Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/5.4.2:5.4.2 Gemengde optie
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/5.4.2
5.4.2 Gemengde optie
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS350687:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In positieve zin Prinsen (diss.) 2004, p. 168. In negatieve zin Dortmond, Handboek Openbaar Bod 2008, p. 632.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de praktijk was het vroeger ook nog wel usance om een combinatie van een put- en calloptie te verlenen. Men spreekt dan van een “gemengde optie”. In dat geval verleent het bestuur van de vennootschap een recht tot het nemen van beschermingsprefs aan de stichting en gaan de vennootschap en de stichting een calloptieovereenkomst aan waarbij de modaliteiten rondom de optie worden vastgelegd. Daarnaast sluiten ze een putoptieovereenkomst met elkaar. De vraag is of het bestuur van de vennootschap uit hoofde van de putoptieovereenkomst tot uitgifte van beschermingsprefs kan besluiten indien het enige tijd daarvoor een recht heeft verleend aan de stichting tot het nemen van hetzelfde aantal beschermingsprefs.1
De putoptieovereenkomst heeft in mijn ogen niet meer dan een verbintenisrechtelijk karakter. De vennootschapsrechtelijke uitgiftevoorschriften komen pas bij de uitoefening van de putoptie aan bod. Het staat de vennootschap vrij om zo’n overeenkomst met de stichting aan te gaan, ook al heeft zij een recht tot het nemen van aandelen verleend aan de stichting. Daarbij moet niet uit het oog verloren worden dat de calloptie- en putoptieovereenkomst door dezelfde partijen worden aangegaan. De vraag is echter of de vennootschap uitvoering kan geven aan de putoptieovereenkomst. Bij de beantwoording van die vraag, is het van belang om onderscheid te maken tussen twee situaties. De eerste is dat de stichting de optie als eerste uitoefent. Aan uitvoering van de putoptieovereenkomst en besluitvorming ter zake van de putoptie wordt dan niet toegekomen. De uitgiftevoorschriften ter zake van de optie zijn reeds uitgevoerd. Niets staat aan de vennootschap in de weg om uitvoering te geven aan de optie en de beschermingsprefs aan de stichting uit te geven. Uiteraard kan zij, zolang de beschemingsprefs zijn uitgegeven, de beschermingsprefs niet nogmaals uit hoofde van de putoptieovereenkomst uitgeven aan de stichting, maar dat is ook niet nodig nu de beschermingsprefs reeds zijn uitgegeven.
De tweede situatie is die waarbij de putoptie als eerste wordt uitgeoefend. Kan de vennootschap de beschermingsprefs uitgeven als zij enige tijd daarvoor een recht heeft verleend tot het nemen van diezelfde beschermingsprefs? Zij zou de beschermingsprefs niet kunnen uitgeven indien zij diezelfde aandelen enige tijd daarvoor al zou hebben uitgegeven. Eenmaal uitgegeven blijft uitgegeven en de aandelen kunnen eerst weer onderwerp zijn van een uitgiftebesluit nadat zij zijn ingetrokken. Hier gaat het echter om het verlenen van een recht tot het nemen van aandelen en dat verlenen is zoals ik in paragraaf 5.3.2 onder b heb aangekaart een andere rechtshandeling dan de uitgifte van aandelen. De vennootschap heeft met het verlenen van de optie niet meer gedaan dan zichzelf verplicht om, zodra de stichting de wens daartoe te kennen geeft, tot uitgifte over te gaan. Nu wil de vennootschap tot uitgifte overgaan. De stichting heeft door het aangaan van de putoptieovereenkomst ermee ingestemd dat ook de vennootschap het initiatief tot uitgifte kan nemen. Neemt de vennootschap dat initiatief, dan is de stichting contractueel gehouden om de uit te geven aandelen te nemen. De stichting heeft daarmee in feite met een inperking van de optie ingestemd. Zij kan die immers niet meer uitoefenen indien de vennootschap de beschermingsprefs heeft uitgegeven. Uitoefening van de optie door de stichting is echter ook niet meer nodig als de beschermingsprefs reeds aan haar zijn uitgegeven.