Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/7.3.8
7.3.8 De relatie tussen de Ecologische Hoofdstructuur en de bescherming van Natura 2000-gebieden
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS444943:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Volgens Groothuijse 2007, p. 136 kunnen in een bestemmingsplan helemaal geen voorschriften worden opgenomen om activiteiten die het Natura 2000-gebied mogelijkerwijs in gevaar brengen te reguleren.
Zie bijvoorbeeld ABRvS 20 februari 2008, nr. 200608665/1 (Bestemmingsplan Ooststellingwerf) en ABRvS 13 mei 2009, Gst. 2009, 96 (Bestemmingsplan buitengebied Heerenveen).
Art. 2.1, lid, sub b Wabo. Daarnaast is in dergelijke gevallen ook het algemene gebruiksverbod van art. 2.1, lid, sub c Wabo van toepassing.
Milieu- en Natuurplanbureau 2007, p. 22.
In 1990 werd besloten tot de aanleg van de EHS (inclusief robuuste verbindingszones). De oorspronkelijke plannen voorzagen in de aanleg en/of instandhouding van 728.500 hectare natuur. Het kabinet Rutte-Verhagen (2010) heeft de robuuste verbindingszones geschrapt en opdracht gegeven om de EHS te ‘herijken’. Deze maatregelen worden deels teruggedraaid in het regeerakkoord van het Kabinet Rutte-Asscher (2012). De ecologische hoofdstructuur wordt uitgevoerd, inclusief de verbindingszones. Aldus ‘Bruggen slaan’, Regeerakkoord VVD-PvdA , 29 oktober 2012, p. 38 [www.rijksoverheid. nl]. Genoemde beleidsvoornemens zijn ondertussen uitgewerkt in de Hoofdlijnennotitie ‘Ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland’. Een nadere analyse van deze problematiek is te vinden in par. 8.4.2.
Planbureau voor de Leefomgeving 2011b, p. 8.
Planbureau voor de Leefomgeving 2011b, p. 11-12 en Milieu- en Natuurplanbureau 2007, p. 7.
Planbureau voor de Leefomgeving 2011b, p. 39.
In algemene zin: Backes e.a. 2009, p. 246.
Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012), p. 7.
Een mooi praktijkvoorbeeld van een dergelijke constructie is te vinden in ABRS 13 mei 2009, Gst. 2009, 96 (Bestemmingsplan buitengebied Heerenveen).
In de voorafgaande paragrafen is uiteengezet dat het bestemmingsplan kan worden gebruikt voor de bescherming van habitats en soorten in een Natura 2000-gebied. Dit kan worden gerealiseerd door het toekennen van de bestemming ‘natuur’ en het opstellen van bestemmingsplanregels.1 Daarnaast kan het bestemmingsplan ook nog op andere (indirecte) manieren bijdragen aan de bescherming van een Natura 2000-gebied. Daarbij kan worden gewezen op de realisatie en instandhouding van bufferzones en/of de Ecologische Hoofdstructuur.2 In de eerste plaats wordt de bescherming van dergelijke gebieden gerealiseerd door het leggen van de bestemming ‘natuur’. In de tweede plaats door het opstellen van bestemmingsplanregels zoals bouwregels en een (omgevings)vergunningstelsel voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden.3
Daarbij is het zaak om het motief en het toepassingsbereik van het Nbw 1998 instrumentarium niet uit het oog te verliezen. In beginsel is het mogelijk om met behulp van een (omgevings)vergunningstelsel natuurwaarden in delen van de EHS waarin geen Natura 2000-gebieden liggen en/of delen van de EHS die op enige afstand van een Natura 2000-gebied liggen, te beschermen. Een dergelijk vergunningstelsel is alleen mogelijk voor zover de vergunningplicht van artikel 19d Nbw 1998 niet van toepassing is. Dat is alleen het geval wanneer een project of een andere handeling geen (mogelijke) negatieve of significante effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. De vergunningplicht van artikel 19d Nbw 1998 is niet van toepassing op natuurwaarden zijnde geen habitats en soorten.
De bescherming van bufferzones en de EHS is voor de praktijk van groot belang. Er bestaat een duidelijke planologische relatie tussen de bescherming en instandhouding van de EHS en de Natura 2000-gebieden.4 De EHS vormt een netwerk van natuurgebieden door heel Nederland dat uiteindelijk een oppervlakte van ruim 600.000 hectare moet gaan beslaan.5 De Nederlandse Natura 2000-gebieden liggen bijna in het geheel binnen de EHS en beslaan ongeveer de helft van de oppervlakte ervan.6 Uit onderzoek is gebleken dat voor een gunstige staat van instandhouding voor veel soorten een grotere oppervlakte van kwalitatief goede natuur nodig is, dan aanwezig in de Natura 2000-gebieden.7 De totstandkoming en de bescherming van de EHS is essentieel om de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden te realiseren. In een recent PBL-rapport is geconcludeerd dat:
‘Beheer van alleen bestaande Natura 2000-gebieden echter niet voldoende is om landelijk gezien natuurkwaliteit te behouden. […] Zonder beheer in overige gebieden zullen veel natuurterreinen verruigen en verbossen, wat ten koste gaat van natuur van open terreinen. Het niet beheren van natuur buiten de Natura 2000-gebieden levert spanning op met de doelen van de VHR (SK: Vrl en Hrl). Veel van de beschermde soorten en habitattypen komen namelijk voor buiten de Natura 2000-gebieden. Ook de natuur buiten deze Natura 2000-gebieden draagt bij aan de landelijke staat van instandhouding.’8
Het bestemmingsplan kan ook worden gebruikt voor de bescherming van natuurwaarden die geen onderdeel uitmaken van de EHS maar die wel zijn gelegen in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Hierbij kan worden gedacht aan andere natuurgebieden of agrarische gebieden met waardevolle natuurwaarden. Dergelijke gebieden kunnen een bufferfunctie vervullen.9 Het ligt voor de hand om aan een dergelijk gebied de bestemming ‘natuur’ of ‘landbouw met waarden’ toe te kennen.10 In de doeleindenomschrijving kan worden opgenomen dat het gebied is bestemd als buffer- of beschermingszone voor een Natura 2000-gebied. In principe is het mogelijk om aan een dergelijke bestemming bouwregels en een (omgevings)vergunningstelsel voor werken en werkzaamheden te verbinden.11 De mogelijkheden om bestemmingsplanregels vast te stellen, moeten vanwege het ruime toepassingsbereik van artikel 19d, eerste lid Nbw 1998 per geval worden bekeken. Dat is vanuit het perspectief van de rechtszekerheid een weinig aantrekkelijke optie. Om die reden kan in het bestemmingsplan een standaardregel worden opgenomen waarin wordt bepaald dat een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden alleen benodigd is voor zover de vergunningplicht van artikel 19d, eerste lid Nbw 1998 niet van toepassing is.