Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.3.4.2:2.3.4.2 Zelfstandige motieven in de vierde categorie
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.3.4.2
2.3.4.2 Zelfstandige motieven in de vierde categorie
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957943:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande paragrafen is gesproken over motieven die onder het hoofdmotief continuïteit vallen in de categorie ‘overgang naar de volgende generatie’. Uit de interviews komt naar voren dat een aantal van deze motieven ook een zelfstandige rol kan spelen binnen deze categorie. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een rechthebbende zo lang mogelijk zelf de zeggenschap over zijn vermogen wil houden, maar al wel aan zijn kinderen een bepaald economisch belang wil toekennen. Hier hoeft geen continuïteitsmotief te spelen. Hierna wordt kort besproken op welke manier sommige motieven ook een zelfstandige rol kunnen hebben binnen de categorie ‘overgang naar de volgende generatie’. De paragraaf wordt afgesloten met een motief dat binnen deze categorie enkel een zelfstandige rol speelt, en dus niet ook binnen het hoofdmotief continuïteit wordt genoemd. Het gaat dan om het motief van bescherming van personen.
Allereerst het motief behoud van zeggenschap. Dat wordt in de interviews ook als een zelfstandig motief genoemd, los van continuïteit. Dit komt bijvoorbeeld naar voren als er over estate planning wordt gesproken. Vanuit het oogpunt van een gunstige estate planning wordt het economisch belang bij het vermogen van de rechthebbende het liefst gedurende het leven van de rechthebbende, deels, naar de volgende generatie overgebracht. De zeggenschap over het vermogen blijft gedurende het leven van de rechthebbende gedeeltelijk of volledig bij de rechthebbende. Uit het woord estate planning volgt dat het fiscale motief ook een rol speelt in deze situatie. Een notaris geeft het volgende voorbeeld bij belegd vermogen:
“Nou beleggingsfonds bijvoorbeeld. Wat ik in de praktijk wel meegemaakt heb is dat men (…) vermogen wil overdragen aan de kinderen. Op fiscaal gunstige manier. Maar wel de zeggenschap erover houden. (…) Het is een combinatie van estate planning, overdracht van vermogen of schenking van vermogen aan kinderen, zodat zij uiteindelijk de rendementen daarop hebben. Maar je houdt wel de zeggenschap.”
Ook het motief van de incapabele erfgenamen kan op zichzelf staan. Het is mogelijk dat de rechthebbende van het vermogen een beheerstructuur wil oprichten waarmee de zeggenschap en/of het economisch belang zoveel als mogelijk of nodig aan een incapabele erfgenaam onthouden wordt. Een estate planner zegt over dit motief:
“Het begint natuurlijk bij mensen die zwakbegaafd of geestelijk gehandicapt zijn. Want ja, daar moet je iets voor verzinnen. (…) Dan ga je eerst kijken van ja, hoe kunnen we ons kind achterlaten als we er niet meer zijn met de maximale hoeveelheid zorg et cetera, (…). Als je het hebt over kinderen die ontsporen, kinderen die hun eigen weg gaan die niet het patroon van hun ouders zoeken, kinderen die ook handelingsonbekwaam raken als gevolg van drugsverslaving of weet ik het allemaal, allemaal ellendige dingen, ja dat wisselt. Kijk de ene persoon (…) zegt van ja, als ik er niet meer ben, ben ik er niet meer. Interesseert me ook niet meer. Anderen zeggen we hebben zoveel ellende met zoon of dochter gehad. Eigenlijk willen we die buitensluiten. Hoever kunnen we gaan met onterven en dergelijke en overal buitensluiten. Gelet op de Nederlandse wetgeving. En dan zijn er weer anderen die daar een tussenvorm in willen. Dat is zo ontzettend persoonlijk. Ik kan daar geen trend in benoemen.”
Hier kunnen de motieven van incapabele erfgenamen en bescherming van personen samenkomen. Dit laatste motief komt hierna nog aan de orde. De rechthebbende van het vermogen wil bij bepaalde incapabele erfgenamen namelijk vaak wel een situatie creëren waarbij de incapabele erfgenaam verzorgd achterblijft en gebruik kan maken van het vermogen van de erflater. Ook kan dit motief overlappen met het motief om tot een ongelijke verdeling van het vermogen over te gaan. Bijvoorbeeld omdat aan de incapabele erfgenaam minder of juist meer vermogen wordt toegekend in verhouding tot andere erfgenamen om aan een zorgbehoefte te voldoen.
Is de erfgenaam incapabel, omdat deze in de ogen van de rechthebbende niet met vermogen om kan gaan, dan kan het motief deels overlappen met het hierna nog te bespreken motief van de opvoeding. De rechthebbende van het vermogen wil in dat geval een beheerstructuur opzetten om de erfgenaam te begeleiden in hoe deze kan leren omgaan met het vermogen. Dat kan deels al tijdens het leven van de rechthebbende plaatsvinden en doorlopen na het overlijden of pas na het overlijden beginnen.
En dan zijn er nog mogelijke toekomstig rechthebbenden waarvan de rechthebbende van het vermogen om wat voor reden dan ook vindt dat deze geen enkele zeggenschap over het vermogen mag krijgen en geen enkel economisch belang uit het vermogen mag ontvangen. Ook voor het uitsluiten van deze categorie incapabele erfgenamen kan een beheerstructuur worden opgezet. Wel moet hierbij worden opgemerkt dat het in deze situatie niet zo zeer zal gaan om de scheiding van de zeggenschap over het vermogen en het economisch belang bij het vermogen, maar om het voorkomen dat zeggenschap en economisch belang bij een mogelijk toekomstig belanghebbende terechtkomen. Hier vloeien het motief van de incapabele erfgenaam en het motief van niet gelijk willen verdelen van het vermogen samen.
Het motief om vermogen, al dan niet, gelijk te verdelen over de toekomstig rechthebbenden kan daarmee ook los van het achterliggende continuïteitsmotief bestaan. Het bestaan van dit motief is in dat geval niet gelegen in de continuïteitsgedachte, maar bijvoorbeeld in de band die de toekomstig rechthebbenden met de rechthebbende hebben. Het ‘zwarte’ schaap komt hierbij in de interviews naar voren. En, zoals hierboven aangegeven, kunnen bepaalde capaciteiten die de toekomstig rechthebbenden al dan niet bezitten ertoe leiden dat bij de rechthebbende het motief ontstaat om al dan niet gelijk te verdelen.
Vervolgens wordt het motief van opvoeding een aantal keer genoemd als op zichzelf staan motief. Onder andere bij belegd vermogen als vermogensbestanddeel. De rechthebbende van het vermogen wil dat zijn erfgenamen, in dit geval meestal zijn kinderen, leren omgaan met het hebben van een behoorlijk vermogen. Hij wil hen behoeden voor wat door sommige respondenten het ‘rode Ferrari-effect’ wordt genoemd. Door sommige rechthebbenden wordt om die reden al tijdens leven een beheerstructuur opgezet waarbij zowel de rechthebbende als zijn kinderen gedeeltelijk de zeggenschap over en het economisch belang bij het vermogen hebben. Ook wordt genoemd dat na het overlijden soms door de rechthebbende ook beheerstructuren worden opgezet met als motief om de erfgenamen te leren omgaan met het vermogen. Daarbij komt naar voren dat sommige rechthebbenden het belangrijk vinden dat erfgenamen eerst laten zien dat ze ook zonder het vermogen van de rechthebbende kunnen rondkomen. Vaak speelt de leeftijd van de erfgenaam een rol. Zie bijvoorbeeld onderstaande opmerkingen van twee estate planners over dit onderwerp:
“Ja, maar wel veelal als middel om kinderen al gedurende hun leven een beetje op te voeden met het beleggen. Aan de hand mee te nemen van goh, hoe beheren wij nu zo’n portefeuille en laten we dat eens gezamenlijk doen.”
“En heel veel ouders hebben ook zoiets van ja, dat geld dat ik heb opgebouwd dat is ooit wel voor mijn kinderen, maar ik wil dat ze het zelf doen. Ik wil dat ze zelf vermogen opbouwen.”
Het laatste motief is de bescherming van personen. Zoals hierboven al is aangegeven, wordt dit motief een paar keer samen genoemd met het motief van bescherming van goederen. Anders dan bij de bescherming van goederen valt de bescherming van personen in beginsel niet onder het hoofdmotief continuïteit. Dit motief kan deels samenvloeien met het motief van privacy uit de tweede categorie van motieven. De rechthebbende van het vermogen kan als motief hebben dat de toekomstig rechthebbenden dienen te worden beschermd tegen eventuele gelukszoekers, waardoor voor buitenstaanders niet duidelijk mag zijn hoeveel vermogen een toekomstig rechthebbende heeft of zal verkrijgen. Onder dit motief vallen ook de situaties dat de rechthebbende de toekomstig rechthebbenden wil beschermen tegen de verantwoordelijkheden en eventueel nadelige gevolgen die het verkrijgen van een groot vermogen met zich meebrengt. Het motief bescherming van personen kan dan samenvloeien met het motief van opvoeding.