Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/6.4.5
6.4.5 Gevolgen van storingen in het herstel of de vervanging
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS380008:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 4 februari 2000, NJ 2000, 258, r.o. 3.6(Kinheim/Pelders).
Zie Lewin 2006, p. 630-631, die verschillende voorbeelden geeft waarin een ingebrekestelling achterwege dient te blijven.
HR 22 oktober 2004, NJ 2006, 597(Endlich/Bouwmachines) m.nt. Hijma.
Volgens Streefkerk kan een ingebrekestelling reeds achterwege blijven als de schuldenaar bij zijn eerste nakomingspoging blijk heeft gegeven van grove ondeskundigheid, zie Streefkerk 2004, p. 11.
Huth 2006, p. 81. Zie ook Art. 4:203 par. 1 PELS. Zie ook Asser/Hijma 2007 (5-I), nr. 401a.
Buck 2002, p. 132 en 136-137; Derleder & Sommer 2007, p. 341; en Reinicke & Tiedtke 2004, nr. 486, p. 186187. Terughoudend is Gutzeit 2008, p. 1359-1362. Zie ook de noot van Bnumer bij HR 22 mei 1981, NJ1982, 59 (Van der Gun/Farmex). Als het falen van de reparatie- of vervangingspoging aan de schuld van de schuldenaar is te wijten, kan de schuldeiser zich eerder op het standpunt stellen, dat hij een nieuwe poging niet hoeft te tolereren en kan hij zonder voorafgaande ingebrekestelling schadevergoeding of ontbinding vorderen, vgl. Bakels 1993, p. 218-220.
BGB Kommentar/Schmidt 2007, § 439, nr. 16. Dit recht komt uiteraard alleen de koper en niet de falende verkoper toe, zie Ball 2004, p. 225-226.
Niet relevant is derhalve of de verkoper zich aanvankelijk met succes tegen vervanging had verweerd, omdat de kosten van vervanging meer dan 20% waren dan de kosten die met herstel waren gemoeid, vgl. Schuldrecht/ Haas 2002, hfdst. 5, nr. 164.
Indien de schuldenaar een oprechte nakomingspoging heeft gewaagd, kan hij de kosten daarvan m.i. meetellen bij de totale nakomingskosten, zie ook par. 6.3.3. Anders Ball 2004, p. 226.
JH Ritchie Ltd v Loyd Ltd [2007] 1 Lloyd's Rep HL 544.
JH Ritchie Ltd v Loyd Ltd [2007] 1 Lloyd's Rep HL 544, op p. 549. Lord Hope oordeelde dat de weigering van de verkoper mee te delen wat de oorzaak van het gebrek was de schending van een 'implied term' inhield die de koper het recht bood de gerepareerde zaak te weigeren.
In het Franse consumentenkooprecht ontstaat van rechtswege een recht op prijsvermindering of ontbinding, indien de verkoper er niet in slaagt het gebrek te herstellen of de zaak te vervangen binnen een maand nadat hij daartoe door de consumentkoper is aangesproken (art. L211-10 Code de la consommation).
BT-Drucks 14/6040, p. 389. Zie ook Bitter & Meidt 2001, p. 2117. De vuistregel van twee verzoeken, geldt alleen voor herstel (§ 440 spreekt in dit verband slechts over `Nachbesserung') niet voor vervanging. Volgens Haas geeft de in § 440 gegeven vuistregel echter ook houvast bij vervanging, zie Schuldrecht/Haas 2002, hfdst. 5, nr. 184. Naar analogie van § 440 S.2, dient ook een opdrachtgever de aannemer in beginsel twee maal tot nakoming aan te sporen, aldus Derleder & Z.nker 2003, p. 2780. Anders Huth 2006, p. 80.
Vgl. Lewin 2006, p. 630. Voor Duits recht Palandt/Putzo 2005, § 440, nr. 7. Zie ook Schuldrecht/Haas 2002, hfdst. 5, nr. 184. Loos lijkt er vanuit te gaan dat een koper na twee mislukte herstelpogingen niet meer gehouden is een nieuwe herstelpoging te accepteren, zie Geschillencommissie Thuiswinkel, 17 juni 2005, TvC 2005, p. 232-233, m.nt. M.B.M. Loos. Klik spreekt over 2 á 3 herstelpogingen, zie Klik 2004, p. 74. Abas roept wel de vraag op hoeveel nakomingspogingen de koper dient te accepteren, maar waagt zich niet aan een beantwoording en roept een koopdeskundige op hierover het hoofd te buigen, zie Hof Den Haag 22 januari 2004, PrG 2004, 6195, m.nt. Abas.
BGH 15 november 2006, NJW 2007, p. 505. Voor vier herstelpogingen zou alleen in heel bijzondere omstandigheden reden kunnen zijn, zie bijv. OLG Killn 12 december 2006, NJW 2007, p. 1695.
Reinicke & Tiedtke 2004, nr. 470, p. 182.
Schuldrecht/Haas 2002, hfdst. 5, nr. 184; en Ball 2004 p. 225. Hondius stelt voor dat de koper in geval van de koop van een muziekinstrument, i.c. een tenorsaxafoon, rauwelijks mag ontbinden nadat de verkoper in het kader van vervanging een tweede gebrekkig exemplaar heeft geleverd, zie Ktg. Utrecht 5 maart 1992, TvC 1993, p. 25 m.nt. E.H. Hondius.
Op grond van ongeschreven recht (aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, art. 6:248 lid 1) dient het verzuim in dit geval zonder ingebrekestelling in te treden, vgl. onder het BW (oud) HR 26 maart 1982, NJ 1982, 626(Automatic Signal/ De Haas) m.nt. CJHB.
Indien de schuldeiser na het verlopen van de ingebrekestellingstermijn nogmaals nakoming vordert, herleven zijn recht op omzetting en ontbinding weer nadat hij de schuldenaar een redelijke kans heeft gegeven om na te komen, maar de schuldenaar daarvan geen gebruik heeft gemaakt, zie Althammer 2006, p. 1181. Indien de schuldeiser de verbintenis heeft omgezet of ontbonden, kan hij daar in beginsel niet op terugkomen door alsnog een andere remedie in te roepen. In een uitzonderlijk geval kan de redelijkheid en billijkheid echter anders meebrengen, zie Stolp 2007a, p. 104, vtnt. 12.
In bijzondere omstandigheden kan het, ondanks het verstrijken van een bij ingebrekestelling gestelde redelijke termijn, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat de schuldeiser schadevergoeding of ontbinding vordert in plaats van de schuldenaar nóg een nakomingskans te geven, zie par. 9.2.4. Indien de verkoper in de periode dat een ingebrekestellingstermijn loopt een ondeugdelijke prestatie levert, dient de koper na het verlopen van die termijn mee te delen of hij alsnog correcte nakoming dan wel schadevergoeding of ontbinding verlangt, zie Derleder & Z.nker 2003, p. 2781-2782.
Zie Reinicke & Tiedtke 2004, nr. 469, p. 181. In een m.i. discutabele uitspraak van het OLG Saarbracken werd schade die tijdens het herstelproces ontstond, maar geen betrekking had op het aanvankelijke gebrek niet als falen van de nakomingspoging gezien. Het OLG Saarbracken oordeelde dat de verkoper van een auto volledig geslaagd was in het herstel toen het aanvankelijke gebrek was verholpen, maar de auto tijdens het herstelproces was beschadigd. Het OLG overwoog: 'Das Fehlschlagen der von der Bekl. geschuldeten Nacherfüllungshandlung ist allein danach zu beurteilen, inwieweit der den Nacherfüllungsanspruch auslösende Mangel behoben wurde oder nicht. Die Anspringproblematik wurde behoben, die durch die Karosseriebeschädigung bedingte Wertminderung steht außerhalb des unmittelbare auf die Mangelbeseitigung bezogenen Pflichtenprogramms der Bekl. als Verkäuferin, so dass von einem Fehlschlagen der Nachbesserung keine Rede sein kann', zie OLG. Saarbracken 25 juli 2007, NJW 2007, p. 3504. Tijdens het herstel en de vervanging is beschadiging van de zaak m.i. voor risico van de verkoper tot het moment van de tweede levering (vgl. art. 7:10 lid 1). Schade die aan de vervangende of gerepareerde zaak ontstaat voordat de verkoper de zaak heeft afgeleverd, dient mijns inziens voor rekening van de verkoper te komen, vgl. Guest & Ellinger 2006, nr. 12-085, p. 649.
Huber & Faust 2002, hfdst. 13, nr. 50; en Dauner-Lieb 2007, p. 152-160.
Gsell 2006, p. 305-307, zo ook Schroeter 2007, p. 43-45.
Het BGB bevat twee bepalingen die aangeven wanneer een storing in de uitvoering van het herstel of de vervanging rauwelijkse ontbinding of omzetting in vervangende schadevergoeding rechtvaardigen (§ 440 voor koop en § 636 voor aanneming van werk). De meest vergaande bepaling is § 440:
Auβer in den Fällen des § 281 Abs. 2 und des § 323 Abs. 2 bedarf es der Fristsetzung auch dann nicht, wenn der Verkäufer beide Arten der Nacherfüllung gemn § 439 Abs. 3 verweigert oder wenn die dem Käufer zustehende Art der Nacherfüllung fehlgeschlagen oder ihm unzumutbar ist. Eine Nachbesserung gilt nach dem erfolglosen zweiten Versuch als fehlgeschlagen, wenn sich nicht insbesondere aus der Art der Sache oder des Mangels oder den sonstigen Umständen etwas anderes ergibt.
Indien de verkoper weigert beide vormen van nakoming uit te voeren, omdat hij zich ten aanzien van beide nakomingsvormen met recht beroept op de onevenredig hoge kosten (130%-richtlijn), kan de koper schadevergoeding of ontbinding vorderen zonder dat hij hiervoor een ingebrekestelling hoeft te versturen. Dit geldt ook als de verkoper zich bij zijn weigering ten onrechte op de onevenredigheid van de nakomingskosten beroept, maar de nakomingskosten in werkelijkheid de redelijkheidsgrenzen niet overschrijden. Een weigering door de schuldenaar om na te komen, doet het verzuim immers van rechtswege intreden (art. 6:83 onder c). Voorts kan een ingebrekestelling achterwege blijven, indien van de schuldeiser niet gevergd kan worden dat hij zijn wederpartij een kans tot herstel of vervanging geeft. De Hoge Raad overweegt in Kinheim/Pelders:1
Indien een schuldenaar aanvankelijk een ondeugdelijke prestatie heeft geleverd doch deze vatbaar is voor herstel door alsnog een deugdelijke prestatie te leveren of het gebrek in de geleverde prestatie te herstellen, en van de schuldeiser gevergd kan worden dat hij de schuldenaar daartoe in gelegenheid stelt, zal verzuim te dien aanzien in beginsel pas intreden nadat de schuldeiser de schuldenaar op de voet van art. 6:82 lid 1 de gelegenheid tot herstel heeft gegeven.
Van een schuldeiser kan bijvoorbeeld in redelijkheid niet worden gevergd een formele ingebrekestelling te sturen,2 indien er sprake is van spoedeisendheid en voorzienbaar is dat de schuldenaar niet met voldoende voortvarendheid zal nakomen.3 Een ingebrekestelling kan ook achterwege blijven, indien de prestatie een serie van ernstige gebreken vertoont en de schuldeiser zijn vertrouwen in de wederpartij volledig heeft verloren,4 alsmede wanneer beide nakomingsvormen tot ernstige overlast voor de schuldeiser zullen leiden.5 Aan de door de redelijkheid en billijkheid ingegeven uitzonderingen op een tweede nakomingskans, kan de situatie worden toegevoegd dat de schuldenaar de schuldeiser nalaat in te lichten over een gebrek in de prestatie waarmee de schuldenaar bekend is, of zou moeten zijn.6
Indien de verkoper faalt in de uitvoering van de gekozen nakomingsvorm, bijvoorbeeld herstel, heeft de koper de keuze tussen schadevergoeding, ontbinding of (opnieuw) vervanging of herstel.7 Indien de verkoper na het mislukken van herstelpogingen vervanging kiest, zal de verkoper zich niet als verweer op de 20%-richtlijn kunnen beroepen, omdat hij zijn kans om te herstellen reeds heeft gehad.8 De verkoper kan zich ten aanzien van de vordering tot vervanging van de koper wel verweren met een beroep op de 130%-richtlijn.9
Omstandigheden tijdens of na het herstel kunnen ertoe bijdragen dat de koper de herstelde zaak niet hoeft te accepteren. Een voorbeeld is de Engelse zaak Ritchie Ltd. v Lloyd Ltd.10 De omstandigheid dat de verkoper weigerde mee te delen wat de oorzaak en de aard van het gebrek in de koopzaak was, verschafte de koper het recht de gerepareerde zaak te weigeren.11
Naar Duits recht mag een koper in beginsel rauwelijks schadevergoeding of ontbinding vorderen als hij de verkoper tweemaal tevergeefs heeft verzocht om de zaak te repareren, al heeft hij dat verzoek niet in de vorm van een formele ingebrekestelling gegoten (§ 440 zin 2).12 Ongeacht of de verkoper in het geheel niet reageert op beide verzoeken of niet slaagt in het herstel, mag de koper rauwelijks omzetten of ontbinden, tenzij uit de aard van de zaak of het gebrek of overige omstandigheden iets anders voortvloeit.13 Het aantal van twee verzoeken is dus een vuistregel.14 Bij technisch ingewikkelde zaken, moeilijk op te heffen gebreken, of bij herstel onder moeilijke omstandigheden ligt een hoger aantal herstelverzoeken voor de hand.15 Indien na vervanging blijkt dat de vervangende zaak eenzelfde of een ander gebrek heeft, kan betoogd worden dat een tweede vervangingspoging niet van de koper kan worden gevergd, omdat de koper zijn vertrouwen in de verkoper zal hebben verloren nu hij voor de tweede keer een non-conforme prestatie levert.16 Anderzijds zal vervanging voor de koper doorgaans minder bezwaarlijk zijn dan herstel, zodat hij de verkoper wellicht meer dan één vervangingspoging moet toestaan.17 Indien een schuldeiser herstel of vervanging vordert, maar zijn vordering niet in de vorm van een formele ingebrekestelling heeft gegoten, zou de koper na het herhaaldelijk mislukken van de herstel- of vervangingspoging mijns inziens ook naar Nederlands recht rauwelijks mogen ontbinden, omzetten of vertragingsschade vorderen.18
Indien de schuldenaar via een ingebrekestelling vervanging of herstel vordert maar het gewenste resultaat uitblijft, kan de schuldeiser met het verstrijken van de redelijke termijn de overeenkomst ontbinden of vervangende schadevergoeding vorderen,19 omdat het verzuim is ingetreden.20 Ditzelfde heeft te gelden als het herstel wel binnen de bij ingebrekestelling gestelde termijn wordt uitgevoerd, maar na het herstel nieuwe, herstelgerelateerde,21 gebreken ontstaan.22 Indien de koper na het vruchteloos verstrijken van een bij ingebrekestelling gestelde termijn nalaat omzetting of ontbinding te vorderen, staat het de verkoper vrij aan te bieden het gebrek alsnog te herstellen of de zaak te vervangen.23