De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.3.1.4:8.3.1.4 Conclusie deskundigheid
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.3.1.4
8.3.1.4 Conclusie deskundigheid
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702087:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de reden waarom de bestuursrechter nog niet tot de conclusie is gekomen dat de ingeschakelde adviseur onvoldoende deskundig was, niet zo zeer te maken heeft met de daadwerkelijke deskundigheid die de adviseur in de praktijk heeft. De reden lijkt eerder dat de bestuursrechter zeer terughoudend is in de beoordeling van de deskundigheid en van sommige adviesinstanties – zonder kenbare motivering – aanneemt dat zij zijn te beschouwen als een deskundige op het gebied van planschade en nadeelcompensatie. Het verdient aanbeveling dat de bestuursrechter, wanneer deze wordt geconfronteerd met een voldoende concrete klacht over de deskundigheid, aan de hand van kenbare factoren – zoals die in § 5.6 – of onder verwijzing naar een inschrijving in het LRGD of Register DOBS de veronderstelde deskundigheid onderbouwt.