Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/6.4.2:6.4.2 Voorlichting bevat een (door de Belastingdienst gemaakte) trade-off
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/6.4.2
6.4.2 Voorlichting bevat een (door de Belastingdienst gemaakte) trade-off
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661507:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Verheij 2018, par. 2; Verheij 1997, p. 82.
Zie r.o. 4.4 van de hofuitspraak in BNB 2010/314.
Vgl. Blank & Osofsky 2017, p. 194, 234, 250-251, p. 250: ‘Fundamentally, simplexity poses a trade-off between representing the tax law accurately and presenting it in accessible and understandable terms.’
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voorlichting heeft een aantal karaktereigenschappen die het in juridisch opzicht een problematische vorm van communicatie maakt. De aan voorlichting gestelde kwaliteitseisen staan met elkaar op gespannen voet, zoals de eisen van juridische juistheid én begrijpelijkheid. Voorlichting moet als het ware twee werelden verenigen, die – gegeven de complexiteit van het belastingrecht – maar tot op een bepaalde hoogte te verenigen vallen. Voorlichting is een eenvoudigere weergave van iets dat naar zijn aard niet eenvoudig is (paragraaf 2.5.2).1
Voorlichting is vanuit juridisch oogpunt per definitie vatbaar voor discussie: hoe volledig is het? Hoe juist is het? Is er betekenisverlies ten opzichte van de wet? Beantwoording van die vragen is bovendien contextafhankelijk. Daarnaast moet voorlichting naar zijn aard om als zodanig te kunnen functioneren complexiteit elimineren. Echter, die complexiteit verdwijnt louter ‘op het oog’, maar niet in werkelijkheid (simplexity; paragraaf 2.5.2). De confrontatie van het juridisch perspectief en het burgerperspectief legt dit bij uitstek bloot.
Illustratie casusposities
Denk aan de invalide autobezitter (casuspositie 1) die ervan uitgaat dat hij de ingewikkelde regels over de aftrekbaarheid van zijn autokosten met een relatief heldere toelichting van de medewerker van de Belastingdienst adequaat in zijn aangifte kan verwerken, terwijl de inspecteur achteraf een genuanceerdere juridische uitleg hanteert en tot een andere uitkomst komt. Of denk aan de burger die erop rekent dat de berekening bij het aangifteprogramma hem een goede indruk geeft van de te verwachten belastingaanslag, terwijl de rechtsopvatting die aan de onderliggende berekening ten grondslag genuanceerder ligt dan het programma doet blijken (casuspositie 4). Zie ook het betoog van de inspecteur (casuspositie 5) dat bij het samenstellen van een formulier steeds een afweging moet worden gemaakt tussen enerzijds eenvoud en hanteerbaarheid en anderzijds een zo volledig mogelijke formulering.2 Het formulier is zo opgezet, aldus de Inspecteur, dat dit in de overgrote meerderheid van de gevallen goed voldoet, maar in geval van bepaalde bijzondere omstandigheden niet. Alleen waar de grens ligt, blijft in een eenvoudig opgezet formulier buiten beeld. Hoe had de burger dit kunnen weten of zien?
Voorlichting bevat een gestolde afweging (trade-off) van de eis van juridische juistheid (een accurate weergave van de belastingwet) en de eis van begrijpelijkheid (een begrijpelijke en toegankelijke weergave van de belastingwet).3
De trade-off in de vertaling wordt door de Belastingdienst gemaakt en de Belastingdienst is daarvoor als wetsuitvoerder bij uitstek deskundig. Echter, het feit dat de Belastingdienst een vertaling maakt, en op welke wijze, is voor de burger doorgaans niet inzichtelijk. De Belastingdienst verwijst bijvoorbeeld niet zozeer naar de wet, maar legt uit wat daarin staat of wat het voor iemand betekent (paragraaf 3.3). Voorlichting is naar zijn aard bedoeld om te kunnen functioneren als een autonome tekst (paragraaf 5.3.2.1). De Belastingdienst maakt de vertaling met oog op een veelheid van situaties, terwijl de burger de informatie raadpleegt met het oog op zijn eigen situatie. Dit maakt voorlichting juridisch zo’n complexe communicatievorm. Het is inherent verbonden aan de aard van en kwaliteitseisen bij voorlichting over complexe wet- en regelgeving (paragraaf 2.5).
De confrontatie tussen de perspectieven maakt duidelijk dat er een bepaalde onoplosbare spanning is tussen de wet en voorlichting. Vanuit burgers bezien is het logisch dat zij afgaan op voorlichting, maar vanuit het juridisch perspectief is logisch dat tussen de voorlichtingstekst en de wet discrepanties kunnen ontstaan als gevolg van de trade-off, terwijl de wet dominant blijft bij het opleggen van belastingaanslagen. De Belastingdienst heeft evenwel een invloedrijke positie bij de vertaling.