Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.6
2.6 Artikel 149 Rv: dossier als ondergrens
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS298602:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 18 december 1987, NJ 1988, 679, m.nt. W.H. Heemskerk (Schook/Vergeer); Snijders, Klaassen & Meijer 2011, p. 53-55 (nr. 45a).
In artikel 149, lid 1 Rv wordt nog gesteld dat stellingen als vaststaand moeten worden aanvaard wanneer zij onvoldoende worden weersproken door de wederpartij. Dat uitgangspunt van het bewijsrecht, voortvloeiend uit het beginsel van partijautonomie, geldt echter niet wanneer dat zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije beschikking staat. Kortom, in geval van bepalingen van openbare orde kan de rechter een bewijsopdracht geven met betrekking tot een niet, of onvoldoende betwiste stelling. In dat geval geldt het beginsel van partijautonomie evenmin.
HR 20 april 2001, NJ 2001, 600, m.nt. W.M. Kleijn en F.C.B. van Wijmen (A/De Stichting), r.o. 3.11.
50
Als de rechter op grond van de openbare orde buiten de rechtsstrijd mag treden, wordt hij nog steeds begrensd in het gebruik van feitelijk materiaal. In dat geval vormt artikel 149 Rv de norm. Dit artikel bindt de rechter aan de gegevens die zich in het dossier bevinden en vormt daarmee de ondergrens voor de beslissing. Als het dossier onvoldoende informatie bevat om tot toepassing van een rechtsregel over te gaan, dient deze toepassing achterwege te blijven. Zelf op zoek gaan naar de ontbrekende feitelijke informatie is niet geoorloofd.1
Van welke gegevens mag de rechter nu precies gebruikmaken? Het feitencomplex waaruit de rechter kan putten betreft feiten die in het geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld, feiten van algemene bekendheid en algemene ervaringsregels.2 Deze binding van de rechter aan de feiten die zich in het dossier bevinden, de feiten van algemene bekendheid en de algemene ervaringsregels moet niet te nauw worden opgevat. Hoewel het zeker niet is toegestaan ambtshalve feiten te vergaren, kan de rechter wel naar aanleiding van het feitencomplex dat hij ex artikel 149 Rv mag hanteren wel bepaalde zaken constateren of tot bepaalde conclusies geraken.3