Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/7.2.2.2
7.2.2.2 Netwerktekening
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS619753:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikelen 26a-26c Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994. Bij een verzoek tot vaststelling van een netwerkaanduiding kan zowel een 'gewone' tekening op papier als wel een digitale netwerktekening worden toegevoegd. Een gewone papieren tekening zal alleen gebruikt kunnen worden als op de tekening de kadastrale aanduidingen (van de doorsneden percelen) leesbaar zijn. Derhalve zullen gewone papieren tekeningen gebruikt kunnen worden bij hele kleine (lokale) netten. Doorgaans zullen netten vele percelen doorkruisen en dan is een digitale netwerktekening noodzakelijk om (door middel van inzoomen) alle doorsneden percelen te kunnen raadplegen.
Dit in verband met de leesbaarheid van de kadastrale nummers op het juiste schaalniveau. In de registerverklaring bij eerste inschrijving moet de breedte van de strook ook worden verwoord.
Het aanleveren van een digitale scan van een tekening wordt niet geaccepteerd, aangezien deze scans niet met de digitale kadastrale kaart zijn te combineren.
De technische eisen waaraan een zodanige netwerktekening moet voldoen, zijn weergegeven in de Handleiding voor netbeheerders inzake kadastrale registratie van netten, versie 4.0 van december 2009. Deze handleiding is te vinden op de site van het Kadaster en is een gezamenlijk product van het Platform Netbeheerders en het Kadaster.
Bij het verzoek vaststelling netwerkaanduiding dient een (digitale) netwerktekening te worden toegevoegd.1 Een digitale netwerktekening is een combinatie van een digitaal (vector)bestand waarin de ligging van het net is weergegeven in coordinaten en lijnbestanden én de digitale kadastrale kaart. Door beide bestanden te combineren ontstaat een netwerktekening waarin de ligging van het net op een kadastrale ondergrond is te zien. Op de tekening is een strook te zien die minimaal 500 meter2 breed moet zijn. In de strook is verder een lijn weergegeven die ook wel de zogenaamde hartlijn wordt genoemd. Deze lijn geeft het midden aan van het tracé waarin (waarop of waarboven) het net is gelegen. Het digitale bestand met daarin deze hartlijn zal doorgaans door de netbeheerder aan het Kadaster worden aangeleverd. Vervolgens wordt dit aangeleverde digitale bestand3 door het Kadaster gecombineerd met de digitale kadastrale kaart.
Fig. 7.1 — Voorbeeld van een uitvergroting van een netwerktekening zodat leesbaar wordt welke percelen door het net worden doorkruist (de stippellijn geeft het ingeschreven net weer).
Noodzakelijk is dat door uitvergroting van de digitale netwerktekening de kadastrale aanduidingen van de percelen die door de lijn worden doorsneden, leesbaar worden evenals de plaatselijke aanduidingen, zie figuur 7.1 waar een (uitvergroting van een) nettekening is te zien. Op deze wijze wordt voldaan aan het vereiste van artikel 3:84 BW, namelijk dat het net voldoende is geïndividualiseerd en daardoor met voldoende bepaalbaarheid kan worden ingeschreven in de openbare registers. De tekening kan zowel door de bevoegde aanlegger als door het Kadaster worden gemaakt.4 Uitgangspunt is dat de te gebruiken ondergrond van de tekening de kadastrale kaart moet zijn zodat gecontroleerd kan worden of de afbeelding van de kadastrale grenzen en vermelding van de kadastrale aanduidingen juist zijn. De netwerktekeningen hebben een schaal van 1:5000 en bestrijken ongeveer een gebied van 4 bij 5,5 km. Wanneer een net niet binnen genoemd gebied valt, zullen verschillende tekeningen nodig zijn om het volledige net te kunnen weergeven. Bij grotere netten zal daarom naast de diverse tekeningen met onderdelen van het net ook een overzichtstekening moeten worden toegevoegd waar alle deeltekeningen op zijn weergegeven (zie figuur 7.2). Na vervaardiging van de netwerktekening ontvangt de netbeheerder de tekening zowel digitaal als op papier. Indien de netbeheerder zelf de nettekening heeft gemaakt, wordt een digitale tekening én het digitale bestand met betrekking tot de ligging van het net (de hartlijn), naar het Kadaster verstuurd.
Fig. 7.2 — Voorbeeld van een netwerktekening (ontleend aan de Handleiding voor netbeheerders, kadastrale registratie van netwerken, versie 4.0, december 2009)