Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.2.3.5
8.2.3.5 Instellen van een express trust
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232778:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In dit geval worden de desbetreffende goederen afscheiden van het eigen vermogen van de settlor. Aangezien de settlor reeds de legal owner is, is een overdracht van de goederen niet nodig.
Zie Underhill and Hayton 2016, pagina 215, alsmede Zwalve 2000, pagina 308 e.v.
Zie Zwalve 2000, pagina 310 - 311.
Zie Gilissen, dissertatie 2012, pagina 92.
Underhill and Hayton 2016, pagina 121 – 122 en 128 e.v. Zie voorts Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.4.1.
Het is niet nodig dat deze intentie blijkt uit een akte of uit een ander bewijsmiddel, noch dat specifieke formuleringen gebruikt worden (zie Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.4.1).
In beginsel kunnen alle goederen, inclusief equitable interests, deel uitmaken van het trustvermogen, tenzij deze op grond van de wet of een contract onoverdraagbaar zijn (Underhill and Hayton 2016, pagina 261).
Hiervan is bijvoorbeeld geen sprake indien iemand 100 (ongenummerde) aandelen heeft en verklaart trustee te zijn ter zake van 20 daarvan. Pas indien 20 aandelen zijn gesepareerd van de 80 die (volledig) van de settlor blijven, is sprake van voldoende zekerheid om de trust te laten ontstaan. Indien niet een aantal genoemd wordt, maar een percentage, bijvoorbeeld 20%, is wel sprake van voldoende zekerheid ter zake van het trustvermogen. In het algemeen is voldoende dat er een methode is op basis waarvan bepaald kan worden wat tot het trustvermogen behoort, bijvoorbeeld het bedrag van een bepaalde vrijstelling van erfbelasting, zoals dat op het moment van overlijden van de settlor geldt.
Dit laatste vereiste geldt evenwel niet voor discretionary trusts, aangezien daarbij naar hun aard vooraf nog geen aanspraken vaststaan (zie Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.4.1, noot 119).
Ook rechtspersonen kunnen optreden als beneficiary. Een trust moet bovendien in beginsel ten gunste van personen zijn, zodat er steeds iemand is die naleving van de trust kan vorderen. Een uitzondering geldt voor een trust met een charitatief doel en voor bepaalde hele specifieke niet-charitatieve oogmerken zoals de verzorging van een graf.
De achterliggende gedachte is dat de uitvoering van een trust onder controle van de rechter staat en dat deze zo nodig in staat moet zijn om uitvoering aan de trust te geven. Hiervan is bijvoorbeeld geen sprake indien de beneficiaries zijn “eenieder als zodanig aangewezen door de trustee, met uitzondering van de trustee”, aangezien dit een oneindig grote groep potentiële beneficiaries oplevert. Evenzo indien de beneficiaries zijn “alle inwoners van de gemeente Amsterdam”. Vergelijk Underhill and Hayton 2016, pagina 149 e.v.
Op het onderscheid tussen een fixed en een discretionary trust wordt kort ingegaan in paragraaf 8.2.3.6.
Zie Underhill and Hayton, pagina 117. Bij een fixed trust is het noodzakelijk dat vanaf aanvang duidelijk is dat (i) bepaalbaar is wie de beneficiaries zijn of (ii) dat bepaalbaar zal zijn op het moment dat de uitkering plaats moet vinden. Zo is sprake van voldoende bepaalbaarheid indien de inkomsten van het trustvermogen naar A gaan gedurende zijn leven en het kapitaal na A’s overlijden naar de kinderen van A in gelijke delen. Op het moment dat A overlijdt, is vast te stellen wie de kinderen van A zijn (vergelijk Underhill and Hayton, pagina 137 – 138).
Underhill and Hayton 2016, pagina 139 e.v. In het verleden werd (ook voor fixed trusts) de strengere toets gehanteerd dat een lijst van alle beneficiaries opgesteld moest kunnen worden. Dit is in geval van een discretionary trust doorgaans een (aanmerkelijk) grotere opgave.
Underhill and Hayton 2016, pagina 15: “Equity will not allow a trust to fail for want of a trustee”. Zie voorts Zwalve 2000, pagina 311 – 312.
Zie Underhill and Hayton 2016, pagina 127.
Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.4.2.
Zie Megarry & Wade 2019, paragrafen 8-018 en 8-065.
Voor het vaststaan van de aanspraak is nodig dat (i) de beneficiary die de aanspraak heeft is aangewezen en bestaat, (ii) de omvang van zijn belang is vast te stellen en (iii) eventuele voorwaarden zijn vervuld. De omstandigheid dat het genot is uitgesteld in de tijd is geen probleem, zolang de aanspraak maar definitief (vested) is (zie Gilissen, dissertatie 2012, pagina 101). Hierbij zij opgemerkt dat de termen vested en contingent misleidend kunnen zijn; de suggestie kan ontstaan dat vested inhoudt dat een aanspraak onvoorwaardelijk is, terwijl contingent een voorwaardelijke aanspraak inhoudt. Een aanspraak die vested is, kan echter onder omstandigheden nog wijzigen (vergelijk Megarry & Wade 2019, paragrafen 8-001 – 8-006).
Vergelijk tevens Mergarry & Wade 2019, paragraaf 8-147 e.v.
Zie Megarry & Wade 2019, paragraaf 8-158 e.v.
Vergelijk Underhill and Hayton 2016, pagina 270 – 271, waar meer situaties worden genoemd.
Bij het in het leven roepen van een express trust zijn verschillende situaties denkbaar. De trust kan zowel tijdens het leven van de settlor in het leven geroepen worden (inter vivos), als bij testament (mortis causa). Ik ga hierna in beginsel uit van een trustcreatie inter vivos. Daarvan uitgaand heeft de aspirant-settlor twee mogelijkheden: hij kan een trust in het leven roepen: (i) door een verklaring dat bepaalde van zijn goederen voortaan door hem in trust gehouden zullen worden (declaration of trust)1 of (ii) door vermogen over te dragen aan een trustee en te verklaren onder welke trust het desbetreffende vermogen door de trustee aangehouden zal worden (transfer in trust). De trust is onherroepelijk, tenzij een recht om te herroepen expliciet is voorbehouden bij het in het leven roepen van de trust.2
Het is van belang om in gedachten te houden dat het in het leven roepen van een trust als zodanig een eenzijdige rechtshandeling is, ook indien sprake is van een transfer in trust (zoals hiervoor is opgemerkt is een trust ook geen overeenkomst). Een trust kan ook ontstaan terwijl de trustee ontbreekt, zie hierna. Van belang is evenwel om op te merken dat voor de transfer in trust voldaan dient te zijn aan de voor de goederen, die het trustvermogen moeten gaan vormen, geldende vereisten voor de overdracht hiervan. Voor een geldige transfer in trust zijn derhalve vereist (i) de intentie om een trust in het leven te roepen (zie ook hierna) en (ii) een geldige overdracht van een of meer goederen.3
Om een express trust in het leven te kunnen roepen, moet de settlor handelingsbekwaam, handelingsbevoegd en beschikkingsbevoegd zijn.4 Voorts moet een aantal elementen met redelijke zekerheid vaststaan:5
certainty of intention: de intentie om een trust in het leven te roepen;6
certainty of subject matter: hetgeen impliceert dat zowel het trustvermogen7 voldoende bepaalbaar moet zijn8, als welke beneficiaries een aanspraak kunnen maken op welk deel van het trustvermogen9;
certainty of object matter: de beoogde beneficiaries moeten voldoende bepaalbaar zijn;10 en
het doel van de trust, zodat de trust administratief uitvoerbaar11 (administratively workable) is.
Indien het trustvermogen, de beneficiaries of het doel van de trust (de wijze waarop de beneficiaries voordeel moeten hebben van de trust) onvoldoende bepaalbaar is, komt de trust niet tot stand, maar is sprake van een resulting trust ten behoeve van de settlor. In geval van een fixed12 trust worden hogere eisen gesteld aan de bepaalbaarheid van de beneficiaries dan bij een discretionary trust het geval is.13 Bij een discretionary trust is voldoende dat van iedere aspirant-beneficiary bepaald kan worden of hij als beneficiary kwalificeert of niet.14
De trust kan echter wel bestaan zonder trustee: indien vermogen overgedragen wordt aan een persoon als trustee zonder diens kennis en deze weigert zodra hij ermee bekend raakt, dan blijven de belangen van de beneficiaries, zoals die ontstaan zijn op het moment van de overdracht, in stand.15 Een ander voorbeeld is een bij testament ingestelde trust, waarbij de trustee ontbreekt op het moment dat de settlor overlijdt, bijvoorbeeld omdat de beoogde trustee vooroverleden is.16 In een dergelijk geval treedt bijvoorbeeld de settlor op als trustee, totdat een vervangende trustee gevonden is.
Afgezien van de voornoemde zekerheden waaraan voldaan moet zijn, worden de mogelijkheden tot het instellen van een trust op een aantal wijzen beperkt:17
Rule against perpetuities: alle equitable interests die afhankelijk zijn van een opschortende voorwaarde of tijdsbepaling moeten voor het einde van de zogenoemde perpetuity period vaststaan. De maximale duur van deze perpetuity period is in de loop der tijd aan verandering onderhevig geweest. Met invoering van de Perpetuities and Accumulations Act 2009 is een uniforme termijn van 125 jaar ingevoerd, die in beginsel geldt voor trusts ingesteld na 5 april 2010.18 Een aanspraak die op dit moment nog niet vaststaat19, wordt geacht niet te zijn toegekend en indien niemand op dat moment een equitable interest verkregen heeft, is de trust nietig.
Rule against inalienability: de settlor kan bij het instellen van de trust bepalen dat bepaalde tot het trustvermogen behorende goederen niet vervreemd mogen worden. Dit kan evenwel niet onbeperkt, om te voorkomen dat goederen voor onbepaalde tijd onttrokken worden aan het handelsverkeer. Op grond van deze rule moeten trustgoederen vrij beschikbaar komen ten gunste van de beneficiaries 21 jaar na het overlijden van de laatststervende van in de trustakte genoemde personen die op het moment van instelling reeds in leven waren.20
Rule against accumulation: deze rule beoogt tegen te gaan dat inkomsten uit het trustvermogen gedurende een onbeperkte periode worden toegevoegd aan het trustvermogen. Onder het Engelse recht zijn er vier perioden gedurende welke het oppotten van inkomsten mogelijk is. Na het verstrijken daarvan is een toevoeging van inkomsten aan het trustvermogen nietig en zijn de beneficiaries direct tot deze inkomsten gerechtigd. De Perpetuities and Accumulations Act 2009 heeft de rule against accumulation grotendeels afgeschaft voor trusts ingesteld na 5 april 2010.21
Voorts is een trust die gecreëerd is met een verboden oogmerk nietig. Hierbij kan gedacht worden aan een trust die beoogt om vermogen aan het rechtsverkeer te onttrekken voor een langere periode dan wettelijk is toegestaan, maar ook trusts die bijvoorbeeld immoreel gedrag of fraude stimuleren.22