Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.7.3:9.7.3 Introductie ‘koper in EU’-concept in het DWU
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.7.3
9.7.3 Introductie ‘koper in EU’-concept in het DWU
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258586:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In onderdeel 9.5 zijn alternatieve wijze besproken waarop een systeem gelijk aan het last-sale principe geïntroduceerd is in Australië, Canada en Japan. De ‘import sales transaction’ zoals toegepast in Australië wijkt af van het ‘verkoop voor uitvoer’-principe zoals we die kennen uit de CVA. Er wordt daarmee een nieuw criterium geïntroduceerd zonder basis in de CVA. De benadering zoals gehanteerd in Australië heeft daarnaast als nadeel dat indien sprake is van twee opeenvolgende verkopen, de laatste van de twee verkopen de laatste verkoop voor uitvoer betreft ongeacht de vestigingsplaats. Dat brengt het risico met zich dat wanneer het een verkoop betreft tussen twee in de Europese Unie gevestigde entiteiten, er mogelijk winsten gerelateerd aan in de Europese Unie uitgeoefende functies en risico’s in de douaneheffing worden betrokken. Dat wordt voorkomen als een vestigingscriterium wordt geïntroduceerd in de douanewaardebepalingen van het DWU. Dit verandert in wezen niet het ‘verkoop voor uitvoer’ concept zoals vastgelegd in de CVA, maar waarborgt wel – indien het op een juiste wijze geïntroduceerd wordt – dat het concept wordt toegepast in lijn met de uitgangspunten zoals vervat in de CVA (zie onderdeel 9.6).
De douanewaardebepalingen in Canada en Japan kennen een vestigingscriterium. Uitgangspunt bij beide is dat de relevante verkoop voor uitvoer de verkoop betreft waarbij de koper gevestigd is in Canada respectievelijk Japan. Er kunnen zich echter situaties voordoen dat een goed wordt verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie en de koper niet in de Europese Unie is gevestigd. In Japan leidt dit ertoe dat de transactiewaarde van de ingevoerde goederen niet gebruikt kan worden om de douanewaarde vast te stellen. Dat lijkt mij afbreuk doen aan het principe dat voor het bepalen van de douanewaarde zoveel mogelijk bij de transactiewaarde aangesloten moet worden. De ‘Canadese route’ lijkt in dat opzicht in een betere blauwdruk te voorzien, omdat ook in het geval er in Canada geen koper geïdentificeerd kan worden, de douanewaarde nog steeds overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde goederen vastgesteld kan worden.
Het introduceren van een vestigingscriterium druist echter in tegen de uitleg die het Hof van Justitie heeft gegeven aan artikel 3 Verordening (EEG) nr. 1224/80 (thans artikel 70 DWU). In het arrest Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster heeft het Hof van Justitie namelijk overwogen dat de vestigingsplaats van een koper en verkoper geen betekenis heeft voor de vraag of een transactie als verkoop voor uitvoer kan worden aangemerkt. Derhalve moet, zoals reeds is besproken in onderdeel 9.7.2, het vestigingscriterium geïntroduceerd worden in artikel 70 DWU. Naar mijn mening zou daartoe het onderstreepte deel aan artikel 70, lid 1, DWU toegevoegd moeten worden:
Artikel 70 DWU
De primaire basis voor de douanewaarde van goederen is de transactiewaarde, te weten: de voor de goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie verricht aan een koper in de Europese Unie, waar nodig aangepast.
In artikel 5 staan de definities opgenomen van termen zoals gebruikt in het DWU. Daaraan moet een nieuw lid worden toegevoegd met een definitie van het begrip ‘koper in de Europese Unie’. Deze zou als volgt kunnen luiden:
Artikel 5
“koper in de Europese Unie”: een verkoop verricht door een niet in de Europese Unie gevestigde verkoper in de zin van artikel 5, lid 31, DWU aan een koper die:
in de Europese Unie is gevestigd in de zin van artikel 5, lid 31, DWU; of
wanneer a geen toepassing vindt: de goederen gebruikt voor eigen consumptie of gebruik of exploitatie in de Europese Unie en de goederen niet bestemd heeft voor verkoop; of
wanneer a en b geen toepassing vinden: de goederen heeft aangekocht en bestemd heeft voor wederverkoop in de Europese Unie, maar de goederen nog niet heeft verkocht aan een in de Europese Unie gevestigde persoon voordat de koper de goederen zelf heeft aangekocht.
De introductie van het ‘koper in de Europese Unie’-concept waarborgt dat voor het bepalen van de douanewaarde wordt aangesloten bij de last-sale, maar voorkomt tegelijkertijd dat winsten gerelateerd aan in de Europese Unie uitgeoefende functies en risico in de douaneheffing worden betrokken. In het navolgende onderdeel wordt aan de hand van diverse fiscaal operationele modellen (onderdeel 1.4) toegelicht hoe het ‘koper in EU’-concept uitwerkt.