Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.3.4:5.5.3.4 Gericht
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.3.4
5.5.3.4 Gericht
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186642:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 5.5.3.2.
Vgl. artt. 6:5 lid 2, 6:160 lid 2, 7:175 lid 2 en 6:253 lid 4 BW en daarover Spierings 2016, nr. 416 en 421.
Zie Spierings 2016, p. 342, Asser/Sieburgh 6-III 2018/101 & 104 en bijvoorbeeld artt. 3:33, 3:35, 3:45 lid 2 BW en art. 42 lid 2 Fw.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
252. Gerichte eenzijdige rechtshandelingen hebben pas rechtsgevolg als de voor die rechtshandeling vereiste verklaring degene heeft bereikt tot wie die rechtshandeling is gericht.1 Dat is bij een eenzijdige achterstelling de senior, omdat de rang een kwestie is tussen de schuldeisers. Als de junior een eenzijdige verklaring aan de schuldenaar richt, dan ligt het voor de hand om die verklaring uit te leggen als een aanbod om tot een achterstellingsovereenkomst in de zin van artikel 3:277 lid 2 BW te komen.
De eenzijdige achterstelling door een verklaring van de junior aan de senior komt tot stand als de senior die verklaring ontvangt. Het is niet vereist dat de senior de achterstelling aanvaardt.2 De aanvaarding door de senior kan echter eenvoudig worden aangenomen omdat de achterstelling voor de senior alleen voordelen met zich brengt.3 Bovendien is de aanvaarding vormvrij. Die kan dus ook stilzwijgend geschieden of doordat de senior een beroep doet op de achterstelling. Door deze eenvoudige constructie van de aanvaarding kan er nauwelijks onderscheid gemaakt worden tussen de achterstelling die tot stand komt in een eenzijdige gerichte rechtshandeling en de achterstelling op grond van een overeenkomst tussen de schuldeisers. Die twee vormen zijn alleen te onderscheiden als de senior tegen de achterstelling protesteert.
Op eenzijdige gerichte rechtshandelingen zijn veelal de regels betreffende overeenkomsten van toepassing, in het bijzonder waar het de totstandkoming, geldigheid, nietigheid en uitleg betreft.4 Dat geldt ook voor achterstellingen op grond van een eenzijdige gerichte rechtshandeling.