Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/7.2.3.1
7.2.3.1 Beslag op niet-ingeschreven netten
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS617294:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Objectadresgegevens kunnen niet voorhanden zijn aangezien deze niet aan netten worden toegekend.
Artikel 725 Rv bepaalt dat verlof verleend kan worden om beslag te leggen op een of meer bepaald aan te wijzen onroerende zaken (cursivering BJ). Zie verder Jansen 1990, p. 337 en Oudelaar 2000, p. 149.
De globale ligging van het net zal moeten worden weergegeven, al was het maar om te beoordelen of de betreffende rechter bevoegd is om over het verlof te oordelen. Immers het verlof moet verleend worden door de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen welk rechtsgebied de onroerende zaak zich (deels) bevindt.
Hoewel het vermelden van de kadastrale aanduiding een inschrijvingseis is, is niet vereist dat dit een actuele en volledige kadastrale aanduiding is.
Louwman en Van Dam 2008.
Ook kan de situatie zich voordoen dat de beslaglegger ervan uitgaat dat de beslagdebiteur, eigenaar van het net zou kunnen zijn, maar dat het net in werkelijkheid een onderdeel (bestanddeel) is van een veel groter net dat aan een derde toebehoort en de beslagene het net 'slechts' beheert voor die derde. Beslag leggen op een niet eerder ingeschreven net brengt voor de beslaglegger daarom de nodige risico's met zich.
Het is echter lastiger om beslag te leggen (en in te schrijven in de openbare registers) op een net dat nog niet in voornoemde registers is ingeschreven. Want hoe moet een onroerende zaak worden aangeduid als geen feitelijke liggingsgegevens of kadastrale aanduiding1 voorhanden zijn? Dit kan problemen geven bij onder andere het vragen van verlof om conservatoir beslag te leggen op een net. In het verzoekschrift om verlof te krijgen moet de schuldeiser al uitdrukkelijk en bepaaldelijk de onroerende zaak aanwijzen (individualiseren) waarop het beslag zal worden gelegd.2 Een bepaalde omschrijving van het net, inclusief de globale ligging,3 zal in het verzoekschrift moeten worden opgenomen alvorens het verlof kan worden verleend. Genoemd probleem doet zich ook voor als het proces-verbaal van inbeslagneming wordt aangeboden ter inschrijving in de openbare registers. Het Kadaster accepteert een procesverbaal waarin de kadastrale aanduiding4 van minimaal één doorsneden perceel is vermeld. Reden hiervoor is5 dat van de beslagdebiteur (eigenaar net) niet kan worden verwacht dat hij de beslaglegging vergemakkelijkt door het net eerst in te schrijven. Daarnaast is het noemen van één perceel voldoende als het evident is dat het beslagen net in het (genoemde) doorsneden perceel ligt. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als het kadastrale perceel wordt genoemd waarop een bovengronds onderdeel van het net is gesitueerd dat toebehoort aan de beslagdebiteur. Lastiger wordt het voor de beslaglegger als een dergelijk bovengronds onderdeel ontbreekt, althans als de beslaglegger geen kennis heeft van een zodanig bovengronds onderdeel. In de praktijk kan het voorkomen dat de ligging van een net in de loop der tijd wijzigt (zie ook par. 6.3.1.1) of dat het net is verlegd. Aangezien onder het beslag alleen datgene valt wat volgens het proces-verbaal door de deurwaarder in beslag is genomen, is een zorgvuldige identificatie van het net dus noodzakelijk. Zekerheidshalve zal de beslaglegger dan — hoewel dit dus niet noodzakelijk is voor inschrijving van het proces-verbaal in de openbare registers — meerdere doorsneden percelen (indien bekend) kunnen noemen evenals andere identificeerbare kenmerken van het net (diepteligging, kleur, identificatiecode etc.).6