De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap
Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/4.4.1:4.1 Vorming van de concernstrategie buiten de Nederlandse onderneming
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/4.4.1
4.1 Vorming van de concernstrategie buiten de Nederlandse onderneming
Documentgegevens:
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS391219:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tussen de taak van de leiding van een Nederlands en een buitenlands internationaal concern bestaat geen wezenlijk verschil: beide dienen zorg te dragen voor de ontwikkeling en implementatie van de strategie van de internationale groep. Daaruit volgt dat ook de leiding van een buitenlands internationaal concern in beginsel geen al te grote ruimte aan vertegenwoordigers van deelbelangen binnen de groep zal toekennen. In praktische zin kunnen wel grote verschillen bestaan tussen vanuit Nederland en vanuit het buitenland geleide concerns. De buitenlandse concernleiding staat fysiek en psychologisch veel verder af van de Nederlandse onderneming en haar werknemers, die binnen de internationale groep meestal slechts een van de vele – en niet noodzakelijkerwijs de grootste – operationele eenheden zal vormen. De buitenlandse concernleiding zal daarnaast vaak een minder vanzelfsprekend begrip hebben voor de Nederlandse sociale verhoudingen of de daarin bestaande medezeggenschapsrechten.
De beleidsvrijheid van de leiding van een buitenlands internationaal concern is niet onbegrensd. In de eerste plaats worden grenzen gevormd door praktische factoren als financieel-economische omstandigheden, marktontwikkelingen en overwegingen over (maatschappelijk) verantwoord ondernemerschap. Zonder invloed van buitenaf stelt de leiding deze grenzen zelf vast en is zij in hoofdzaak degene die beoordeelt in hoeverre het strategisch beleid moet worden aangepast aan omstandigheden komend van binnen of buiten het concern. In de tweede plaats wordt de beleidsvrijheid van de concernleiding beperkt door het juridisch kader waarbinnen zij opereert. Bij de beleidsbepaling van het buitenlandse internationale concern is een overkoepelend juridisch kader vaak niet aanwezig en komen begrenzingen in de juridische sfeer vaak pas in beeld wanneer uit dat beleid voortvloeiende strategische besluiten lokaal moeten worden uitgevoerd.
In de gedachtevorming rondom het strategisch beleid van het buitenlandse internationale concern krijgen de werknemers van de Nederlandse dochtervennootschap over het algemeen weinig plaats. De vraag is of een pleidooi voor werknemersinvloed op dat niveau realistisch zou zijn. Bezien vanuit de taak van de concernleiding kan het omgekeerde worden betoogd: haar plicht betreft de vormgeving van het beleid van de groep en daarbij hoort dat zij geen of slechts beperkte ruimte laat voor het werknemersbelang van de Nederlandse dochter. Ook in praktische zin is de uitwerking van werknemersinvloed op de topholding van buitenlandse internationale concerns moeilijk denkbaar. Die topholding staat geregeld in een zodanig ver verwijderd verband tot de Nederlandse dochtervennootschap, dat deelname van werknemers aan de strategische gedachtevorming moeilijk te realiseren valt. De internationale leiding en de Nederlandse werknemersvertegenwoordigers hebben over het algemeen geen contact. Zij kennen elkaar niet en bij de concernleiding zal de wens daartoe meestal ook niet bestaan.
Daaruit volgt dat werknemers die invloed willen uitoefenen op de beleidsvorming op het niveau van de topholding van het buitenlandse internationale concern, wellicht meer dan bij het Nederlandse internationale concern zullen moeten teruggrijpen op juridische middelen. Daarbij stuiten zij op de beperkingen van het rechtssysteem, die ik nu zal behandelen.