Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/3:3 De institutionele en organisatorische inbedding van de feitenvaststelling in asielprocedures
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/3
3 De institutionele en organisatorische inbedding van de feitenvaststelling in asielprocedures
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180061:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handelingsruimte wordt hier in de meest praktische zin van het woord bedoeld. Voor een nadere beschouwing van het begrip ‘discretionaire’ ruimte en verschillende visies op het begrip ‘handelingsvrijheid’ verwijs ik naar hoofdstuk 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk beantwoord ik de vraag hoe het streven van medewerkers van de IND naar vermindering van onzekerheid over de feiten institutioneel en organisatorisch is ingebed in de asielprocedure en in de IND. Het hoofdstuk gaat dus over de context waarbinnen de feitenvaststelling door IND-medewerkers plaatsvindt. In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk beschrijf ik daarom de asielprocedure en in de tweede paragraaf beschrijf ik hoe de IND als organisatie is ingericht.
In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk laat ik zien dat de wijze waarop de feitenvaststelling en de daarop volgende kwalificatie van die feiten volgens een vaste volgorde verloopt. De structuur van de asielprocedure is zodanig dat per procedurestap slechts ten aanzien van een aantal, vooraf bepaalde, mogelijk relevante elementen informatie wordt verzameld of gekwalificeerd. In het volgende hoofdstuk ga ik uitgebreider in op deze elementen en beschrijf ik de bewijsregels die op dat proces van toepassing zijn. Daarom beperk ik me hier tot een beschrijving op hoofdlijnen van de vraag ten aanzien van welk element van de asielaanvraag in iedere procedurestap informatie moet worden verzameld.
In de tweede paragraaf van dit hoofdstuk geef ik een typering van de IND als organisatie, de medewerkers die er werken en van wat de organisatie van haar medewerkers verwacht. In deze paragraaf leg ik uit dat de hoor- en beslismedewerkers van de IND door de organisatie steeds meer als professional worden beschouwd en steeds minder als bureaucraten die op een mechanische wijze beleidsregels toepassen. Dit hangt samen het groeiend besef binnen de IND en de opvolgende bewindspersonen die voor deze organisatie verantwoordelijk zijn (geweest), dat het onmogelijk is om voor iedere denkbare casus regels of instructies te formuleren die door medewerkers knip en klaar kunnen worden toegepast. In de praktijk heeft de individuele bureaucraat binnen de kaders die het recht, het beleid, interne werkinstructies, de asielprocedure en de organisatie worden gegeven immers handelingsruimte.1 De IND heeft door de jaren heen de nadruk gelegd op verschillende doelstellingen en daarop ook het personeelsbeleid aangepast. Hieruit leid ik verwachtingen af over de wijze waarop verschillende type IND-medewerkers hun rol als hoor- en/of beslismedewerker in de asielprocedure zullen vervullen bij het vaststellen van feiten en hoe dit invloed heeft op de wijze waarop informatie in de asielprocedure wordt verzameld en beoordeeld.
Ik eindig dit hoofdstuk met een beschrijving van de belangrijkste organisatieonderdelen en deskundigen waarvan de hoor- en beslismedewerkers gebruik kunnen maken bij het verzamelen en kwalificeren van bepaalde soorten informatie.
3.1 De asielprocedure3.2 De Immigratie- en Naturalisatiedienst