Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.5.2.3
10.5.2.3 Conclusie
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576379:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie HvJ EG 14 oktober 1976, zaak 29/76 (LTU/Eurocontrol), Jur. 1976, p. 1541, NJ 1982, 95 m.nt. JCS; HvJ EG 16 december 1980, zaak 814/79 (Staat/Rigfer), Jur. 1980, p. 3807, NJ 1982, 97 m.nt. JCS; HvJ EG 21 april 1993, zaak C 0172/91 (Sonntag/Waidmann), Jur. 1993, p.1-1963, NJ 1995, 207; HvJ EG 1 oktober 2002, zaak C-167/00 (VKI/IlenIcel), Jur. 2002, p. 1-8111, NJ 2005, 221 m.nt. PV; HvJ EG 14 november 2002, zaak C-271/00 (Steenbergen/Baten), Jur. 2002, p.1-10489, NJ 2003, 598 m.nt. PV; HvJ EG 15 mei 2003, zaak C-266/01 (PFA/Staat), Jur. 2003, p.1-4867, NJ 2005, 65 m.nt. PV; HvJ EG 15 januari 2004, zaak C-433/01 (Bayern/Blijdenstein), Jur. 2004, p. 1-981; HvJ EG 5 februari 2004, zaak C-265/02 (Frahuil/Assitalia), Jur. 2004, p. 1-1543, NJ 2005, 66 m.nt. PV. Zie voor een analyse van het begrip burgerlijke en handelszaken in het internationaal privaatrecht: Polak & Bomhoff 2005, p. 153-179.
Voor de erkenning en tenuitvoerlegging van de beslissing van de Amerikaanse rechter is wel vereist dat de buitenlandse rechter bevoegd is geweest om van de zaak kennis te nemen. De vreemde rechter dient zijn rechtsmacht te hebben aangenomen op een internationaal algemeen aanvaarde grond (het Nederlands internationaal bevoegdheidsrecht of het internationaal bevoegdheidsrecht van de vreemde rechter speelt hierbij dus geen rol). Het forum actoris (de rechter van de woonplaats van de eiser) wordt internationaal als exorbitant. beschouwd en is dus geen internationaal aanvaarbare grond voor de rechter om zich bevoegd te achten.
De erkenning en tenuitvoerlegging onder het commune recht zal alleen een rol spelen indien het een beslissing betreft die niet door een gerecht van een lidstaat is gegeven of indien het geen burgerlijke zaak of handelszaak betreft. Dit laatste criterium vormt in een zaak die geïnitieerd wordt door private partijen en ziet op privaatrechtelijke aansprakelijkheid (wegens een schending van het mededingingsrecht) geen probleem. Dit zal alleen anders zijn ingeval het een geschil met een overheidsinstantie betreft die krachtens overheidsbevoegdheid optreedt omdat gebruik wordt gemaakt van bevoegdheden die afwijken van het gemene recht.1
Indien het een beslissing betreft die is gegeven door een gerecht van een lidstaat zal op grond van artikel 32 EEX-VO de erkennings- en tenuitvoerleggingsregeling van de EEX-verordening van toepassing zijn. De betekenis voor de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht van de erkenning en tenuitvoerlegging onder het commune recht is dan ook beperkt. Te denken valt bijvoorbeeld aan een beslissing van de Amerikaanse rechter (een gerecht van een niet-lidstaat) die een in Nederland gevestigde partij heeft veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding jegens de gelaedeerde wegens schending van het Amerikaans mededingingsrecht.2