Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/7.5.3
7.5.3 Wettelijke rente
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652169:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 2 november 1995 (dictum), JOR 1996/000, m.nt. F.J.P. van den Ingh (Text Lite).
OK 27 maart 1997, TVVS 1997, p. 155, m.nt. P.G.F.A. Geerts (Skipper Club Charter). Zie ook OK 9 juli 2014 (r.o. 5.15), JOR 2014/298 (Greenchoice).
Zie bijv. Geerts (onder 5) in zijn annotatie bij OK 27 maart 1997, TVVS 1997, p. 155 (Skipper Club Charter); Geerts (onder 7) in zijn annotatie bij OK 19 juni 1997, TVVS 1997, p. 253 (Bobel), onder verwijzing naar OK 7 januari 1993, NJ 1993/412 (Mediselect); OK 19 juni 1997 (r.o. 4.26), NJ 1997/673, m.nt. J.M.M. Maeijer (onder NJ 1997/671); JOR 1997/83, m.nt. F.J.P. van den Ingh (Bobel); OK 19 juli 2012 (r.o. 3.67), JOR 2013/7, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Cancun); OK 15 februari 2013 (r.o. 11.13), JOR 2013/102, m.nt. D.A.M.H.W. Strik (Van der Moolen).
Zo ook Hermans, Winters & Van der Schriek 2014, p. 48; Jager 2019, p. 370, voetnoot 52.
Geerts (onder 7) in zijn annotatie bij OK 19 juni 1997, TVVS 1997, p. 253 (Bobel).
Zie bijv. OK 31 juli 2001, JOR 2001/186 (Village Scaldia); OK 2 november 2015, JOR 2016/61, m.nt. P. van Schilfgaarde (Meavita).
Over de kosten van het onderzoek kan ook wettelijke rente zijn verschuldtekst In Text Lite veroordeelde de Ondernemingskamer bestuurders en commissarissen hoofdelijk tot betaling van de kosten van het onderzoek en de wettelijke rente daarover per de datum van de beschikking. Heeft de rechtspersoon of een directe financier de kosten van het onderzoek dan nog niet voldaan, dan moet de functionaris die in de kosten van het onderzoek wordt veroordeeld op de voet van art. 2:354 BW echter de wettelijke rente voldoen vanaf de dag van betaling van de kosten van het onderzoek door de rechtspersoon of een directe financier.1
In Skipper Club Charter oordeelde de Ondernemingskamer dat over de kosten van het onderzoek ook wettelijke rente is verschuldigd, vanaf de datum waarop de Ondernemingskamer de beschikking wijst op het verzoek uit hoofde van art. 2:354 BW, en niet vanaf een eerder tijdstip. Dit omdat de verplichting tot betaling van de kosten van het onderzoek door de bestuurder (of een ander als bedoeld in art. 2:354 BW) pas ontstaat per de datum van deze beschikking.2
Het komt echter ook wel voor dat de Ondernemingskamer de wettelijke rente berekent vanaf de dag van indiening van het verzoekschrift op de voet van art. 2:354 BW.3 Ik vind dat niet juist. Ingevolge art. 6:119 lid 1 BW jo. art. 6:81 BW is wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat de schuldenaar met de voldoening van een geldsom in verzuim is, wanneer de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden. Dat is met de indiening van het verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek nog niet het geval, maar bij de datum van de toewijzende beschikking wel.4 Zou de datum van indiening van het verzoek doorslaggevend zijn, dan maakt dit het voor de verzoeker bovendien voordelig verhaal van de kosten van het onderzoek op de voet van art. 2:354 BW in een zo vroeg mogelijk stadium te verzoeken.5 Niet steeds wordt overigens ook de vergoeding van wettelijke rente verzocht: de Ondernemingskamer oordeelt daar dan niet over.6