Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.4:9.4 Beschouwing / conclusie
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.4
9.4 Beschouwing / conclusie
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS392755:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik onderzocht hoe het fiscale eenheidsregime er uitziet in de vennootschapsbelasting, respectievelijk de Organschaft in de Körperschaftsteuer en welke verschillen en overeenkomsten er bestaan tussen het groepsregime in beide landen. Uit een analyse van wetgeving, parlementaire stukken, jurisprudentie en literatuur blijkt mijns inziens dat op hoofdlijnen in Nederland met name één discussiepunt sterk naar voren komt, namelijk de houdbaarheid van het fiscale eenheidsregime in het licht van de Europese vrijheden. Het Europese Hof van Justitie heeft op 22 februari 2018 beslist dat het Nederlandse fiscale eenheidsregime (deels) in strijd is met EU-recht en de per-element-benadering moet toestaan. De Nederlandse wetgever heeft daarop aangekondigd het fiscale eenheidsregime te willen aanpassen. Getoetst aan mijn toetsingskader betekent dat mijns inziens dat het fiscale eenheidsregime niet voldoet aan de fiscaal-juridische toets. Eén van de denkbare mogelijkheden die zowel door de staatssecretaris als in de literatuur is geopperd is de huidige fiscale eenheidregeling vervangen door een group-relief achtige regeling. Mogelijk is een dergelijke regeling ook eenvoudiger en vanuit dat perspectief aanbevelenswaardig omdat de regeling beter voldoet aan de fiscaal-wetstechnische toets uit mijn toetsingskader. Duitsland kent een regeling waarbij winsten en verliezen met elkaar verrekend kunnen worden, die ik in hoofdstuk 9.3 nader heb onderzocht. Hieronder zal ik – aan de hand van mijn toetsingskader (zie hoofdstuk 1.3.2.4) nader ingaan op de vraag of het Duitse Organschaftregime als zodanig, of wellicht bepaalde elementen uit het Organschaftregime, aanbevelenswaardig is (zijn) voor de Nederlandse vennootschapsbelasting.
9.4.1 Het Organschaftregime, iets voor Nederland?9.4.2 Schematisch overzicht huidige overeenkomsten en verschillen