De verklaring voor recht
Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/18:18 Duitse kritiek op Von Savigny
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/18
18 Duitse kritiek op Von Savigny
Documentgegevens:
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS401743:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij Von Savigny lag de nadruk sterk op het materiële recht. Bij de Rechtsschutzanspruchslehre stond juist het procesrecht centraal.1 De aanzet voor deze leer gaf Windscheid.2 Hij bestempelde de actio praeiudiciales als processualisches Gebilde en splitste de actio in een materielrechtlichen Anspruch en een prozessuales Klagerecht met eigen subjectief recht. Dit procesrechtelijke subjectieve recht is het recht op hulp van de staat.3 Volgens Windscheid kon de drager van een subjectief recht op elk moment – dus niet alleen na schending van dat recht – het recht verwezenlijken door een vordering in te stellen, zolang hij daarbij maar objectief belang heeft. Bij deze idee van Windscheid heeft Wach in 1889 aangeknoopt, toen hij de Rechtsschutzanspruchslehre ontwikkelde.4 Wach gebruikte het declaratoire vonnis ter onderbouwing van zijn leer.5 Het Klagerecht ontstond volgens Wach niet uit het subjectieve recht, maar uit het recht op zivilprozessualer Schutz, ‘een recht op een beschermingshandeling’ zoals Parser6 het vertaalt, of ‘een recht op gedingvoering en gewijsde’ zoals Storme het noemt.7 Die Rechtsschutzanspruch heeft eenieder volgens Wach die belang heeft bij een uitspraak van een rechter. De Rechtsschutzsanspruch heeft de eiser niet jegens de wederpartij maar jegens de staat, meer specifiek jegens de rechterlijke macht.8