Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/1.1.3.2:1.1.3.2 Het schild van nietigheid
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/1.1.3.2
1.1.3.2 Het schild van nietigheid
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574057:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De nietigheidssanctie zoals neergelegd in art. 81 lid 2 EG en art. 6 lid 2 Mw is naar Nederlands recht overbodig, nu de nietigheid reeds voortvloeit uit art. 3:40 lid 1 en lid 2 BW en art. 2:14 BW. De nietigheidssanctie van art. 81 lid 2 EG heeft echter een eigen invulling die niet per definitie overeenkomt met het nationale begrip nietigheid. Zie voor een nadere uitwerking § 2.3.3.3. Zie ook Appeldoorn 2004, p. 135.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als schild wordt mededingingsrecht vaak ingeroepen teneinde onder een overeenkomst (of een of meer bepalingen daarvan) uit te komen door een beroep te doen op de nietigheid van de contractuele verbintenis wegens strijd met de mededingingsregels. Dit noem ik de defensieve privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. De krachtens het eerste lid van artikel 81 EG verboden overeenkomsten of besluiten, die niet vallen onder de uitzondering van het derde lid van artikel 81 EG, zijn van rechtswege nietig volgens het tweede lid van artikel 81 EG (zie § 2.3.3.3). Een soortgelijke bepaling staat in het tweede lid van artikel 6 van de Mededingingswet (Mw).1 Een rechtshandeling die strijdig is met het verbod op het misbruik maken van een machtspositie in de zin van artikel 82 EG of 24 Mw, is nietig op grond van artikel 3:40 BW (zie § 2.3.4.5). Verdedigd kan ook worden dat de nietigheid van een rechtshandeling die strijdig is met artikel 82 EG wordt gebaseerd op grond van het gemeenschapsrecht zelf door middel van een analoge toepassing van de nietigheidssanctie van artikel 81 lid 2 EG (zie § 2.3.4.5).