Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/7.6.5:7.6.5 Conclusie
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/7.6.5
7.6.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949776:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 7:933 lid 1 BW is (dwingendrechtelijk) bepaald dat alle mededelingen waartoe de verzekeringsovereenkomst de verzekeraar aanleiding geeft schriftelijk moeten geschieden. Op grond van art. 1 lid 3 Besluit EM 2011 kunnen deze mededelingen ook langs elektronische weg geschieden, indien de geadresseerde daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd. De vraag rijst daarom of DNB, indien zij de verzekeraar op grond van art. 3:119 en 3:120 Wft opdracht geeft om advertenties te plaatsen in landelijke dagbladen, aan de verzekeraar eigenlijk opdracht geeft tot een handelen in strijd met art. 7:933 BW. Mijns inziens zijn er argumenten om die vraag bevestigend te beantwoorden. Indien DNB op grond van art. 3:119 en 3:120 Wft opdracht zou geven om individuele kennisgevingen te versturen, dan kan de verzekeraar daarom veiligheidshalve bij het versturen van die kennisgevingen de voorschriften van art. 7:933 BW en het Besluit EM 2011 maar beter wél in acht nemen. Een schadeverzekeraar die van de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW gebruik maakt, moet zich in ieder geval houden aan het bepaalde in art. 7:933 BW en het Besluit EM 2011.