Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/4.7
4.7 Kritische reflectie op huidige toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661310:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Scheltema 2019a, par. 7: ‘Een intern-juridische argumentatie mag niet de doorslag geven wanneer die niet aan burgers is uit te leggen.’
De analyse is gericht op de rechtspraak van de belastingrechter waarin de toepassing van het vertrouwensbeginsel als leerstuk is ontwikkeld. Er moet echter niet uit het oog worden verloren dat de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het vertrouwensbeginsel, in de eerste plaats normen zijn voor het handelen van de Belastingdienst. In zoverre ziet de analyse van de huidige toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting dus mede op het handelen van de Belastingdienst.
Ter afsluiting van dit hoofdstuk zal ik reflecteren op de huidige toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting. Is de huidige koers nog wel adequaat?
Die reflectie is in de eerste plaats ‘intern juridisch’. Ik zal analyseren of de huidige toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting juridisch bezien adequaat is in het licht van het juridische kader bij de voorlichtende taak (hoofdstuk 2). Zo wordt beoordeeld of de huidige koers wenselijk is in het licht van de onderliggende waarden in het juridisch perspectief en van maatschappelijke en juridische ontwikkelingen, of bijstelling behoeft.1 Echter, met een geïsoleerde juridische benadering kan niet worden volstaan: in de ‘responsieve’ rechtsstaat is immers ook de vraag of het (belasting)recht valt uit te leggen aan de burger (paragraaf 2.2.3, 7.2).2
In dit hoofdstuk zijn reeds diverse aspecten benoemd die juridisch bezien vragen oproepen of niet adequaat zijn.3 Ik bespreek hierna de drie belangrijkste, overigens samenhangende, knelpunten ten aanzien van de huidige toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting, te weten:
de hoofdregel nee, tenzij;
de specifieke methode voor toepassing van het vertrouwensbeginsel bij de categorie voorlichting;
de aan de huidige koers ten grondslag liggende veronderstellingen.
Ik begin met de methode (paragraaf 4.7.1), vervolgens de veronderstellingen (paragraaf 4.7.2) en tot slot de hoofdregel (paragraaf 4.7.3). Dat betekent dat de analyse verstrekt vanuit het huidige, specifieke door de belastingrechter gehanteerde systeem en de analyse uiteindelijk verschuift naar een bredere beoordeling van de huidige toepassing in het licht van het juridische kader bij de voorlichtende taak en relevante ontwikkelingen.
4.7.1 Houdbaarheid methode4.7.2 Houdbaarheid uitgangspunten4.7.3 Houdbaarheid huidige koers met hoofdregel nee, tenzij4.7.4 Evaluatie