Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.2.4.1
6.2.4.1 Nationaal Hervormingsprogramma en Stabiliteitsprogramma
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2013/14, 33 670, nr. 9, p. 22-23.
Ook in 2012 vond een plenair debat plaats met de betrokken ministers over de begrotingsplannen. Dit vond echter achteraf, nadat de plannen naar de Commissie waren gestuurd, plaats. Dit debat vond echter plaats onder bijzondere omstandigheden: het kabinet Rutte-I was op 21 april gevallen doordat de begrotingsbehandelingen tussen de VVD en de PVV stuk waren gelopen. Vervolgens is in twee dagen tussen vijf partijen (VVD, CDA, GroenLinks, D66 en ChristenUnie) een begrotingsakkoord gesloten, onder druk van de Europese eis om voor 1 mei de begrotingsplannen voor het volgende jaar te presenteren. Er stond extra druk op Nederland omdat Nederland zich in de buitensporige tekortprocedure bevond. De plannen werden op 27 april naar de Commissie gestuurd in de vorm van het Stabiliteitsprogramma en eind mei gepresenteerd aan de Kamers in de Voorjaarsnota 2012 (Kamerstukken II 2011/12, 33 280, nr. 1). Dit begrotingsakkoord wordt ook wel het Lenteakkoord genoemd.
Zie de themapagina’s Europees Semester op de website van EuropaPoort (te raadplegen via: www.eerstekamer.nl/eu/begrip/thema_s).
In 2013 werd er achteraf, op 11 juni, een plenair debat gevoerd met de verantwoordelijke ministers over de nationale programma’s en de landenspecifieke aanbevelingen. Zie Handelingen I 2012/13, nr. 30, item 7 en 9.
Dit geldt voor het jaar 2014 (Kamerstukken I 2013/14, CVII, nr. G), 2015 (Kamerstukken I 2014/15, CXII, nr. H) en 2016 (Kamerstukken I 2015/16, CXVII, nr. E).
Artikel 2.22 Comptabiliteitswet 2016.
In de Tweede Kamer zijn stemmen opgegaan om in het voorjaar een meer integraal debat te voeren over de begrotingsplannen naar aanleiding van het Stabiliteitsprogramma. Daarvoor zal het wel noodzakelijk zijn dat het Stabiliteitsprogramma meer details bevat over de plannen en hoe deze zullen worden ingevuld dan enkel nodig is om te voldoen aan de Europese rapportageverplichtingen (in tijden dat er niet al in het voorjaar bezuinigd dient te worden in verband met de Europese begrotingsregels), Kamerstukken II 2013/14, 33 670, nr. 9, p. 22.
Rapport commissie voor de Rijksuitgaven 2014, p. 6.
In het Nationaal Hervormingsprogramma en het Stabiliteitsprogramma rapporteert de regering over de vertaling van de Europese doelstellingen naar de nationale doelstellingen. Bovendien is met name het Stabiliteitsprogramma van belang voor de plannen zoals gepresenteerd in de ontwerpbegroting, omdat de in het Stabiliteitsprogramma gepresenteerde begrotingsoriëntaties worden vertaald in concrete plannen in de ontwerpbegrotingen waarbij rekening wordt gehouden met de landenspecifieke aanbevelingen. Het detailniveau van het Stabiliteitsprogramma neemt toe als Nederland zich in de buitensporige tekortprocedure bevindt of als het kabinet besluit dat er op grond van het nationale begrotingsbeleid vroeg bezuinigd moet worden.1
Zowel de Tweede als de Eerste Kamer is actief betrokken bij het Stabiliteitsprogramma en het Nationaal Hervormingsprogramma voordat het naar de Commissie wordt gestuurd. Sinds 20132 vindt er in de Tweede Kamer eind april een plenair debat plaats over het concept-Stabiliteitsprogramma en het concept-Nationaal Hervormingsprogramma met de verantwoordelijke ministers voordat deze naar de Commissie worden gestuurd. De Eerste Kamer bepaalt in principe aan het begin van het jaar hoe zij het Europees Semester zal behandelen en kijkt of er in de Kamer behoefte is aan nader overleg met de verantwoordelijke ministers.3 Dit kan zowel een schriftelijk of mondeling overleg betreffen als een plenair debat.4 De conceptprogramma’s worden de laatste jaren in een mondeling overleg tussen de verantwoordelijke minister en de betreffende Eerste Kamercommissies besproken voordat deze naar de Commissie worden gestuurd.5 Het parlement oefent hiermee zijn materiële budgetrecht uit. In de Comptabiliteitswet 2016 is ook opgenomen dat beide programma’s naar de Kamers worden gestuurd, waarmee de staande praktijk wordt gecodificeerd.6
Hoe diep er wordt gesproken over de begrotingsplannen naar aanleiding van het Stabiliteitsprogramma is mede afhankelijk van het detailniveau zoals neergelegd in het programma en is dus mede afhankelijk van de stand van de overheidsfinanciën en of Nederland reeds in het voorjaar bezuinigen zal moeten doorvoeren.7
De commissie voor de Rijksuitgaven ziet dit moment in het voorjaar, waarbij de Kamer in debat treedt met de verantwoordelijke ministers over de gepresenteerde plannen, ‘als aanvulling op de rol van de Kamer in het begrotingsproces’ omdat het leidt tot meer transparantie in het begrotingsproces.8