Beperkte rechten op eigen goederen
Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/2.8:2.8 Conclusie
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/2.8
2.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491152:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
23. In een aantal gevallen bepaalt de wet expliciet dat een eigenaar een beperkt recht op zijn eigen zaak kan hebben. Het gaat om situaties waarin sprake is van vermogensafscheiding (art. 4:200 lid 2 BW), gemeenschap (art. 5:118 en 4:29 BW), een verbintenisrechtelijk recht (art. 4:50 lid 3 en 5:83 BW) en quasi-stapeling van beperkte rechten (art. 5:70 lid 1 en 5:84 BW). Bij art. 3:81 lid 3 BW is in zekere zin sprake van een beperkt recht op een eigen zaak. Een eigenaar heeft geen beperkt recht op zijn eigen zaak bij de overdracht onder voorbehoud van een beperkt recht (art. 3:81 lid 1 BW).
De gevallen hebben met elkaar gemeen, dat steeds belang bestaat bij het beperkte recht op de eigen zaak. Wel zijn die belangen erg uiteenlopend. Uit de bepalingen kan moeilijk een duidelijk afgebakend criterium worden afgeleid, aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of een beperkt recht op een eigen zaak kan rusten. Om die reden is het zinvol te kijken naar het Duitse recht. In dat rechtsstelsel is meer structuur aangebracht in de gevallen waarin iemand een beperkt recht op zijn eigen zaak kan hebben.