Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.4.1
8.4.1 Hoedanigheid van getuige versus verdachte
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Om de verklaring van de verdachte voor het bewijs te kunnen gebruiken, dient de verklaring te zien op datgene wat hem uit eigen wetenschap bekend is (art. 341 Sv). Bekendheid uit eigen wetenschap is breder dan louter de eigen waarneming of ondervinding. Het betreft ook gewaarwordingen omtrent gevoelens. Dit kunnen zaken zijn die hij zelf heeft waargenomen of ondervonden (vgl. getuige).
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting kan wel een verdenking jegens een getuige rijzen, bijvoorbeeld van meineed.
Melai-Groenhuijsen, art. 341, aant. 6.
Melai-Groenhuijsen, art. 341, aant. 6.
Hoewel hij niet verplicht is te verklaren, wordt veel informatie ingebracht door de verdachte. Anders dan in de Angelsaksische procestraditie kan de verdachte in ons land niet in zijn eigen proces als getuige worden gehoord. Hij kan wel een verklaring afleggen, maar doet dat dan niet in de hoedanigheid van getuige. Hoewel de verdachte mogelijk ook uit eigen waarneming zou kunnen verklaren over het strafbare feit, wordt hij – indien hij op de terechtzitting een verklaring in zijn eigen zaak aflegt – niet als getuige aangemerkt.1 Ook in het vooronderzoek sluit het zijn van de verdachte het zijn van getuige in beginsel uit. Een persoon wordt in het strafproces ofwel gehoord als verdachte en krijgt in dat kader de cautie, ofwel gehoord als andersoortige informant, getuige, slachtoffer of deskundige. In de aanloop naar het onderzoek ter terechtzitting kan de status nog wel wisselen. Iemand die aanvankelijk als getuige in een bepaalde zaak is gehoord, kan alsnog verdachte worden en andersom. Op het moment van de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting staat echter de status van de betreffende persoon vast.2 Hoewel een verdachte in het Nederlandse strafproces niet als getuige kan optreden, wordt in de praktijk een uitzondering gemaakt voor de medeverdachte. De medeverdachte kan in Nederland wel als getuige worden gehoord, mits de zaak waarin hij als getuige wordt gehoord niet gevoegd wordt behandeld met zijn eigen zaak. De verklarende persoon is in zijn eigen zaak verdachte en in de zaak tegen zijn medeverdachte getuige, ook als beide zaken – zoals in de praktijk veelal het geval is – gelijktijdig (doch niet gevoegd) ten overstaan van dezelfde rechters worden behandeld.
Als het gaat om de definitie van de verklaring van de verdachte als wettig bewijsmiddel in artikel 341 lid 1 Sv dan wordt gerefereerd aan feiten en omstandigheden die hem ‘uit eigen wetenschap’ bekend zijn. Inhoudelijk komt dit overeen met het criterium ‘zelf waargenomen en ondervonden’ zoals in artikel 342 lid 1 Sv ten aanzien van de verklaringen van getuigen is geformuleerd. Volgens de wetsgeschiedenis gaat het namelijk om feiten die de verdachte zelf heeft waargenomen. Deze waarneming hoeft niet alleen zijn eigen handelingen te betreffen, maar mag ook betrekking hebben op hetgeen hij heeft gezien, gehoord of ondervonden.3 Het feit dat ook de verklaring van de verdachte is terug te voeren op zijn eigen waarneming, laat onverlet dat zijn verklaringen een andere betekenis hebben dan die van een ooggetuige. Mensen hebben immers over hun eigen acties, ervaringen en motieven andersoortige en meer directe kennis dan over de gedragingen en beweegredenen van anderen.4