Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.1.2:2.4.1.2 Heffingswijze als onderdeel van het rechtskarakter van de btw
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.1.2
2.4.1.2 Heffingswijze als onderdeel van het rechtskarakter van de btw
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS501410:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien moet worden aangenomen dat de oorspronkelijke doelstellingen van een (omzet)belasting bepalend zijn voor de definiëring van het begrip rechtskarakter, dan kan de wijze waarop de belasting feitelijk wordt geheven (bijvoorbeeld indirect) hiervan naar mijn idee geen deel uitmaken. In zoverre ben ik het met Van Kesteren en Van Doesum eens. Het feit dat de btw op een indirecte wijze wordt geheven, hoeft niet te betekenen dat de indirecte heffingswijze ook het ideaal van de wetgever is geweest. Het indirecte karakter vormt niet meer dan een onderdeel van het totaalbeeld van een reeds bestaande wet en beziet slechts op welke wijze de btw geheven wordt. Het zegt niets over de wijze waarop er belast zou moeten worden. De beoogde heffingswijze dient mijns inziens echter wél tot het rechtskarakter gerekend te worden. De beoogde wijze van heffing behoort immers net zo zeer tot de ‘wil van de wetgever’ als het beoogde heffingssubject en –object. In zoverre kan ik mij vinden in de opvattingen van Swinkels en Denie, met dien verstande dat de tekst en de objectieve kenmerken van de btw niet tot het rechtskarakter mogen worden gerekend. Het gaat erom wat is beoogd. Het is daarom van belang te achterhalen waarom de btw wordt geheven zoals die wordt geheven.