Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.2.4
8.2.4 Het aanpassen van polisvoorwaarden van schadeverzekeringen na de portefeuilleoverdracht
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949894:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ik abstraheer hier van andere situaties waarin de en bloc-clausule door verzekeraars mogelijk zou kunnen worden toegepast, bijvoorbeeld in het geval van een wijziging in wet- en regelgeving die voor een bepaalde datum moet worden geïmplementeerd.
Bovendien kan men stellen dat een dergelijk aanbod van de verzekeraar niet stilzwijgend kan worden aanvaard, maar dat uitdrukkelijke instemming vereist is. Dat alle polishouders daadwerkelijk reageren en instemmen lijkt geen reële verwachting.
Schadeverzekeringsovereenkomsten worden voor een bepaalde duur aangegaan. Aan het eind van deze termijn wordt de overeenkomst stilzwijgend verlengd, tenzij de verzekeraar of de verzekeringnemer de overeenkomst tijdig heeft opgezegd. Zie bijvoorbeeld Mijnssen en Engel 2021/11.3: “De verzekeringsvoorwaarden houden steevast in dat de verzekering bij het verstrijken van het tijdvak waarvoor zij is aangegaan, stilzwijgend wordt verlengd.”
Volgens de “Gedragscode geïnformeerde verlenging en contractstermijnen bij particuliere en zakelijke schade- en inkomensverzekeringen 2020” is bij het aangaan van particuliere schade- en inkomensverzekeringen de hoofdregel dat deze voor de termijn van maximaal twaalf maanden worden aangegaan, tenzij uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen. Uitgangspunt is ook dat als de verzekering na afloop van de contractstermijn voorziet in stilzwijgende verlenging, deze verlenging (maximaal) twaalf maanden bedraagt, tenzij uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen.
Zie voor deze gedragscode https://www.verzekeraars.nl/media/7486/gedragscode-geïnformeerde-verlenging.pdf. Zie over eerdere versies van de gedragscode Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX 2019/231-232. Zie over deze gedragscode Venker 2023, p. 413-414.
De gedragscode heeft voor wat betreft zakelijke schade- en inkomensverzekeringen betrekking op dat deel van de zakelijke markt dat qua kennis en kunde op het gebied van verzekeringen overeenkomsten vertoont met particulieren en waarvoor (eveneens) verzekeringen plegen te worden afgesloten op basis van standaardvoorwaarden. Bij het aangaan van een dergelijke verzekering is de hoofdregel dat deze voor de termijn van maximaal 36 maanden wordt aangegaan, tenzij uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen. Volgens de gedragscode is ook uitgangspunt dat als de verzekering na afloop van de contractstermijn voorziet in een stilzwijgende verlenging, deze verlenging (maximaal) twaalf maanden bedraagt, tenzij uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen.
Op grond van art. 7:940 lid 2 BW geldt dat een verzekeringnemer een overeenkomst die is aangegaan voor een periode van meer dan vijf jaar, of die voor zulk een periode is verlengd, kan opzeggen tegen het einde van elk vijfde jaar binnen die periode. Deze bepaling is echter alleen van dwingend recht indien de verzekeringnemer een natuurlijk persoon is en hij de verzekering sluit anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf, zo bepaalt art. 7:943 lid 3 BW. Zakelijke verzekeringen die niet onder het bereik van de gedragscode vallen kunnen dus een lange contractperiode hebben, ook langer dan vijf jaar dus.
Dorhout Mees, Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade 2018/1, p. 1-2; Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX 2019/233; Kalkman en Van Emden 2019, p. 197-200; Venker 2023, p. 415-417.
Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2020-551 d.d. 1 juli 2020; Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2021-0861 d.d. 5 oktober 2021.
Op grond van de gedragscode is bij het aangaan van een dergelijke verzekering de hoofdregel dat deze voor de termijn van maximaal twaalf maanden (particulier) en 36 maanden (zakelijk) wordt aangegaan, tenzij uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen. Deze gedragscode bepaalt verder dat als de particuliere of zakelijke verzekering met twaalf maanden is verlengd, de verzekeringnemer het recht heeft op elk gewenst moment op te zeggen met een opzegtermijn van maximaal een maand.
Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening nr. 2017-021 d.d. 15 juni 2017. Zie onder meer Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2020-551 d.d. 1 juli 2020 en Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2021-0861 d.d. 5 oktober 2021.
Een voorbeeld van deze aanpak is de ‘migratie’ van schadeverzekeringen onder de handelsnaam NowGo naar schadeverzekeringen onder de handelsnaam Ohra. Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. heeft op 1 april 2020 de aandelen in VIVAT Schadeverzekeringen N.V. verworven (https://www.kvk.nl). NowGo was een handelsnaam van VIVAT Schadeverzekeringen (https://www.kvk.nl). Op 31 december 2020 is een akte van juridische fusie verleden tussen deze twee schadeverzekeraars waardoor VIVAT Schadeverzekeringen N.V. per 1 januari 2021 is opgehouden te bestaan (https://www.kvk.nl) en Staatscourant 4 januari 2021, nr. 152). Sinds juli 2020 werden geen nieuwe schadeverzekeringen onder de handelsnaam Nowgo meer aangeboden. Begin 2021 werd gestart met de ‘migratie’. Ongeveer twee maanden voor de prolongatiedatum van de Nowgo verzekering ontving de polishouder van ‘Nowgo’ een persoonlijk bericht met informatie over de beëindiging van de polis. De polishouder ontving tegelijkertijd van ‘Ohra’ een voorstel voor een vergelijkbare verzekering van ‘Ohra’. Deze aanpak wordt beschreven op https://www.infinance.nl/artikel/streep-door-verzekeringslabel-nowgo, https://www.ohra.nl/vivat-schadeverzekeringen en werd voorheen beschreven op de inmiddels niet meer bestaande website https://www.nowgo.com/nowgo-wordt-ohra.
Tot de activa en passiva die door de verkrijgende verzekeraar zijn verworven, behoorden dan ook één of meer handelsnamen van de overdragende verzekeraar.
Inleiding
Het is voor een schadeverzekeraar in beginsel niet efficiënt om voor dezelfde soort verzekeringen (bijvoorbeeld inboedelverzekeringen of woonhuisverzekeringen) groepen van polissen te hebben met “eigen” voorwaarden. Bij een verzekeraar die één of meer portefeuilles verwerft van andere verzekeraars ontstaat die situatie wel. De rechten en verplichtingen krachtens de verzekeringsovereenkomsten blijven bij de portefeuilleoverdracht immers onveranderd. Mogelijk ontstaat bij de verkrijgende verzekeraar daarom de wens om polisvoorwaarden van een groep van polissen na de portefeuilleoverdracht aan te passen.
Een eventuele en bloc-clausule in de polisvoorwaarden kan hij daarvoor waarschijnlijk niet gebruiken. Zie voor een toelichting op wat een en bloc-clausule is hoofdstuk 8.2.2.1. Indien een verzekeraar de polisvoorwaarden van de verkregen polissen uit efficiency overwegingen wil aanpassen, dan zullen de polisvoorwaarden mogelijk op een aantal punten beter worden. Er zullen echter ook veranderingen zijn die als een verslechtering kunnen worden beschouwd. De jurisprudentie over de en bloc-clausule vereist voor het korten van de rechten van polishouders dat de verzekeraar in zijn voortbestaan wordt bedreigd, indien hij de en bloc-clausule niet zou toepassen.1 Het is niet aannemelijk dat daar in de eerste jaren na een portefeuilleoverdracht sprake van is, daargelaten onvoorzienbare calamiteiten in het verzekeringsbedrijf. DNB stemt op grond van art. 3:118 Wft immers slechts in met een portefeuilleoverdracht indien de verkrijgende verzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste. Na een portefeuilleoverdracht zal het gebruik van de en bloc-clausule om de voorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten in de verworven portefeuille aan te passen dus in beginsel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als onaanvaardbaar beschouwd worden.
Een tussentijdse conversie zal ook de oplossing niet zijn. Indien de verzekeraar de verzekeringnemers tussentijds een aanbod zou versturen om de overeenkomst aan te passen naar nieuwe polisvoorwaarden, dan zal een deel van de polishouders dit aanbod niet accepteren. De veranderingen die als een verslechtering kunnen worden beschouwd, zullen immers te weeg brengen dat een deel van de polishouders het aanbod niet wil aanvaarden.2
Het aanpassen van de polisvoorwaarden van schadeverzekeringen per de prolongatiedatum zou wel een juridisch haalbaar scenario kunnen zijn. In feite zijn er daarvoor twee scenario’s. Ik zal die beide hierna bespreken.
Onder de prolongatiedatum van een verzekeringsovereenkomst wordt de datum verstaan waarop de overeenkomst stilzwijgend wordt verlengd.3 Al naar gelang de aard van de schadeverzekeringsovereenkomst kan die prolongatiedatum liggen in het jaar na de portefeuilleoverdracht, zodat polisvoorwaarden dus relatief kort na de portefeuilleoverdracht zouden kunnen worden aangepast, of veel verder in de toekomst. Voor particuliere schadeverzekeringen zal in beginsel voor alle desbetreffende verzekeringsovereenkomsten de prolongatiedatum binnen een periode van een jaar vallen na de portefeuilleoverdracht.4 Voor zakelijke schadeverzekeringen die vallen onder het bereik van de “Gedragscode geïnformeerde verlenging en contractstermijnen bij particuliere en zakelijke schade- en inkomensverzekeringen 2020” (in dit hoofdstuk 8.2.4 te noemen: de gedragscode)5 zal de desbetreffende prolongatiedatum in beginsel vallen binnen een periode van 36 maanden na de portefeuilleoverdracht.6 Bij zakelijke schadeverzekeringen die niet onder het bereik van deze gedragscode vallen, kunnen veel langere contractstermijnen aan de orde zijn.7 Bij die laatste groep kan de prolongatiedatum dan ook jaren na de portefeuilleoverdracht vallen.
Een verzekeraar die er interesse in heeft om een verzekeringsportefeuille van een andere verzekeraar te verwerven, zal tijdens het due diligence onderzoek dus waarschijnlijk niet alleen informatie willen krijgen over de contractstermijnen van de verzekeringsovereenkomsten in de portefeuille om het risico van verloop in de portefeuille te kunnen beoordelen, maar ook om zich een oordeel te vormen over de mogelijkheden om na verloop van tijd de polisvoorwaarden aan te passen.
Scenario één: het wijzigen van de verzekeringsovereenkomst per de prolongatiedatum8
Een verzekeraar kan de polisvoorwaarden en/of premie op de prolongatiedatum wijzigen, als hij de bevoegdheid om dat te doen in de polisvoorwaarden heeft opgenomen. De verzekeraar moet dan wel aan zijn informatieplicht voldoen: hij moet de wijziging minstens een maand9voor de prolongatiedatum aan de polishouder aankondigen en hij moet de polishouder er ook op wijzen dat hij (de polishouder) het recht heeft de overeenkomst op te zeggen. Indien in de bepaling in de polisvoorwaarden over het wijzigingsrecht staat dat hij daarvoor een reden moet hebben, moet hij deze reden aan de polishouders uiteenzetten. De verzekeraar kan in beginsel alleen van deze wijzigingsbevoegdheid gebruik maken als de polishouder de overeenkomst na de verlenging kan opzeggen met een opzegtermijn van maximaal een maand.10 De wederzijdse rechten en verplichtingen worden dan geacht voldoende in evenwicht te zijn. Het vorenstaande volgt uit een uitspraak van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening en een aantal nadien gewezen uitspraken van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening.11 Overigens kan op grond van deze uitspraken ook worden aangenomen dat niet elke wijziging geoorloofd is. Een wijziging zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kunnen zijn.
Scenario twee: opzegging van de bestaande verzekeringsovereenkomst per prolongatiedatum en het doen van een aanbod tot het aangaan van een nieuwe verzekeringsovereenkomst per dezelfde datum12
De verzekeraar kan er ook voor kiezen de bestaande verzekeringsovereenkomst met een opzegtermijn van twee maanden per het eind van de looptijd van die verzekeringsovereenkomst op te zeggen en de polishouder een aanbod te doen tot het aangaan van een nieuwe verzekeringsovereenkomst per dezelfde datum. Indien het aanbod van de verzekeraar de polishouder niet bevalt, kan de polishouder gedurende de opzegtermijn op zoek naar alternatieve aanbiedingen. Dat de verzekeraar een opzegtermijn van twee maanden in acht moet nemen, is geregeld in art. 7:940 lid 1 BW.13 De verzekeraar zal in beginsel willen voorkomen dat de polishouder niet op het aanbod ingaat en het aanbod dus zo wervend mogelijk verwoorden en een verschillenoverzicht ter beschikking stellen.
Het gaat hier dus niet om de situatie van een portefeuilleoverdracht met het bijbehorende recht om de verzekeringsovereenkomst op te zeggen op grond van art. 3:120 lid 7 Wft. Het betreft een aanbod voor een nieuwe verzekeringsovereenkomst per de prolongatiedatum van de verzekeringsovereenkomst nadat de portefeuilleoverdracht al heeft plaatsgevonden. Het is overigens goed mogelijk dat de verkrijgende verzekeraar na de portefeuilleoverdracht voor deze verzekeringsportefeuille de handelsnaam is blijven voeren van de overdragende verzekeraar,14 en dat hij “pas” bij het aanbod voor de nieuwe verzekeringsovereenkomst de “eigen” handelsnaam gaat gebruiken. Daardoor kan deze aanpak waarbij de “oude” verzekeringsovereenkomst per de prolongatiedatum wordt opgezegd en een aanbod wordt gedaan voor een “nieuwe” verzekeringsovereenkomst per de prolongatiedatum, alles nadat de portefeuilleoverdracht al heeft plaatsgevonden, door de polishouder worden ervaren als een portefeuilleoverdracht. Juridisch is daarvan echter zeker geen sprake. De polishouder heeft het recht om niet in te gaan op het aanbod van de verzekeraar om een “nieuwe” verzekeringsovereenkomst te sluiten. Er is dan géén sprake van een opzegging door de polishouder met gebruikmaking van het bepaalde in art. 3:120 lid 7 Wft.
Volledigheidshalve merk ik ook nog het volgende op. Het vorenstaande betreft dus een aanpak waarbij er eerst sprake is van een portefeuilleoverdracht met toepassing van de regeling die daarvoor is opgenomen in de Wft (en waarvoor dus de instemming van DNB nodig is) gevolgd door opzegging van de schadeverzekeringsovereenkomsten en het doen van een aanbod voor een nieuwe schadeverzekeringsovereenkomst per prolongatiedatum. In hoofdstuk 3.3.2.3 merkte ik al op dat er strikt genomen naast de toezichtrechtelijke route en de civielrechtelijke route voor een portefeuilleoverdracht nog een derde route is waarvoor schadeverzekeraars zouden kunnen kiezen. Dit betreft een route waarin de overdragende schadeverzekeraar alle polissen opzegt per de prolongatiedatum en waarin namens de verkrijgende schadeverzekeraar per die datum aan de verzekeringnemers een nieuwe schadeverzekeringsovereenkomst wordt aangeboden. Ik beschreef daar voor de verkrijgende verzekeraar en betrokken assurantietussenpersonen daaraan verbonden juridische risico’s.
Hoe werkt dit dan praktisch?
Stel dat een schadeverzekeraar per 1 januari 2023 een verzekeringsportefeuille met inboedelverzekeringen verwerft. Hij kan dan in januari 2023 brieven versturen om de verzekeringsovereenkomsten die 1 april 2023 als prolongatiedatum hebben per die datum op te zeggen en per die datum een nieuwe overeenkomst aanbieden. Hij kan er in plaats daarvan eventueel voor kiezen om in februari 2023 brieven te versturen aan de polishouders met een verzekeringsovereenkomst met prolongatiedatum 1 april 2023 dat hij de polisvoorwaarden per die datum wijzigt en dat de polishouder de verzekeringsovereenkomst kan opzeggen. Per 1 mei 2023 zegt hij vervolgens de verzekeringsovereenkomsten met die prolongatiedatum op of hij wijzigt deze, enzovoort. Per 1 maart 2024 is dan de gehele verzekeringsportefeuille “geconverteerd” naar “andere” polisvoorwaarden.