergeefs een vordering ex art. 6:170 tegen de Dierenambulance ingesteld, waarover in cassatie HR 12 september 2003, JOL 2003/438 (Dierenambulance). Zie over de Dierenambulance en het gebruiksbegrip van art. 6:181 par. 7.8
De term ‘verlegging’ van aansprakelijkheid uit het Loretta-arrest komt in mijn ogen als gezegd ongelukkig voor: art. 6:181 fungeert namelijk als ‘voorrangsregel’ terwijl de bezittersaansprakelijkheid uit art. 6:173, 174 en 179 pas een rol speelt wanneer een bedrijfsmatige gebruiker ontbreekt.1 Bij dit systeem past wél goed de overweging van de Hoge Raad in het Loretta-arrest, dat voor de toepasselijkheid van art. 6:181 ‘niet van belang is of degene die dit bedrijf uitoefent bezitter dan wel houder van het dier is’.2 Immers, indien art. 6:181 voor toepassing in aanmerking komt, doet de vraag naar een eventuele ‘achterliggende’ bezitter of detentor niet terzake. Een voorbeeld hiervan biedt Rb. Groningen 5 september 2007, JA 2007/167 (Discotheek Bermuda), waarin een bezoeker van een bar/dancing over een 90 cm hoog hekwerk viel en terechtkwam op de 9 meter daaronder gelegen dansvloer. De bar/dancing was volgens de rechtbank gebrekkig in de zin van art. 6:174, omdat het hekwerk onvoldoende valbeveiliging bood. Over de kwalitatief aansprakelijke persoon werd door de rechtbank overwogen dat uit de processtukken niet viel af te leiden dat de aangesproken exploitant van de bar/dancing bezitter van de gebrekkige opstal was, maar wel dat zij daarvan als bedrijfsmatige gebruiker had te gelden. Bij die stand van zaken liet de rechtbank de vraag naar het bezit van de opstal ex art. 6:174 in het midden en werd de aansprakelijkheid van de exploitant ex art. 6:181 jo. 174 aangenomen.3 Dat het bezit geen rol speelt in geval van toepasselijkheid van art. 6:181 is met name van belang in gevallen waarin het bezit van de schadeveroorzakende zaak onduidelijk is en niet meer of nog maar moeilijk valt te achterhalen.4 Een voorbeeld biedt de medewerker van de Dierenambulance die zich tijdelijk ontfermt over een hond – waarvan geen eigenaar bekend was – maar deze op zeker moment weer loslaat op de openbare weg. Kort daarna veroorzaakt de hond een verkeersongeval waarbij een motorrijder is betrokken.5 De motorrijder heeft vanwege de onbekendheid van de eigenaar (en het mogelijk zelfs ontbreken daarvan) van het schadeveroorzakende dier alle belang bij toepasselijkheid van art. 6:181 jo. 179 op de Dierenambulance. Wanneer de hond ingevolge art. 6:181 in haar risicosfeer zou vallen, kan hij zich een (mogelijk ondoenlijk) onderzoek naar het bezit van de hond in de zin van art. 6:179 besparen.6