Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/6.2:6.2 Wat wordt verstaan onder de “onbeschermde” vennootschap?
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/6.2
6.2 Wat wordt verstaan onder de “onbeschermde” vennootschap?
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS351940:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Maeijer in onderdeel 1 van zijn noot onder de RNA-beschikking in NJ 2003/286, Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II*2009/635, Perrick, Den Boogert bundel 2008, p. 144.
In deze zin de Hoge Raad in r.o. 3.1 van HR 18 april 2003, NJ 2003/286 m.nt. Maeijer (Westfield/ RNA).
Over preventieve beschermingsmaatregelen paragraaf 2.2.1.
Zie paragraaf 2.6 over de bezwaren tegen beschermingsmaatregelen.
Zie hierover paragraaf 4.5.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder een “onbeschermde” vennootschap versta ik een beursgenoteerde vennootschap:
die een kenbare statutaire inrichting heeft waaruit niet blijkt van enige beschermingsmogelijkheden; of
die vrijwillig art. 2:359b lid 1 BW toepast en derhalve slechts met goedkeuring van haar algemene vergadering beschermingsmaatregelen kan opwerpen.
Men duidt de beursgenoteerde vennootschap onder (i) ook wel aan als een vennootschap met een “open structuur”.1 De woorden “open structuur” suggereren dat de vennootschap een open karakter heeft in die zin dat de algemene vergadering met gewone meerderheid bestuurders en commissarissen kan ontslaan en benoemen.2 De invloed van de algemene vergadering op de benoeming van bestuurders en commissarissen wordt dus niet beperkt door statutaire oligarchische clausules. Een vennootschap met een “open structuur” zou ik ruimer willen interpreteren. Het gaat om de beursgenoteerde vennootschap die geen enkele preventieve beschermingsmaatregelen3 heeft getroffen tegen een vijandige overval, noch in de vorm van enige oligarchische clausules, noch in de vorm van de mogelijkheid om zonder tussenkomst van de algemene vergadering aandelen uit te geven voor andere doeleinden dan te voorzien in de financieringsbehoeften.
De beursgenoteerde vennootschap onder (ii) hoeft niet zozeer een kenbare statutaire inrichting te hebben waaruit niet blijkt van enige beschermingsmogelijkheden. Deze vennootschap onderscheidt zich van de onder (i) omschreven beursgenoteerde vennootschap, doordat zij alleen met goedkeuring van de algemene vergadering handelingen kan verrichten die het slagen van het openbaar bod door de vijandige bieder kan frustreren. Die goedkeuring geldt alleen in een situatie van een openbaar bod en niet in andere situaties zoals die waarin een aandeelhouder aandringt op een wijziging van de stategie. Het beschermingkarakter bij de onder (ii) genoemde beursgenoteerde vennootschap is daarom groter dan bij de vennootschap onder (i).
De “onbeschermde” vennootschap heeft veelal aan de markt gecommuniceerd dat zij een onbeschermde status heeft. Een reden daarvoor kan zijn dat de vennootschap daarmee meer beleggers verwacht aan te trekken.4 Heeft zij dat niet als zodanig gecommuniceerd, dan blijkt de onbeschermde status a contrario uit het jaarverslag van de vennootschap. De beursgenoteerde vennootschap is immers op grond van art. 10 Overnamerichtlijn en best practice bepaling 4.2.6 NCGC 2016 gehouden om beschermingselementen in haar jaarverslag kenbaar te maken.5