De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/6.2.5:6.2.5 Hoe dient het disclosure statement eruit te zien?
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/6.2.5
6.2.5 Hoe dient het disclosure statement eruit te zien?
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701964:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Smeehuijzen, TVP 2003/4, p. 128-129; Van Dijk 2008, § 2.4; Van Ettekoven, O&A 2016/53, p. 91. Zie ook het voorstel van het IMG via: https://www.schadedoormijnbouw.nl/schade-gebouwen-objecten/advies-deskundigen/vereisten-voor-deskundigen.
Van Ettekoven, O&A 2016/53, p. 91.
In dezelfde zin overigens Van Ettekoven zelf: Van Ettekoven, O&A 2016/53, p. 90; De Groot, TMD 2007/4, p. 67.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande blijkt reeds dat niet ieder disclosure statement dezelfde aard en strekking heeft. Zulks roept de vraag op hoe het ideale disclosure statement eruitziet. In de doctrine is door meerdere auteurs een voorstel gedaan.1 In 2016 heeft Van Ettekoven deze voorstellen gebundeld en aangevuld met de IWMD-vraagstelling.2 In Van Ettekovens voorgestelde opzet bestaat het disclosure statement uit twee gedeeltes; een algemeen deel en een zaakgerelateerd deel. Ik geeft het door hem voorgestelde statement nu eerst weer.
Disclosure statement/algemeen deel
Naam en contactgegevens van de deskundige
Beroep/specialismen
Werkzaam als zelfstandige en/of in loondienst?
Huidige en voormalige werkgevers (namen en perioden)
(werkgerelateerde) nevenfuncties (met perioden)
Opleiding
Nascholing (met jaarlijkse updates)
Lidmaatschap beroepsvereniging(en)
Perioden
Wel/geen tuchtrecht?
Ingeschreven in register(s)?
Jaar inschrijving/registratie
Jaar hertoetsing/herregistratie
Onderworpen aan gedragscode?
Onderworpen aan tuchtrechtspraak?
Werkervaring
Gebied(en)/periode(n)
Ervaring als (gerechtelijk) deskundige
Voor gerechten (welke?)/voor andere opdrachtgevers
Perioden/aantallen expertises/laatste keer benoemd door gerecht
Actuele lijst met publicaties;
Disclosure statement/zaakgerelateerde deel
Relatie met partijen in het geschil waarin om een advies wordt gevraagd
Kent u een of meer van de partijen zakelijk – professioneel of privé?
Zo ja, wat is de aard van de relatie?
Wat is de specifieke deskundigheid over de onderzoeksvragen?
Welke onderdelen van uw rapport zijn gebaseerd op die specifieke deskundigheid?
Bestaan er over een of meer van de onderzoeksvragen wetenschappelijk uiteenlopende opvattingen?
Zo ja, beknopte uiteenzetting van het discours
Verwijzing – zo mogelijk – naar relevante literatuur
Eigen opvatting over de discussie (‘waar staat u’)?
Welke onderzoeksmethode(n) is/zijn gebruikt bij het onderzoek? Betreft het een wettelijk voorgeschreven of gevalideerde onderzoeksmethode? (Licht toe).
Ik kan mij in de basis vinden in de opzet van Van Ettekoven. Aan het disclosure statement zoals dat door hem is voorgesteld, kunnen de drie aspecten van kwaliteit worden afgelezen. In het licht van de toepassing van het disclosure statement in de onteigenings- en nadeelcompensatiepraktijk wil ik wel een aantal wijzigingen voorstellen ten opzichte van de opzet van Van Ettekoven. Mijn voorstel is om – afhankelijk van het antwoord op de vraag of er een adequaat deskundigenregister operationeel is (zie hierna § 6.3) – uitsluitend het zaakgerelateerde deel van het statement te behouden en dat op punten te wijzigen/aan te vullen. Ik geef aan welke wijzingen ik voorstel en hoe ik daartoe kom.
In de eerste plaats stel ik voor om vragen die in het zaakgerelateerde deel gaan over een ‘specifieke deskundigheid’ in relatie tot de onderzoeksvraag te laten vervallen. Gelet op de integrale adviestaak alsmede de vaak multidisciplinaire kennis die binnen de deskundigencommissie in het onteigenings- en nadeelcompensatierecht aanwezig is, is de beantwoording van dergelijke vragen niet goed voorstelbaar (vgl. § 4.2.3 en § 4.3.3). Datzelfde kan worden gezegd van vragen die zich richten op de stellingname in een wetenschappelijk debat.
Verder stel ik voor om de vraag over de toegepaste onderzoeksmethode(n) geen onderdeel te laten uitmaken van het disclosure statement. Dat onderdeel gaat namelijk uit van een disclosure statement dat wordt uitgebracht tezamen met het eindrapport. Gelet op hetgeen ik daar in § 6.2.4 over heb overwogen, is mijn voorstel nu juist om het statement voorafgaand aan de benoeming uit te brengen. Een onderbouwing van de toegepaste onderzoeksmethode – bijvoorbeeld de gehanteerde taxatie/waarderingsmethode – is in het onteigenings- en nadeelcompensatierecht reeds een vast onderdeel van het eindrapport.
Mijn voorstel is dus eigenlijk om het zaakgerelateerde gedeelte in zijn geheel te ontdoen van informatie over de deskundigheid. Informatie over dat kwaliteitsaspect kan beter via het hierna nog te bespreken deskundigenregister worden geboden en blijkt – bij het ontbreken daarvan – uit het algemene deel van het disclosure statement.3 Het zaakgerelateerde deel zou dan uitsluitend informatie bevatten over de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Dat zijn ook bij uitstek zaakgerelateerde kwaliteitsaspecten, want zij zijn steeds afhankelijk van de bij de procedure betrokken partijen. De disclosure omtrent de onafhankelijkheid en onpartijdigheid mag mijns inziens wat uitgebreider dan door Van Ettekoven is voorgesteld. Mijn voorstel is om het zaakgerelateerde deel van het disclosure statement er als volgt uit te laten zien.
Disclosure statement/zaakgerelateerde deel
Relatie met partijen in het geschil waarin om een advies wordt gevraagd
Kent u een of meer van de partijen zakelijk – professioneel of privé?
Zo ja, wat is de aard van de relatie?
Momenteel werkzaam bij
Bedrijf/instantie:
Functie:
Periode:
Voorheen werkzaam bij
Bedrijf/instantie:
Functie:
Periode:
Nevenfuncties
Bedrijf/instantie:
Functie:
Periode:
Dit zaakgerelateerde gedeelte van het disclosure statement heb ik ontleend aan het disclosure statement zoals dat door het IMG wordt gehanteerd.4 Aan de hand van deze opzet kunnen procesactoren de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid controleren. Het is ten aanzien van deze zaakgerelateerde kwaliteitsaspecten waar de unieke meerwaarde van het disclosure statement ligt. In tegenstelling tot het deskundigenregister dat eerder statisch en algemeen van aard is, heeft het disclosure statement een dynamisch karakter. Het kan met enkele aanpassingen snel en goedkoop op een nieuwe situatie worden aangepast. Daarover meer in § 6.3. Van belang is hier dat de in de inleiding gemaakte opmerking, dat zowel het disclosure statement als het deskundigenregister elk hun eigen toegevoegde waarde hebben, navolging krijgt.