Privacyrecht is code
Einde inhoudsopgave
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/2.10.4:2.10.4. Wetsaanpassing door de ontwikkeling van de technologie
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/2.10.4
2.10.4. Wetsaanpassing door de ontwikkeling van de technologie
Documentgegevens:
drs. J.J.F.M. Borking, datum 26-05-2010
- Datum
26-05-2010
- Auteur
drs. J.J.F.M. Borking
- JCDI
JCDI:ADS578766:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dumortier & Goemans, 2004, p. 197.
Bolkenstein, presentatie tijdens de Conference on the implementation of Directive 95/46/EG Brussel, 30 september, 2002.
Hustinx, 2009, p. 4.
Schermer, 2007, p. 200-201.
Poullet, 2009, p. 2.
Terstegge, 2009, p. 2: 'The concepts underlying the privacy principles still appear valid, but economic, social and technological changes will seriously challenge the existing legislation'.
Aldhouse, 2005, www.ico.gov.uk/upload/documents/2005/dpa_conference_1.pdf.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dumortier en Goemans trekken als conclusie dat de privacywet- en regelgeving gebreken vertoont en wat betreft de zich ontwikkelende informatiemaatschappij met de komst van ambient intelligence in de kinderschoenen staat.1 De EU-Commissie ontkent niet dat er geen ruimte zou zijn voor verbetering en de noodzaak voor meer wetenschappelijk onderzoek om de regelgeving effectiever te maken, maar het moet uitgesloten worden geacht dat de EU-Commissie zou kunnen doen alsof het weer met een onbeschreven stuk papier nieuwe privacywetgeving zou kunnen ontwerpen, mede gezien het feit dat de lidstaten zijn gebonden aan de EVRM en Privacy Verdrag 108 van de Raad van Europa.2
Hustinx stelde tijdens de door de Europese Commissie georganiseerde Data Protection Conference in 2009 dat slechts een "gradual expansion of the privacy directives" mogelijk was met enerzijds minder administratieve rompslomp met name op het gebied van de melding van de verwerking van persoonsgegevens, maar anderzijds met een verplichte melding van beveiligings- en privacyincidenten en additionele eisen voor risicovolle verwerking van persoonsgegevens waaraan effectieve sancties bij overtreding zijn gekoppeld.3
Schermer meent dat de wetgever zich genoodzaakt zal zien om het wettelijk kader aan te passen ten gevolge van de mogelijkheden die de technologie van software agenten biedt.4
Poullet meent dat een derde generatie van de wetgeving ter bescherming van persoonsgegevens noodzakelijk is.5 Deze opvatting is een gevolg van de technologische ontwikkelingen voor zowel wat betreft de privacybevorderende, als de inbreukmakende technologieën. De doorbraak van de ambient intelligence en het hebben van een veelvoud aan elektronische identiteiten staat voor de deur. In hoofdstuk 8 volgen hierover aanbevelingen. Toch moet, ondanks alle kritiek die er op de Europese Richtlijnen is gegeven, geconcludeerd worden dat de kritiek zich niet richt tegen de universele privacybeginselen,6 en ook niet de privacy-realisatiebeginselen, maar tegen de bureaucratie, de traagheid van aanpassing van de wetgeving aan de technologische ontwikkelingen en het gebrek aan kennis, bevoegdheden7 en daadkracht van de nationale toezichthouders.