Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.2.2:7.2.2 Toepassing van de convergentiecriteria
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.2.2
7.2.2 Toepassing van de convergentiecriteria
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455274:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer: Handelingen II 1996/97, 39, p. 3213, 3231.
Handelingen II 1996/97, 39, p. 3222.
Handelingen II 1996/97, 39, p. 3237.
Handelingen II 1996/97, 94, p. 6549.
Handelingen II 1996/97, 94, p. 6549.
Kamerstukken II 1996/97, 21501-20, 57.
Handelingen II 1996/97, 94, p. 6562; Handelingen II 1996/97, 94, p. 6673.
Handelingen II 1996/97, 39, p. 3222. Zie ook: Handelingen II 1996/97, 39, p. 3213.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een tweede discussie die naar aanleiding van het Stabiliteits- en Groeipact in de Kamer gevoerd werd, gaat over de toepassing van de convergentiecriteria zoals die in het Verdrag van Maastricht zijn vastgelegd voor de toetreding tot de gemeenschappelijke munt. Van meerdere kanten waarschuwden Kamerleden de regering voor een verslapping van deze criteria.1 Het vasthouden aan een strakke interpretatie van de criteria was volgens veel Kamerleden van het grootste belang, om te voorkomen dat de sterke gulden zou worden ingewisseld voor een zwakke euro. De beoordeling of landen voldoen aan de criteria mocht in ieder geval geen politieke worden. Ook moest de regering ervoor waken dat landen geen begrotingstrucs uithaalden om maar aan de criteria te voldoen.2
Minister-president Kok beaamde de noodzaak van een strikte toepassing van de convergentiecriteria. Zo stelde hij:
‘Er zal straks, begin 1998, een heel moeilijk moment van afweging komen, op basis van de uitkomsten over 1997, wie er worden toegelaten tot de eerste groep. Voor ons staat voorop en blijft vooropstaan dat wij strikt vasthouden aan de criteria. Men mag van ons aannemen dat wij niet akkoord zullen gaan met welke besluitvorming dan ook die niet volstrekt en correct in lijn is met de criteria van het Verdrag van Maastricht.’3
Deze toezegging overtuigde echter niet ieder Kamerlid. Meer twijfel rees na de volgende uitspraken van Kok tijdens het debat:
‘Ik heb gezegd dat wij de beoordeling van de vraag hoe met de toepassing van die criteria om moet worden gegaan, op het finale moment niet alleen aan de computer over kunnen laten. Als wij het aan de computer overlaten, kunnen wij allerlei andere dingen doen, maar dan vertrouwen wij Europa toe aan niet-politici, aan technici. Het is en blijft echter een politiek-economisch afwegingsproces, waarbij voor mij van begin tot eind die criteria van levensgrote betekenis blijven.’4
CDA-Kamerlid De Hoop Scheffer vroeg zich af of je met die benadering niet op een hellend vlak terecht komt.5 Hij stelde daarom een motie voor, waarin de regering werd opgeroepen om vast te houden aan een strikte interpretatie van het tekortcriterium.6 Hoewel de regering de motie als overbodig bestempelde, werd zij door de Kamer aangenomen.7
De discussie over de toepassing van de convergentiecriteria hangt samen met de vraag welke landen op het beslissende moment zullen voldoen aan die criteria. Alleen die landen zullen zich immers kwalificeren voor de start van de gemeenschappelijke munt. Uit de debatten naar aanleiding van het Stabiliteits- en Groeipact blijkt dat er op dat moment, net zoals bij de goedkeuring van het Verdrag van Maastricht, nog geen realistische inschatting te maken viel over welke landen zouden deelnemen aan de gemeenschappelijke valuta. Zo stelde Rouvoet:
‘[H]et aantal toetreders tot de derde fase is uiterst onzeker. Collega Hoogervorst had het vorige week over een stuk of zes. Onduidelijk bleef welke landen dat zouden kunnen zijn.’8
Deze punten, welke lidstaten zich kwalificeren voor de invoering van de gemeenschappelijke munt en hoe de convergentiecriteria in dat kader worden toegepast, komen terug bij het debat dat in het parlement gevoerd is naar aanleiding van de start van de derde fase van de EMU.