Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/13.4.1
13.4.1 Opkomst van AIM
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS576693:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. hetgeen hierover is opgemerkt in § 4 van hoofdstuk 12. Jenkinson/Ramadorai (2008), p. 6, stellen dat het 'unambiguous [is] that the M[ain] M[arket of LSE] is more highly regulated than AIM.'
Door Ferran (2004a), p. 156-158, is in dit kader weliswaar opgemerkt dat door de FSA in het kader van de implementatie van de Transparantierichtlijn onderzocht is of opleggen van 'super-equivalent provisions' wenselijk is. Het praktische belang van deze uitbreiding neemt echter af naarmate het succes van MM is toegenomen; op MM zijn immers de bepalingen (ter implementatie) van de Transparantierichtlijn überhaupt niet van toepassing. Hierdoor verliest (ook) het opleggen van boven de Transparantierichtlijn uitstijgende 'superequivalent provisions' aan relevantie.
Men zou hier tegenin kunnen brengen dat AIM zich specifiek richt op beursvennootschappen die kleinere ondernemingen drijven. Door te voorzien in een marktsegment met lichte eisen voor dergelijke vennootschappen en de 'gewone' (of zelfs extra) eisen te handhaven voor gereglementeerde markten — waarop effecten van grotere vennootschappen zullen zijn toegelaten — ontstaat concurrentie tussen effectenbeurzen op twee niveaus. Zo bezien bedrijft de Engelse wetgever wel 'regulatory competition' — overigens nog steeds niet (per definitie) leidend tot een 'race to the top' — maar dan met het oog op het verkrijgen van een zo groot mogelijk aantal beursvennootschappen in verschillende marktsegmenten.
Het eerste voorbeeld van deze ontwikkeling is het reeds genoemde succes van de Engelse effectenbeurs AIM. Waar enerzijds AIM gedurende het eerste decennium van deze eeuw de sterkst groeiende Europese effectenbeurs was, staat tegelijkertijd vast dat op AIM toegelaten beursvennootschappen aan minder, en minder stringente, publicatieverplichtingen zijn onderworpen dan beursvennootschappen waarvan aandelen zijn toegelaten tot de "main market" van de LSE of tot de handel van andere gereglementeerde markten in de Europese Unie.1 AIM is geen gereglementeerde markt. Het gevolg hiervan is dat de uit de Europese regelgeving voortvloeiende voorschriften die toepasselijk zijn op gereglementeerde markten, niet automatisch op AIM van toepassing zijn. Het staat de Engelse wet- en regelgever — of AIM zelf — daardoor vrij om beursvennootschappen waarvan aandelen worden toegelaten tot de handel op AIM al dan niet aan dezelfde publicatieverplichtingen te onderwerpen als de verplichtingen die gelden voor beursvennootschappen waarvan aandelen tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten. Noch de Engelse wet- en regelgever, noch AIM heeft daarvoor gekozen; van het opleggen van verdergaande publicatieverplichtingen dan de uit het FSAP voortvloeiende voorschriften is daarenboven al helemaal geen sprake. Hieruit kan worden afgeleid dat, mocht al door de Engelse wet- en regelgever "regulatory competition" op het terrein van de vormgeving van de publicatieverplichtingen worden gedreven2, deze in ieder geval niet tot een "race to the top" heeft geleid.3