Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/7.3.1.3:7.3.1.3 Werkgroep leidingenregistratie
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/7.3.1.3
7.3.1.3 Werkgroep leidingenregistratie
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616177:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1962 werd door de Nederlands Landmeetkundige Federatie (NLF) een studiedag georganiseerd die resulteerde in het instellen van een Studiecommissie Deze Studiecommissie had als taak te onderzoeken wat de organisatorische en juridische mogelijkheden van een centrale leidingenregistratie zouden zijn. Hoewel het hiervoor genoemde rapport van de Staatscommissie ondubbelzinnig te kennen gaf géén leidingenregistratie bij het Kadaster te willen onderbrengen, kwamen de resultaten van de studiecommissie in 1970 gereed. In het mei-nummer van het Geodetisch Tijdschrift van dat jaar zijn de resultaten van de Studiecommissie gepubliceerd. De conclusie van het onderzoek was dat een (centrale) leidingenregistratie zowel door de Studiecommissie zelf, als door ondervraagde waterschappen, aannemingsbedrijven en gemeenten zeer gewenst zou zijn met een mogelijke rol voor het Kadaster. De (centrale) leidingenregistratie bij het Kadaster zou in drie stappen ingevoerd moeten gaan worden:
registratie van leidingbeheerders;
centrale registratie van de belangrijke en gevaarlijke leidingen
centrale registratie van alle leidingen in Nederland.
Voor de registratie van leidingbeheerders (1) zou een wet moeten komen met daarin een sluitend informatiesysteem. Dit zou zijn te bereiken door een registratie van alle leidingbeheerders per oppervlakte eenheid bij te houden door het Kadaster. Alle beheerders van leidingen zouden zich bij het Kadaster moeten aanmelden en opgeven in welk(e) vak(ken) zij leidingen hebben. Het Kadaster zou dan de registratie moeten inrichten en bijhouden en tevens aan de hand van deze registratie aanvragers moeten informeren welke beheerders in een bepaald gebied leidingen beheren zodat zij zich bij hen kunnen vervoegen. Van de aanvragers om informatie wordt een administratie bijgehouden. In de daaropvolgende fase (2) zou een registratie van belangrijke en gevaarlijke leidingen door het Kadaster tot stand gebracht kunnen worden. Het belang hiervan lag voornamelijk op het vlak van de planning (bijvoorbeeld stadsuitbreiding of aanleg van wegen). In de laatste fase (3) zou een centrale registratie van alle leidingen kunnen plaatsvinden. Deze registratie zou voor de uitvoering van werken van belang zijn zodat een grote mate van nauwkeurigheid vereist zou zijn. In vervolg op de resultaten van de Studiecommissie werd een Werkgroep leidingenregistratie opgericht. De opdracht van deze Werkgroep was om de ideeën van de Studiecommissie nader uit te werken. De Werkgroep ging aan de slag met de eerste door de Studiecommissie voorgestelde stap van de registratie van leidingbeheerders daarbij rekening houdend met a) technische en organisatorische aspecten (structuur nieuw onderdeel binnen het Kadaster, verkrijgen van inlichtingen, informatieverstrekking e.d.), b) financiële en economische aspecten (kosten inrichting, bijhouding en tarieven) en c) juridische aspecten (nieuwe wet, meldingsplicht en aansprakelijkheid). Al deze aspecten werden verwerkt in een rapport met als uitkomst dat de voorgestelde eerste stap zonder al te grote inspanningen gerealiseerd kon worden. In de bijlage van het rapport was op voorhand een wetsontwerp van de Wet op de leidingenregistratie bijgevoegd.