Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/3.4.3
3.4.3 De plenaire behandeling
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS582741:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II 2000/01, 100, p. 6251.
Handelingen II 2000/01, 101, p. 6255.
Handelingen II 2000/01, 101, p. 6270.
Handelingen II 2000/01, 101, p. 6277.
Handelingen II 2000/01, 101, p. 6274.
Besluitenlijst van de procedurevergadering van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Tweede Kamer) d.d. 4 september 2001.
‘1. Aan artikel 155a wordt een nieuw achtste lid toegevoegd, dat luidt: 8. Alvorens de raad besluit tot een onderzoek, stelt hij bij verordening nadere regels met betrekking tot deze onderzoeken. In elk geval worden daarin regels opgenomen over de wijze waarop ambtelijke bijstand wordt verleend aan de commissie.’
Handelingen II 2000/01, 101, p. 6290.
Handelingen II 2000/01, 101, p. 6290.
Handelingen II 2000/01, 101, p. 6282.
Handelingen II 2000/01, 101, p. 6288.
Handelingen II 2000/01, 101, p. 6291.
Het is een gewone dinsdagmiddag aan het begin van het parlementaire jaar in de Tweede Kamer, waarop de tweede termijn van het debat over de Wet dualisering gemeentebestuur plenair afgehandeld zal worden. Het is rond vier uur in de middag als op die elfde september 2001 tijdens het debat van de Tweede Kamer met staatssecretaris Faber van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over gewasbeschermingsmiddelen, onrust ontstaat in de zaal. Na een schorsing van enkele minuten deelt ondervoorzitter Weisglas van de Tweede Kamer – hij zou enkele maanden later gekozen worden tot Kamervoorzitter – mede dat hij in overleg met de voorzitter besloten heeft de vergaderingen voor in ieder geval de rest van de middag te schrappen. Daarna zal men verder zien.
In plaats van aan het begin van het debat over de dualisering van het gemeentebestuur aan te kondigen, neemt Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven om stipt zes uur ‘s avonds het woord en legt de volgende verklaring af:
‘Geachte medeleden. Enkele uren geleden bereikten ons de eerste berichten over de verschrikkelijke rampen die New York en andere plaatsen in Amerika hebben getroffen. Intussen weten wij dat waarschijnlijk vele duizenden mensen het slachtoffer zijn geworden. Wij wensen de verantwoordelijke politici en bestuurders de kracht toe om met deze ongekend gecompliceerde crisis om te gaan en de maatregelen te nemen die nodig zijn. Wat ook de achtergrond is van deze rampen, namens de Kamer geef ik uiting aan ons intens medegevoel met alle getroffenen.’1
Net als het hele land, verkeert ook de Tweede Kamer in shock. De agenda van de Kamer voor de rest van die week wordt schoongeveegd. Slechts enkele urgente wetten worden behandeld in afwachting van Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen de week erna. De Wet dualisering gemeentebestuur is een van deze urgente wetten.
De dag erna begint de plenaire vergadering van de Tweede Kamer met een verklaring van de minister-president. ‘Mevrouw de voorzitter. De onbeschrijflijke catastrofe die het Amerikaanse volk heeft getroffen, vervult ons met verbijstering en afschuw. Amerika rouwt en wij hier rouwen in verbondenheid mee’,2 zegt premier Kok in een volle Kamer.
Om kwart over zeven ‘s avonds begint de behandeling van het wetsvoorstel Wet dualisering gemeentebestuur in de plenaire zaal van de Tweede Kamer.
‘Het is goed dat wij gisteren enkele uren nadat de afschuwelijke gebeurtenissen in de Verenigde Staten zich hadden voltrokken, niet zijn gaan debatteren over de dualisering in onze gemeenten. Ook nu, een etmaal later, is het moeilijk om aan de zware en ook emotionele druk van die afschuwelijke gebeurtenissen te ontkomen en terug te gaan naar de orde van de dag. Maar het moet. Alles gaat gewoon door ’,3
zegt D66-woordvoerderScheltema-De Nie bij het begin van haar inbreng.
‘Tussen de eerste termijn van maandag en de tweede van nu heeft het inferno van de Twin Towers in New York plaatsgevonden. Als je daarmee onze discussie vergelijkt, zijn we bezig met een heel nietig onderwerp’,4
voegt VVD’er Te Veldhuis eraan toe. En ook Kamerlid Slob van de ChristenUnie gaat in op de gebeurtenissen in de Verenigde Staten.
‘Dat relativeert op dit moment al onze bezigheden en dat geldt ook de discussie over de dualisering van het gemeentebestuur. Om die reden en ook omdat wij de afgelopen tijd schriftelijk en mondeling bij de inhoud van dit wetsvoorstel hebben stilgestaan, wil ik er in deze termijn slechts kort bij stilstaan.’5
Nagenoeg alle fractiewoordvoerders leggen de link tussen de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten en het lamgeslagen Nederland. Er spelen belangrijkere zaken in de samenleving op dat moment, maar het leven gaat verder. Ook het politieke.
Het wordt een relatief kort debat. Enerzijds vanwege de terughoudendheid van de Kamerleden om zaken politiek ‘op te spelen’ in een periode van internationale rouw; anderzijds omdat in de ‘eerste termijn’ tijdens het wetgevingsoverleg feitelijk al heel veel zaken zijn uitgediscussieerd. Deze werkwijze was overigens – omwille van een voortvarende afhandeling – een week tevoren al zo afgesproken in een ingelaste procedurevergadering van de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 4 september 2001. In de besluitenlijst van deze vergadering staat te lezen:
‘De voorzitter herinnert aan het eerdere besluit van de commissie om het wetsvoorstel dualisering gemeentebestuur (27751) in het wetgevingsoverleg op 10 september a.s. volledig te bespreken, dat wil zeggen de behandeling niet te beperken tot de wetstechnische aspecten. In verband daarmee zal de plenaire behandeling op 11 september a.s. zich kunnen beperken tot een korte afronding.’6
Aan het begin van het debat brengt CDA-woordvoerder Van der Hoeven een opmerkelijk nieuw punt in. Er is – tussen het wetgevingsoverleg en de plenaire behandeling – nog een Nota van wijziging7 van de minister ontvangen over de precieze gang van zaken rond de ‘onderzoekscommissie’ vanuit de raad. Het gaat hier om het te introduceren ‘enquêterecht’ van de raad. De minister spreekt in deze Nota van wijziging voor het eerst over een regeling8 omtrent de ‘ambtelijke bijstand’ voor de onderzoekscommissie vanuit de raad. Deze ambtelijke bijstand dient – evenals in artikel 33 lid 3 van de Gemeentewet – bij raadsverordening te worden geregeld. Ook hier wordt niet onderkend dat de gemeenteraad, na het overhevelen van de werkgeversbevoegdheid over de gemeenteambtenaren van de raad naar het college van burgemeester en wethouders en zeker na de aanname van het amendement De Cloe c.s. onder nummer 57, waarin de gemeentesecretaris – met zijn ambtenaren – exclusief wordt toebedeeld aan het college én na het schrappen van artikel 148 Gemeentewet, waarin de raad beleidsregels kon stellen aan de bevoegdheden van het college, hier geen zeggenschap meer over heeft.
Een tweede opmerkelijk feit aan de inbreng van Van der Hoeven is het indienen van een motie,9 die vraagt om de financiële consequenties van het wetsvoorstel – in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten – in kaart te brengen en aan te geven hoe de financiering zal plaatsvinden. In feite dus een vraag om extra financiering van de uit het wetsvoorstel voortvloeiende extra taken, waarbij de fractieondersteuning expliciet genoemd wordt. De motie wordt ondersteund door ChristenUnie, D66, GroenLinks, SGP, PvdA en VVD (het was dus eerst een oppositiemotie, die naderhand ook door de grote coalitiepartijen is medeondertekend), dus zal hij zeker worden aangenomen. De minister zal dan ook later10 aangeven dat hij deze zal uitvoeren.
Ook D66-woordvoerder Scheltema-De Nie komt met een motie11 tijdens het plenaire debat. Zij vraagt de regering om te bevorderen dat ten tijde van het in werking treden van de Wet dualisering gemeentebestuur de handleidingen, instructies en modelverordeningen ten behoeve van de gemeenten, die deze moeten gaan invoeren, ook daadwerkelijk beschikbaar zijn. Ook deze motie wordt breed ondersteund. De minister garandeert in het debat12 dat deze verordeningen voor 7 maart 2002 (de dag na de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen en – op dat moment – de dag waarop verwacht wordt dat de Wet dualisering gemeentebestuur in werking zal treden) gereed zullen zijn.
PvdA-woordvoerder De Cloe sluit zich gaande het debat13 aan bij een amendement van D66 en GroenLinks, dat de maximale termijn waarbinnen gemeenten onder andere de verordening rondom ambtelijke bijstand en fractieondersteuning moeten hebben geregeld, terugbrengt van drie naar één jaar.
De rest van de inbreng van de Kamer wordt overheerst door het debat over de woonplaatsvereisten voor de burgemeester en – met name – de wethouder van buiten de raad. Dit komt voort uit de perspublicaties over het wetgevingsoverleg, die nadrukkelijk op de discussie in dit overleg over dit onderwerp waren ingegaan.
Ook de minister spreekt lang over dit woonplaatsvereiste en gaat voor het overgrote deel van zijn termijn slechts puntsgewijs in op de ingediende moties en amendementen, voor zover deze nog niet afgehandeld zijn in het wetgevingsoverleg.
Zeer opvallend is wel de opmerking van de minister over de kwaliteit van het wetsvoorstel en de mogelijke strijdigheid van de vele ingediende amendementen met de ingewikkelde structuur van de gehele Gemeentewet:
‘Het heeft mijn voorkeur om, na stemming over de amendementen, te kijken of er sprake kan zijn van tegenstrijdigheden in de wet. Dat zou mogelijk zijn bij een tweede lezing over het wetsvoorstel, waarbij eventueel technische correcties kunnen worden aangebracht.’14
Die tweede lezing zal er echter nooit komen.
Wel zal de minister een ‘Gewijzigd voorstel van Wet’15 aan de Eerste Kamer zenden, waarin de door de Tweede Kamer aangenomen amendementen zijn opgenomen. Dit is gebruikelijk, maar de minister blijkt ook enkele (kleine) technische wijzigingen te hebben aangebracht, die niet in de amendementen waren opgenomen, maar er wel uit voortvloeien. Zo heeft zij het eerste lid onder de letters c en d van artikel 160 van de Gemeentewet aangepast aan de strekking van het amendement De Cloe c.s.16 over de verplichte griffier. Het zou in dezelfde lijn hebben gelegen om ook de bepaling over de verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad over de inzet van ambtelijke bijstand in het derde lid van artikel 33 van de Gemeentewet hierin mee te nemen, maar dit werd – ook hier – over het hoofd gezien.
Aan het slot van het plenaire debat blijkt opnieuw de haast, waarmee het wetsvoorstel door de Tweede Kamer geloodst moet worden. Door de opgelopen vertraging vanwege 9/11 kan er niet meer in de lopende week gestemd worden over het wetsvoorstel en de ingediende moties en amendementen. De volgende week vinden echter de Algemene Beschouwingen plaats, waarbij het hoogst ongebruikelijk is om de stemmingen daarover te combineren met andere stemmingen. Toch zal dat hier gaan gebeuren, zo stelt de voorzitter voor:
‘Aanvankelijk zouden wij morgen stemmen over dit wetsvoorstel. Gezien de opgetreden vertraging in de behandeling, lijkt mij dat niet verantwoord. Normaal gesproken hebben wij bij de algemene beschouwingen slechts stemmingen over de daarbij ingediende moties. Bij hoge uitzondering stel ik thans echter voor om aanstaande woensdag bij het begin van de middagvergadering over dit wetsvoorstel te stemmen.’17
Conform dit voorstel wordt besloten.