Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.2.1
9.5.2.1 Algemeen
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577520:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Pitlo/Hidma & Rutgers 2004, nr. 75, p. 134.
Vgl. Pitlo/Hidma & Rutgers 2004, nr. 80, p. 142.
HR 19 februari 1993, NJ 1994, 345 m.nt. HJS (Van de Ven c.s./Pierik c.s.). Ook kan de rechtspositie van de verzoeker te zwak zijn om een voorlopig getuigenverhoor te rechtvaardigen; zie Van Nispen, (T&C Burgerlijke Rechtsvordering), art. 186, aant. 4; HR 29 maart 1985, NI 1986, 242 m.nt. WHH (Enka/Dupont).
Pitlo/Hidma & Rutgers 2004, nr. 80, p. 143. Rutgers (Rechtsvordering), art. 166.
Pitlo/Hidma & Rutgers 2004, nr. 80, p. 142; Parl. Gesch. Nieuw Bewijsrecht, p. 243.
Als partijgetuigen vallen aan te merken de formele procespartijen, materiële procespartijen, statutaire bestuurders en andere wettelijk of statutair tot gerechtelijke vertegenwoordiging van een materiële of formele procespartij bevoegde personen. Zie Pitlo/Hidma & Rutgers 2004, nr. 74, p. 134. Zie HR 22 december 1995, NJ 1997, 22(Reprotechnielc'Traugott) en HR 22 december 1995, NJ 1997, 23(MastecolTop-Pharm) m.nt. HJS.
In de procedurele fase van een mededingingszaak kan het bewijs van een kartelinbreuk of het misbruik maken van een machtspositie door middel van getuigen worden geleverd. Een ieder die daartoe op wettige wijze is opgeroepen is verplicht getuigenis af te leggen. Deze in artikel 165 Rv neergelegde regel is een burgerplicht van openbare orde, die gebaseerd is op het algemeen maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte boven tafel komt in het belang van een goede rechtsbedeling en rechtsbescherming.1 De opgeroepen getuige in een mededingingszaak dient voor de rechter te verschijnen en daar een verklaring af te leggen. Slechts in bijzondere gevallen kan een uitzondering worden gemaakt op grond van een eventueel professioneel (artikel 165 lid 2 sub b Rv) of relationeel (artikel 165 lid 2 sub a Rv; artikel 284 lid 3 Rv) verschoningsrecht.
Een getuigenverklaring kan slechts als bewijs dienen voorzover zij betrekking heeft op aan de getuige uit eigen waarneming bekende feiten, aldus artikel 163 Rv. Bewijs door getuigen van een kartelafspraak of het misbruik maken van een machtspositie is in beginsel steeds toegelaten (artikel 166 Rv), tenzij de wet een specifiek bewijsmiddel voorschrijft.2
De rechter is verplicht een getuigenverhoor te bevelen zo vaak een van de partijen het verzoekt en aanbiedt bepaalde feiten te bewijzen (de rechter komt geen discretionaire bevoegdheid toe).3 In geval van misbruik van bevoegdheid kan dat anders zijn.4 De rechter zal niet elk bewijsaanbod van partijen hoeven te honoreren. De door de verzoekende partij te bewijzen aangeboden feiten moeten betwist zijn (feiten of rechten die niet of niet voldoende zijn betwist, moet de rechter ex artikel 149 Rv als vaststaand beschouwen, behoudens zijn bevoegdheid bewijs te verlangen, zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat) en tot de beslissing van de zaak kunnen leiden. De rechter mag het aanbod passeren ingeval het bewijsaanbod niet voldoet aan een aantal criteria waaraan dient te worden voldaan. Zo mag het bewijsaanbod niet te vaag zijn, moet het tijdig zijn gedaan en dient het terzake dienend te zijn.5
Partijen bepalen welke getuigen zullen worden voorgebracht. Uiteraard kan de rechter in zijn beslissing aangeven dat hij het wenselijk acht dat bepaalde personen als getuigen worden gehoord.6 Partijen kunnen zelf ook als getuigen optreden ex artikel 164 Rv, al kan de verklaring slechts strekken ter aanvulling van onvolledig bewijs (164 lid 2 Rv).7