Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.3.6.2:11.3.6.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.3.6.2
11.3.6.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS605436:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
R.N.F. Zuidgeest, ‘Flexibel BV-recht en ‘verbondenheid’ in het belastingrecht: buigen of barsten?’, WFR 2007, p. 1162.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 2 heb ik beschreven dat ‘verbondenheid’ in de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht met name wordt uitgelegd als organisatorische en economische verbondenheid. De aanwezigheid van een kapitaalbelang, hetgeen duidt op financiële verbondenheid, speelt in deze disciplines slechts een beperkte rol. De omschrijving van het begrip ‘beleidsafhankelijke deelneming’ in art. 7a lid 2 Uitv.reg. SW 1956 lijkt in dit verband goed aan te sluiten bij deze disciplines en rechtsgebieden. De vereiste beleidsmatige invloed duidt immers op organisatorische verbondenheid.
Echter, de wijze waarop de beleidseis is ingevuld in het besluit van 10 oktober 2007, nr. CPP2007/383M, V-N 2007/49.23, sluit niet goed aan bij de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht. Op basis van dit besluit kan ervan worden uitgegaan dat aan deze eis wordt voldaan, indien de holding onmiddellijk of middellijk ten minste 50% van het nominaal geplaatste kapitaal van de deelneming bezit. Zoals in hoofdstuk 3 is opgemerkt, duidt de zeggenschap die is verbonden aan een aandelenbelang echter niet zonder meer op organisatorische verbondenheid, omdat het niet gaat om een rechtstreekse beïnvloeding van het ondernemingsbeleid.
Omdat voor het beleidsvermoeden in het besluit van 10 oktober 2007 wordt aangesloten bij het nominaal geplaatste kapitaal, zouden na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht’ (31 058), aandelen zonder stemrecht en winstrecht, of aandelen met beperkt stemrecht of winstrecht, kunnen worden uitgegeven om zodoende aan het 50%-criterium te voldoen. Er zou dan zelfs sprake kunnen zijn van een bezit van 50% van het geplaatste aandelenkapitaal op basis van stemrechtloze aandelen met een beperkt winstrecht. Hoewel dan in feite geen zeggenschap wordt uitgeoefend, zou toch sprake zijn van een ‘beleidsafhankelijke deelneming’. In dit verband verdient het naar mijn mening aanbeveling om met betrekking tot het wetsvoorstel ‘Vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht’ te verduidelijken of een ‘deelneming’ in een BV wijzigingen ondergaat, indien stemrecht-loze aandelen en winstrechtloze aandelen worden uitgegeven.1