Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/4.2
4.2 Een indeling van verbintenissen om te doen
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS378799:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Behalve de verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening kan ook het karakter van andersoortige verbintenissen zich tegen een veroordeling tot nakoming verzetten. Zo heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de rechter de wetgever niet kan bevelen formele wetgeving tot stand te brengen, teneinde aan zijn implementatieverplichtingen te voldoen, zie HR 21 maart 2003, NJ 2003, 691(Waterpakt c.s./Staat) m.nt. TK en HR 1 oktober 2004, NJ2004, 679 (Stichting de Faunabescherming/Provincie m.nt. TK. Zie hierover ook Wissink & Meijer 2007, p. 297-306. In dit hoofdstuk beperk ik mij tot de bespreking van de beperking van het recht op nakoming bij de verbintenis tot (hoogst)persoonlijke dienstverlening.
Partl. Gesch. Boek 3, p. 895-896.
Vgl. art. 1275 BW (oud). Van Nispen 2003, nr. 12, ziet een artikel van Drion uit de jaren zestig echter als aanleiding van de opname van de categorie 'de aard van de verbintenis' in art. 3:296, zie Drion (1962) 1982, p. 103-105.
Zie over deze ontwikkeling van art. 1142 C.c. bijv. Laithier 2004, nr. 16 en 29-31, p. 38 en 50-53; en Debily 2002, nr. 92-108, p. 106-122.
Art. 9:102 lid 2 onder c PECL; art. 7.2.2 onder d UP; en art. BI-3:302 lid 1 onder c DCFR.
Overigens lezen sommige auteurs ook in art. 3:296 lid 1 'de aard der verplichting' een van rechtswege werkende beperking van het recht op nakoming in plaats van een door de schuldenaar in te roepen verweermiddel, bijv. Blaauw 1980, p. 6; en Stein & Rueb 2005, nr. 16.2.1. M.i. dienen de drie uitzonderingen van art. 3:296: de wet, de aard der verplichting, en de rechtshandeling echter te worden gelezen als door de schuldenaar in te roepen verweermiddelen. Net zoals de schuldenaar zich in beginsel als verweer tegen een vordering tot nakoming moet beroepen op de wet (bijv. verjaring van de rechtsvordering tot nakoming), of op een rechtshandeling (bijv. de contractuele uitsluiting van het recht op nakoming), ligt het op de weg van de schuldenaar zich erop te beroepen dat de aard van de verbintenis zich tegen nakoming verzet
Zie bijv. Jones & Goodhart 1996, p. 56-57.
Zie par. 4.5.
Alhoewel de verbintenis om te geven ook als verbintenis om te doen kan worden beschouwd, heeft deze verbintenis bijzondere eigenschappen die haar indeling als afzonderlijke categorie rechtvaardigt. De verbintenis om te doen heeft als object het verrichten van een positieve actie anders dan het overdragen van eigendom. Verbintenissen om te doen kunnen bovendien zowel resultaats- als inspanningsverbintenissen zijn, terwijl verbintenissen om te geven resultaatsverbintenissen zijn. Bijv. Larroumet 2003, nr. 65, p. 56-57; zie ook Asser/Hartkamp & Sieburgh 2008 (6-I*), nr. 22.
Ook de verbintenissen tot vervoer en verzekering worden tot deze categorie gerekend, deze verbintenissen vallen echter buiten het onderwerp van deze studie.
Zie over het niet-waterdichte onderscheid tussen resultaats- en inspanningsverbintenissen Houwing 1953, p. 477 e.v.; en Van Opstall 1976, p. 70 e.v.
De veroordeling van een man tot nakoming van zijn toezegging om medewerking te verlenen aan een joodse echtscheidingsbrief (`get') is in Duitsland en Frankrijk uitgesloten van toepassing van een dwangsom, zie bijv. in Duitsland OLG Killn 19 maart 1973, MDR 1973, p. 768-769. In Frankrijk Civ. 2' 21 november 1990, Bull. civ. II 239, N0 de pourvoi: 89-17659. Over het Amerikaanse recht op dit punt, zie Linzer 1981, p. 132-134. Zie over deze problematiek ook Spalter 2007, p. 37-43.
Bij gebrek aan daartoe bereidwillige lilliputters. De verbintenis ontstaat uiteraard alleen als het contract niet nietig is (art. 3:40), hetgeen wel het oordeel was van de Conseil d'Etat 27 oktober 1995, N0 de Pourvoi: 136727 (over de wetmatigheid van een door de lagere overheid uitgevaardigde verordening dwergwerpen te verbieden).
Bij de duiding of er sprake is van een persoonlijke prestatie speelt het subjectieve oordeel van de schuldeiser een grote rol, zie Stein/Jonas/Brehm 2004, § 887, nr. 6-7; en Hartmann 2007, § 887, nr. 6.
Op grond van art. 3:296 lid 1 BW kan een schuldenaar zich tegen een vordering tot nakoming verweren met het beroep op de stelling dat de aard van de verplichting zich tegen een veroordeling tot nakoming verzet.1 De Parlementaire Geschiedenis noemt als voorbeeld de auteur die weigert het boek te schrijven waartoe hij zich had verbonden.2
De regel dat de verbintenis tot persoonlijke dienstverlening het recht op nakoming kan uitsluiten, is een erfenis van de invloed die het Franse recht op het Nederlandse recht heeft gehad.3 In de Franse Code civil staat art. 1142, dat luidt:
Toute obligation de füre ou de ne pas füre se résout en dommages et intérêts en cas d'inexécution de la part du débiteur.
Hoewel de letterlijke tekst van de bepaling doet vermoeden dat elke verbintenis om te doen of niet te doen zich oplost in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding, is de betekenis van art. 1142 C.c. in de Franse jurisprudentie geëvolueerd. Thans geldt als hoofdregel naar Frans recht dat een schuldeiser een recht op nakoming heeft ook bij verbintenissen om te doen en niet te doen. Vervangende schadevergoeding is de uitzondering.4
Ook in de Principles of European Contract Law (PECL) en de Unidroit Principles heeft een schuldeiser van een verbintenis tot persoonlijke dienstverlening geen recht op nakoming.5 In deze Principles gaat het om een van rechtswege werkende beperking op het recht op nakoming die de rechter ambtshalve moet toepassen.6 In het Engelse recht bestaat eveneens grote terughoudendheid bij de rechter om een veroordeling tot nakoming uit te spreken van een verbintenis tot persoonlijke dienstverlening.7 In het Duitse recht verschaft het BGB de schuldenaar van een verbintenis tot persoonlijke dienstverlening een daarop toegesneden verweermiddel tegen een vordering tot nakoming (§ 275 Abs. 3).8 Wat is nu precies een verbintenis tot persoonlijke dienstverlening?
Verbintenissen kunnen worden onderscheiden in verbintenissen om te doen, verbintenissen om te geven,9 en verbintenissen om niet te doen. De verbintenis tot persoonlijke dienstverlening valt in de categorie van de verbintenissen om te doen.10 Bij een verbintenis tot persoonlijke dienstverlening verplicht een schuldenaar zich tot het persoonlijk verrichten van werkzaamheden jegens de andere partij. De schuldenaar van een verbintenis tot persoonlijke dienstverlening kan zich zowel verbinden tot het tot stand brengen van een resultaat als tot het verrichten van een inspanning.11 Behalve dat de inhoud en de strekking van een verbintenis kunnen meebrengen dat alleen de schuldenaar de verbintenis kan nakomen (art. 6:30), kunnen partijen zelf bedingen dat een verbintenis persoonlijk is. In het navolgende ga ik uit van de situatie dat partijen hebben nagelaten het persoonlijke karakter van de verbintenis te bedingen.
Een subcategorie van de verbintenis tot persoonlijke dienstverlening is de verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening. Tot deze categorie behoren verbintenissen waarvan de schuldenaar zich alleen door de inzet van zijn unieke intellectuele, creatieve, religieuze,12 of fysieke vrijheid kan bevrijden. Hierin onderscheidt de verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening zich van de gewone, niet-hoogstpersoonlijke verbintenis tot persoonlijke dienstverlening. Het optreden door een bekend musicus, het schilderen van een portret door een befaamd schilder, het schrijven van een proefschrift, het object zijn van dwergwerpen,13 zijn voorbeelden van hoogstpersoonlijke verbintenissen. Niet-hoogstpersoonlijke verbintenissen tot persoonlijke dienstverlening kunnen ook alleen door de schuldenaar worden uitgevoerd, maar vergen minder van zijn artistieke, intellectuele of fysieke vrijheid dan de nakoming van hoogstpersoonlijke verbintenissen. Bij niet-hoogstpersoonlijke verbintenissen denk ik aan de verbintenis die een arts, advocaat, (tuin)architect moet uitvoeren als de wederpartij bewust met deze partij heeft gecontracteerd vanwege zijn expertise en/of kunde.
Een scherp onderscheid tussen verbintenissen met een hoogstpersoonlijk karakter en verbintenissen die een hoogstpersoonlijk karakter ontberen, is echter niet te maken. De belangrijkste indicator van het hoogstpersoonlijke karakter van de verbintenis is, dat nakoming een groot beslag legt op de persoonlijke vrijheid van de schuldenaar.14 Wanneer de prestatie door een derde kan worden uitgevoerd, is de prestatie niet persoonlijk. De historicus die is ingeschakeld om de geschiedenis van een bedrijf te beschrijven, zou wellicht door een ander vervangen kunnen worden en hetzelfde geldt voor artiesten binnen een bepaald genre (het jarentachtigcoverbandje). In de volgende paragraaf onderzoek ik waarom de schuldenaar zich kan verweren tegen een vordering tot nakoming van een hoogstpersoonlijke verbintenis en stel ik de vraag aan de orde of deze uitzondering op het recht op nakoming gerechtvaardigd is.