Einde inhoudsopgave
RvdW 2020/739
Rijden onder invloed door recidiverende beginnend bestuurder snorfiets, art. 8 lid 3 onder a WVW 1994. 1. Levert veroordeling verdachte i.v.m. toepasselijkheid van recidiveregeling van art. 123b WVW 1994 strijd op met art. 6 en 7 EVRM en beginselen van behoorlijke procesorde? 2. Moet strafrechter rekening houden met omstandigheid dat onherroepelijke veroordeling ex art. 123b WVW 1994 tot gevolg heeft dat rijbewijs van verdachte van rechtswege zijn geldigheid verliest? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 02-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:908
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
2 juni 2020
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
18/01341
- Conclusie
A-G mr. F.W. Bleichrodt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:908, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑06‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:551, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑03‑2020
Essentie
Rijden onder invloed door recidiverende beginnend bestuurder snorfiets, art. 8 lid 3 onder a WVW 1994. 1. Levert veroordeling verdachte i.v.m. toepasselijkheid van recidiveregeling van art. 123b WVW 1994 strijd op met art. 6 en 7 EVRM en beginselen van behoorlijke procesorde? 2. Moet strafrechter rekening houden met omstandigheid dat onherroepelijke veroordeling ex art. 123b WVW 1994 tot gevolg heeft dat rijbewijs van verdachte van rechtswege zijn geldigheid verliest? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/01341
Datum ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.