Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/2.3.3.1:2.3.3.1 Inleiding doorbraak van aansprakelijkheid
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/2.3.3.1
2.3.3.1 Inleiding doorbraak van aansprakelijkheid
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS302469:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Schilfgaarde 1986a, p. 14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van Schilfgaarde heeft eens op fraaie wijze opgemerkt dat onder bepaalde omstandigheden door een rechtspersoon mag worden heen gekeken – de sluier van de rechtspersoonlijkheid mag worden doorboord – met als resultaat dat de personen achter die rechtspersoon aansprakelijk worden gehouden voor formeel op de rechtspersoon rustende schulden.1 Op die wijze kan bijvoorbeeld een moedermaatschappij aansprakelijk zijn voor schulden van haar dochtermaatschappij. Er zijn twee “denkrichtingen” waarlangs men tot een dergelijke aansprakelijkheid kan komen. Het gaat daarbij om de eigenlijke of directe doorbraak en de oneigenlijke of indirecte doorbraak van aansprakelijkheid.