Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.14:11.14 Mogelijke opbrengsten, de invoering van punitive damages?
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.14
11.14 Mogelijke opbrengsten, de invoering van punitive damages?
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582397:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§ 7.10.
Zie echter Commission Staff Working Paper accompanying the White Paper on Damages actions for breach of the EC antitrust rules, SEC (2008) 404, § 194 en § 195, waarin de Commissie aangeeft dit standpunt te willen heroverwegen indien de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht niet structureel verbetert.
§ 7.10.1; § 7.10.3.2; § 7.10.6.
Zie ook Baker 2004, p. 382.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Punitive damages vormen een aanmoediging voor de gelaedeerden om onrecht aan de kaak te stellen. De eventuele introductie van punitive damages in de vorm van double damages (een verdubbeling van de toegekende compensatoire schadevergoeding) zou de beloning/risicoratio aanzienlijk kunnen verhogen.1 De mogelijk hoger uitvallende opbrengst zou een stimulans kunnen vormen voor de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. De gelaedeerden van een mededingingsovertreding zullen sneller geneigd kunnen zijn een civiele procedure te beginnen ter verkrijging van schadevergoeding, nu de potentiële opbrengt van de civiele procedure de moeite van het procederen waard is.
In de meeste lidstaten roept de introductie van de in het Groenboek geopperde mogelijkheid om ingeval van horizontale (hardcore) restricties punitive damages te kunnen krijgen de nodige weerstand op. Deze weerstand kan de oorzaak zijn van het feit dat de Commissie in het na het Groenboek volgende Witboek de keuze om á dan niet punitive damages in te voeren vooralsnog aan de afzonderlijke lidstaten lijkt over te laten.2 Het punitieve element past volgens de tegenstanders niet bij het compensatoire karakter van schadevergoeding en zou vanwege de gevreesde claimcultuur en 'Amerikaanse toestanden' ook niet wenselijk zijn.3 Indien die argumenten terzijde worden gesteld, vindt de oplegging van punitive damages in ieder geval geen rechtvaardiging in die gevallen waarbij reeds een administratieve boete is opgelegd door de Commissie of de nationale mededingingsautoriteiten.4 De gelaedeerden die een follow-on actie ter verkrijging van schadevergoeding willen instellen, vinden minder obstakels op hun weg (en lopen over het algemeen ook minder risico op verlies van de procedure) dan de gelaedeerden van stand-alone acties (waarbij de schending van het mededingingsrecht nog bewezen dient te worden zonder de hulp van een reeds op tafel liggende uitspraak van een mededingingsautoriteit). Daarnaast is het goed verdedigbaar dat de mogelijkheid om punitive damages te krijgen alleen beperkt blijft tot de meest ernstige mededingingsovertredingen. Ingeval sprake is van niet-hardcore restricties zal de toekenning van punitive damages al snel een onevenredige sanctie zijn ten opzichte van de gepleegde schending van het mededingingsrecht. Bij de eventuele invoering van punitive damages zouden punitive damages dan ook alleen onder specifieke omstandigheden moeten kunnen worden toegekend.