Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.6.1:6.6.1 Duiding rituele slacht door Thieme
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.6.1
6.6.1 Duiding rituele slacht door Thieme
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS455196:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2007/08, 31571, nr. 3, p. 2, 3.
Essentialisme in de betekenis van de sociale wetenschappen veronderstelt dat men een maatschappelijk fenomeen begrijpt vanuit een essentie of essenties in plaats van als een sociale constructie. De betekenis van een bepaalde godsdienst wordt uitgelegd vanuit bepaalde essentiële kenmerken en niet als het product van een tijdsgebonden duiding door mensen.
Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap 2011, p. 1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Thieme gaat in haar wetsvoorstel uitvoerig in op wat ritueel slachten is. Allereerst stelt zij in het algemeen, dat ritueel slachten het doden van een dier is volgens overgeleverde (religieuze) gebruiken, plechtigheden en ceremonieën, vervolgens merkt zij op dat in Nederland ritueel slachten alleen gebeurt binnen het jodendom en de islam en bespreekt zij tot in detail hoe binnen deze twee godsdiensten de slacht in zijn werking gaat en de religieuze bronnen waarop deze riten zijn gebaseerd. Zij aarzelt niet om religieuze teksten uit de Bijbel en de Koran aan te halen. Daarbij constateert Thieme grote overeenkomsten tussen de joodse en de islamitische rituele slacht.1 Weliswaar baseert Thieme haar uitleg van deze twee verschillende religieuze tradities op het werk van een aantal verifieerbare bronnen, toch presenteert zij haar uitleg als een vaststaand feit waarover binnen de verschillende religieuze tradities geen uiteenlopende opvattingen bestaan. Dat zij met deze duiding teveel een essentialistische2 benadering heeft blijkt uit de reacties uit de praktijk van het religieus slachten. Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) stelt namelijk dat Thieme ten aanzien van de Joodse godsdienst en de Joodse gemeenschap uitgaat van onjuiste uitgangspunten en veronderstellingen. Met andere woorden, het concept van rituele slacht dat Thieme naar voren brengt komt niet overeen met het concept dat de ‘rituele slachters’ hierover zelf hebben. Ook heeft het NIK scherpe kritiek op de parallellen die Thieme trekt tussen de joodse en de islamitische rituele slacht.3 ChristenUnie en SGP wijzen in de schriftelijke behandeling van het voorstel ook op de verschillen tussen de joodse en islamitische religieuze slacht. De vraag is volgens de ChristenUnie gerechtvaardigd of die verschillen niet een gedifferentieerde benadering verlangen.4