De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/7.4.2.1:7.4.2.1 De saisine als oorzaak van de problematiek
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/7.4.2.1
7.4.2.1 De saisine als oorzaak van de problematiek
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232241:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de saisine Asser/Perrick 4 2017/456-468; Handboek Erfrecht, L.C.A. Verstappen 2015/XIII.2.
Handboek Erfrecht, M.J.A. van Mourik 2015/II.8.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De aansprakelijkheid voor de schulden van de erflater vloeit voort uit de saisine van artikel 4:182 BW. De saisine heeft niet alleen tot gevolg dat de erfgenamen de erflater van rechtswege opvolgen in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap (artikel 4:182 lid 1 BW), maar ook dat zij van rechtswege schuldenaar worden van de schulden van de erflater die niet met zijn dood teniet gaan (artikel 4:182 lid 2 BW).1
De saisineregel ziet uitsluitend op de schulden uit artikel 4:7 lid 1 letter a BW, zo volgt uit artikel 4:182 lid 2 BW.2 De overige schulden uit artikel 4:7 BW zijn immers geen schulden die de erflater al had bij zijn overlijden, al kunnen die wel op de nalatenschap worden verhaald, zo is te lezen in artikel 4:184 lid 1 BW.
In het kader van het onderzoek in dit boek is de vraag van belang of de bij dode opgerichte stichting bescherming kan bieden tegen de schulden van de erflater. Hierbij geldt, als gezegd, dat het perspectief gekozen wordt van de erflater die het beste voor heeft met de materiële erfgenamen. Niettemin ga ik voor de volledigheid in 7.4.2.2.3 ook nog kort in op de positie van de schuldeisers van de erflater.