Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/3.8.5
3.8.5 Gelijkheidsbeginsel
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS398494:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld HvJEG 20 oktober 2009, C-449/08 (Elbertsen), Jur. 2009, p. 1-10241, r.o. 41; HvJEG 12 juli 2005, gevoegde zaken C-154/04 en C-155/04 (Nutri-Link), Jur. 2005, p.1-6451, r.o. 115; HvJEG 9 september 2004, gevoegde zaken C-184/02 en C-223/02 (Spanje en Finland/ Parlement en Raad), Jur. 2004, p. 1-7789, r.o. 64; HvJEG 13 december 1984, 106/83 (Sermide), Jur. 1984, p. 4209, r.o. 28; HvJEG 19 oktober 1977, gevoegde zaken 117/76 en 16/77 (Ruckdeschel e.a.), Jur. 1977, p. 1753. Zie omtrent het Europese gelijkheidsbeginsel voorts Craig 2012B, p. 496 e.v.; Jans e.a. 2011, p. 128 e.v.; Tridimas 2006, p. 59 e.v.; Groussot 2006, p. 160 e.v.
Zie HvJEU 24 juni 2010, C-375/08 (Luigi Pontini), Jur. 2010, p. 1-5767, r.o. 84.
HvJEG 17 juli 1997, C-354/95 (National Farmers' Union), Jur. 1997, p. 1-4559, r.o. 61 e.v.
Zie hieromtrent HvJEG 11 november 2004, C-171/03 (Toeters en Verberk), Jur. 2004, p. 1-10945.
Dit volgt bijvoorbeeld uit HvJEG 4 juni 2009, C-241/07 UK Otsa Talu), Jur. 2009, p. 1-4323, r.o. 49 en 50.
Zie HvJEG 27 november 2001, gevoegde zaken C-285/99 en C-286/99 (Lombardini en Mantovani), Jur. 2001, p. 1-9233, r.o. 37. Zie omtrent dit concept van het gelijkheidsbeginsel Craig 2012, p. 496-497.
Zie paragraaf 5.4.
Het beginsel van gelijke behandeling vereist dat, behoudens objectieve rechtvaardiging, vergelijkbare situaties niet verschillend en verschillende situaties niet gelijk worden behandeld, tenzij dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is.1 Het Europees gelijkheidsbeginsel is ook van betekenis voor de verstrekking van Europese subsidies door nationale uitvoeringsorganen. Allereerst dienen lidstaten die de discretionaire ruimte invullen die hun toekomt op grond van de Europese landbouwsubsidieregelgeving, objectieve criteria toe te passen en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen.2 Ten tweede heeft het gelijkheidsbeginsel tot gevolg dat bij het opleggen van sancties bijvoorbeeld een onderscheid dient te worden gemaakt tussen enerzijds ontvangers van Europese subsidies die opzettelijk of door grove nalatigheid zich niet aan de Europese regels hebben gehouden en anderzijds ontvangers van Europese subsidies die zich evenmin aan de Europese regels hebben gehouden, maar waar opzet of grove nalatigheid ontbreekt.3 Ten slotte geldt dat het gelijkheidsbeginsel van belang is in het kader van de procedure tot verstrekking van Europese subsidies die nationale uitvoeringsorganen hanteren. Zo zijn in het kader van de Europese landbouwsubsidies op Europees niveau fatale indieningstermijnen vastgesteld die er onder meer toe dienen dat de nationale aanvragers van Europese subsidies gelijk worden behandeld.4 Ook indien het Europese recht niets omtrent de procedure tot verstrekking van Europese subsidies bepaalt, geldt het Europees gelijkheidsbeginsel onverkort.5 Dit betekent dat nationale uitvoeringsorganen ervoor moeten zorgdragen dat de aanvragers van Europese subsidies gelijk worden behandeld en dientengevolge gelijke kansen hebben. In zoverre bestaat een overeenkomst met het in het aanbestedingsrecht geldende gelijkheidsbeginsel. De aanbestedende dienst moet het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers respecteren, opdat zij gelijke kansen hebben.6 Welke consequenties het voorgaande zou kunnen hebben voor de te volgen nationale procedures ter verstrekking van Europese subsidies komt verder aan de orde in hoofdstuk 5.7