Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/6.5.b
6.5.b Voor verlofonderzoek te gebruiken stukken
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS605899:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 3, p. 23, 24; Kamerstukken I 2005/06, 30320, nr. C, p. 6.
Zie ook de Regeling betreffende het stempelvonnis van 2 oktober 1996, Stcrt. 1996, 197, i.w.tr. p 1 november 1996, Stb. 1996, 521.
Ik realiseer mij dat de wet ook in het kader van het stempelvonnis óók spreekt van aantekening van het mondeling vonnis. Om verwarring te voorkomen en conform het spraakgebruik in de praktijk verwijs ik in relatie tot art. 378a en 395a Sv naar ‘stempelvonnis’ (ook wel verkorte aantekening mondeling vonnis genoemd).
Zie Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 5, p. 8 en Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 6, p. 11-12 voor de aanloop naar de Nota van wijziging op dit punt: Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 7.
Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 3, p. 23 en 47.
Art. 410 lid 4 Sv spreekt van ‘redenen voor het instellen van hoger beroep’ in plaats van grieven. Het verschil daartussen is niet duidelijk toegelicht, zie Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 3, p. 43 en Reijntjes 2007, p. 25-26.
Paragraaf 6.5c.
Aldus ook Van Kempen & Pesselse 2014, p. 88.
Reijntjes 2007, p. 23.
Wiewel & Van Woensel 2007, p. 279.
Zie ook Vellinga 2007, p. 76.
De voorzitter dient de verlofbeslissing te nemen op grond van het vonnis of de aantekening daarvan in het proces-verbaal, de eventueel ingediende schriftuur en de overige stukken van het geding.1 Of de verlofrechter naast het zaaksdossier ook daadwerkelijk over een vonnis en schriftuur kan beschikken, is evenwel de vraag.
Het vonnis uit eerste aanleg van in verlofgevallen voornamelijk de kantonrechter of de politierechter is vrijwel altijd een zogeheten stempelvonnis. Een stempelvonnis bevat weinig meer dan een kale weergave van de genomen beslissingen, gehecht aan de dagvaarding, waarbij geen proces-verbaal wordt opgemaakt (art. 378a; 395a Sv).2 Onder bepaalde voorwaarden moet wel een proces-verbaal van de zitting worden opgemaakt, waarin bovendien het mondeling vonnis wordt aangetekend (art. 378; 395 Sv). Zo´n ‘aantekening mondeling vonnis’ moet onder meer ook de gronden voor verschillende beslissingen bevatten.3 De Wet stroomlijnen hoger beroep bepaalt dat in verlofgevallen niet automatisch nadat hoger beroep is ingesteld het stempelvonnis wordt uitgebreid tot een aantekening mondeling vonnis (lid 2, onderdeel d, van genoemde artikelen).4 Volgens de minister zou namelijk “het voordeel in besparing van de kosten van de toelatingsprocedure in belangrijke mate verdampen” als aan het oude systeem van vaste uitwerking bij aanwenden van hoger beroep in verlofgevallen wordt vastgehouden.5 Enkel nog door middel van een vordering of een verzoek kunnen thans het openbaar ministerie respectievelijk de verdediging in verlofgevallen op een aantekening mondeling vonnis aanspraak maken (lid 2, onderdeel a en b, van genoemde artikelen), maar dit soort verzoeken lijkt nauwelijks te worden gedaan.
De consequentie hiervan is dat de verlofvoorzitter in de meeste gevallen slechts het summiere stempelvonnis tot uitgangspunt kan nemen. Nu is een stempelvonnis nog wel enigszins informatief – denkbaar is dat bepaalde grieven simpelweg feitelijke grondslag missen en ook wordt duidelijk of het vonnis bij verstek is gewezen of niet – maar veel steun kan de voorzitter er niet aan ontlenen.
Daarnaast bestaat geen garantie dat in het verlofonderzoek van een schriftuur met bezwaren kan worden kennisgenomen. Enerzijds schrijft de wet in artikel 410 Sv voor dat in verlofgevallen door zowel het openbaar ministerie als de verdachte een schriftuur met bezwaren moet worden ingediend, behoudens in verstekgevallen.6 Anderzijds is in artikel 410a Sv aan het achterwege blijven van een schriftuur geen dwingend gevolg verbonden. Ook de wetsgeschiedenis geeft over handhaving geen uitsluitsel.7 De praktijk wijst uit dat slechts in ongeveer de helft van de verlofzaken een schriftuur met grieven wordt ingediend.8
De wetgever heeft hiermee de aanzienlijke kans op de koop toegenomen dat de voorzitter zijn verlofbeslissing op nauwelijks meer materiaal kan baseren dan een “schamel dossier”9 zoals dat ook aan de rechtbank beschikbaar was. In de meeste gevallen heeft hij bovendien geen “flauw benul”10 van wat in eerste aanleg door de verdediging naar voren is gebracht, van wat zich verder ter zitting heeft afgespeeld of van wat aan de beslissingen in het bestreden oordeel ten grondslag ligt.11