Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.6.3.3
17.6.3.3 Doorgeven economische voordelen
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372164:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wel expliciet hierover zijn Van Wijk (1996, p. 250), Geerts (diss., p. 307), Buijn en Storm (p. 1056) en Eikelboom 2011A, par. 3.
Zie par. 17.4.5 en 17.8.2.1.
Anders dan Josephus Jitta (2016, par. 8.1) aanneemt, was geen sprake van een verschrijving, toen ik schreef dat niet alle economische voordelen direct hoeven te worden door-gegeven (Eikelboom 2011A). Dat kan ook in een later stadium.
In par. 17.5.4.2 kwam ter sprake hoe dergelijke aandelen onder het beheersregime kunnen worden gebracht.
Te Winkel en Van de Graaff, par. 5. Hun betoog legt een belangrijke factor in de dynamiek van (enquête)geschillen bloot. De uitkomst van geschillen in en buiten rechte wordt immers in belangrijke mate bepaald door de middelen die de strijdende partijen kunnen en willen inzetten.
Er zijn overigens legio enquêteprocedures rond vennootschappen die zich geen dividenduitkeringen kunnen permitteren.
Vgl. Hof Amsterdam (OK) 27 oktober 2015, JOR 2016/60 m.nt. Van Thiel (Cunico).
Art. 3:213 BW en art. 3:216 BW.
De tijdelijke beheerder houdt de aandelen niet ten behoeve van zijn eigen belang, maar beheert deze. Dat impliceert dat hij de economische voordelen die uit de aandelen voortvloeien dient door te geven. Dat sluit ook aan bij hetgeen in par. 17.3.1 werd opgemerkt over certificering. In de wetsgeschiedenis en literatuur lijkt dit zo vanzelfsprekend te worden geacht dat nauwelijks expliciet ter sprake wordt gebracht.1
Het is in strijd met de beheeropdracht indien de beheerder persoonlijk en ten koste van de oorspronkelijke aandeelhouder profiteert van de aandelen, bijvoorbeeld door een cashdividend voor persoonlijke doeleinden aan te wenden. Doet de tijdelijke beheerder dat toch, dan handelt hij onrechtmatig.2
Dat betekent echter niet dat alle economische voordelen zonder uitstel moeten worden doorgegeven.3 Indien bijvoorbeeld alle aandelen van een aandeelhouder ten titel van beheer zijn overgedragen, zal het in strijd zijn met de beheeropdracht om uit stockdividend verkregen aandelen over te dragen aan de oorspronkelijke aandeelhouder zolang de (onmiddellijke) voorziening van kracht is.4
Te Winkel en Van de Graaff5 wijzen op een mogelijke belangentegenstelling tussen de tijdelijke beheerder en oorspronkelijke aandeelhouder. De oorspronkelijke aandeelhouder kan dividend nodig hebben, onder meer om de strijd tegen zijn medeaandeelhouder(s) (en mogelijk ook de tijdelijke beheer) te financieren.6 De tijdelijke beheerder kan er belang bij hebben dat de vennootschap geen dividend uitkeert, zodat de desbetreffende gelden beschikbaar blijven om zijn juridische kosten te delgen.7 Te Winkel en Van de Graaff menen dat de ondernemingskamer doortastend toezicht moet houden op het dividendbeleid dat de tijdelijke beheerder in de aandeelhoudervergadering voert. In dit soort geschillen pleegt de ondernemingskamer echter de kant van de tijdelijke beheerder te kiezen.8
De aanspraken op de aan de aandelen verbonden economische voordelen, kunnen worden beschermd door bij de overdracht van de aandelen een recht van vruchtgebruik achter te laten bij de getroffen aandeelhouder. De uit de aandelen voortvloeiende vorderingen, in het bijzonder vorderingen met betrekking tot dividend, komen dan in goederenrechtelijke zin – dus rechtstreeks – toe aan de getroffen aandeelhouder.9