Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.5.0:3.5.0 Introductie
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.5.0
3.5.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag wat de functie van het vaststellen van een begroting door een overheidsorgaan is, kan verschillend worden beantwoord.1 Zo zullen economen vooral geïnteresseerd zijn in de bedrijfseconomische en macro-economische functie. Voor juristen zijn vooral de zogenaamde autorisatiefunctie (ook wel de staatsrechtelijke functie), de allocatiefunctie (ook wel keuzefunctie) en de controlefunctie van belang. Autorisatie houdt de machtiging in om uitgaven te doen tot het in de begroting opgenomen maximumbedrag. De autorisatie van bedragen in de begroting kan in dit verband vooral worden gezien als een condicio sine qua non voor het doen van uitgaven.
De allocatie- of keuzefunctie houdt verband met de autorisatiefunctie en houdt in dat uit een begroting moet kunnen worden afgeleid welke keuzes de vaststeller ten aanzien van het beleid in het begrotingsjaar wil of heeft willen maken. Omdat de inrichting van de jaarstukken vaak identiek moet zijn aan die van de begroting, speelt de begroting ook een rol bij de controle na afloop van een begrotingsjaar. Met het inrichten van de begroting bepaalt de vaststeller ervan immers tevens op welke onderdelen aan het einde van het begrotingsjaar verantwoording en dus controle plaats zal vinden.
Het begrip begroting wordt in de Gemeentewet niet nader gedefmieerd. Het onderstaande art. 7 BBV geeft wel een omschrijving:
Art. 7 BBV
1. De begroting bestaat ten minste uit:
a. de beleidsbegroting;
b. de financiële begroting.
2. De beleidsbegroting bestaat ten minste uit:
a. het programmaplan;
b. de paragrafen.
3. De financiële begroting bestaat ten minste uit:
a. het overzicht van baten en lasten en de toelichting;
b. de uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting.
Bij eerste lezing van dit artikel springt het gebruik van de woorden "ten minste" in alle leden in het oog. Kennelijk is het mogelijk om naast de beleidsbegroting en de financiële begroting ook nog andere begrotingen vast te stellen en kunnen de beleidsbegroting en de fmanciële begroting uit meer documenten bestaan dan de twee die in lid 2 respectievelijk lid 3 van art. 7 BBV worden voorgeschreven. Deze mogelijkheid wordt onderkend in de Nota van Toelichting waarin staat dat gedacht zou kunnen worden aan "een visie of samenvatting van het collegeprogramma".2 In de volgende paragrafen zullen alleen de verplichte begrotingsdocumenten worden besproken.