Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/2.4.2.2
2.4.2.2 De oprichting van een stichting is feitelijk pas mogelijk sinds 1 juli 2003
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232301:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 2 mei 2002 (B.S. 11 december 2002), in werking getreden op 1 juli 2003 (artikel 4 Koninklijk Besluit van 2 april 2003, B.S. 6 juni 2003).
Ten aanzien van de oude regeling merkte Warendorf op: ‘In België en Frankrijk moge de “Fondation” denkbaar zijn, zij komt daar echter onder zoo ingrijpende overheidsbemoeiing tot stand, dat zij zich daar slechts weinig heeft kunnen ontwikkelen’, J.C.S. Warendorf, ‘De stichting als ondernemingsvorm’, De NV, XV (1936/1937), p. 303.
Van Boven 2011, nr. 3. Stichting-administratiekantoren vallen niet onder deze categorie. Het meest opvallende voorbeeld van een stichting tot behartiging van de familiebelangen was Stichting Fons Pereos, opgericht door koningin Fabiola, zie https://www.hln.be/nieuws/binnenland/omstreden-stichting-van-koningin-fabiola-opgedoekt~adb52893/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F, ingezien op 25 juni 2019.
Van Boven 2014, p. 108. Van de 725 stichtingen eind 2011 was 50% gevestigd in Vlaanderen, 34% in Brussel en 16% in Wallonië, Amélie Mernier, ‘Panorama des fondations en Belgique’, in: François-Xavier Dubois (red.), Les fondations, Les Dossiers d’ASBL Actualités, 2014 – Dossier no. 15, p. 14-16.
Amélie Mernier & Virginie Xhauflair, De stichtingen in België. Rapport 2017, Baillet latour leerstoel in Filantropie en sociaal investeringen, Liège: CES, HEC 2017.
Zahlen, Daten, Fakten zum deutschen Stiftungswesen, Berlin: Bundesverband Deutscher Stiftungen 2017, p. 25. Zie ook 2.3.1.2.
Formeel is het sinds de invoering van de voorganger van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, de V&S-wet uit 1921,1 mogelijk een instelling van algemeen nut op te richten, ook bij uiterste wilsbeschikking. De oorspronkelijke tekst van artikel 27 van de wet uit 1921 luidde:
‘Elk persoon kan, mits goedkeuring door de Regeering, al zijne goederen of een deel daarvan, bij authentieke akte of bij eigenhandig testament bestemmen tot het oprichten eener instelling van openbaar nut, die rechtspersoonlijkheid bezit onder de hierna bepaalde voorwaarden.’
Niettemin kan men constateren dat de echte mogelijkheid tot oprichting van een stichting bij dode in België pas sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de V&S-wet per 1 juli 2003 een meer dan theoretische optie is. Voordien maakte de verregaande bemoeienis van de overheid de oprichting van een stichting zeer bezwaarlijk.2
Aangezien de moderne geschiedenis van de bij dode opgerichte stichting pas zeer recent is begonnen, valt moeilijk te voorspellen hoe de ontwikkelingen zullen zijn. Uit de oprichtingsaantallen kan de voorzichtige conclusie worden getrokken dat de Belgische (private) stichting niet erg populair is. In de jaren 2003-2009 zijn slechts 531 stichtingen opgericht. Een belangrijk deel van deze stichtingen, te weten 92, heeft tot doel het behartigen van familiebelangen, waaronder begrepen het overhevelen van vermogen naar de volgende generatie.3 Hoewel het aantal private stichtingen in België nog gering is, stijgt het aantal. Eind 2011 telde België 725 private stichtingen, per 2 mei 2014 9844 en per ultimo 2015 1.178.5 Ter vergelijking, in Nederland stonden op 31 december 2019 227.895 stichtingen ingeschreven in het handelsregister; Duitsland telde ultimo 2016 21.806 rechtsfähige stichtingen.6
In Nederland bestaat de bij uiterste wilsbeschikking opgerichte stichting direct na het van kracht worden van de uiterste wilsbeschikking tot oprichting. In Duitsland is dat pas na het verkrijgen van Anerkennung, zo bleek in 2.3.2.3. Hoewel de wijze van oprichting in België sterk lijkt op die in Nederland, bestaat de Belgische bij uiterste wilsbeschikking opgerichte stichting nog niet direct bij het van kracht worden van de uiterste wilsbeschikking tot oprichting. Net als in Duitsland bestaat de rechtshandeling tot oprichting van een stichting in België uit twee delen. De oprichting van een stichting vereist niet alleen een geldige oprichtingsakte, maar ook dat deze akte wordt ingeschreven bij de ondernemingsrechtbank (private stichting) of dat de stichting koninklijk erkenning verkrijgt (stichting van openbaar nut). In het volgende onderdeel ga ik nader in op de verkrijging van rechtspersoonlijkheid.
Als de last een stichting op te richten op een executeur rust (een krachtens uiterste wilsbeschikking opgerichte stichting), is de procedure gelijk aan de oprichting van een stichting bij leven. In Nederland en Duitsland is dat ook het geval.